De stoel staat op de tafel. Om op te gaan zitten, deugt hij niet. Het is een rechte stoel met alleen maar sporten. Hij is niet gemaakt voor personen, maar voor de tafel waarop hij staat. In kleuren, maat en compositie vormt hij er een twee-eenheid mee. Hij hoort erbij zoals een sculptuur bij zijn sokkel. Samen vormen ze een beeld. Het beeld herinnert nog aan zijn functies: een meubel dat gebruikt kan worden bij een privaat of publiek discours. Het b...

De stoel staat op de tafel. Om op te gaan zitten, deugt hij niet. Het is een rechte stoel met alleen maar sporten. Hij is niet gemaakt voor personen, maar voor de tafel waarop hij staat. In kleuren, maat en compositie vormt hij er een twee-eenheid mee. Hij hoort erbij zoals een sculptuur bij zijn sokkel. Samen vormen ze een beeld. Het beeld herinnert nog aan zijn functies: een meubel dat gebruikt kan worden bij een privaat of publiek discours. Het beeld is uit zijn functies weggeglipt en naar de abstractie opgeschoven. Het kan dan deel uitmaken van het heldere, lichte ameublement van de geest. Het is een vorm en een idee ineen. De oude Grieken hadden er maar één woord voor nodig, eidos. Een vorm van alleenspraak ligt ten grondslag aan de reeks van vierentwintig beelden die Jan Vercruysse tussen 1993 en 1998 maakte onder de titel Les Paroles. Hun volgorde wordt aangegeven door Romeinse cijfers. Behoedzaam ontdaan van hun letterlijkheid, dwingend aanwezig in hun streng-verheven vorm, vullen ze zich met een notie van diep stilzwijgen. Een sprekend zwijgen, geconcretiseerd tot beelden die op muzikale wijze van elkaar onderscheiden worden. Vercruysse verbuigt kleuren, materie en constructie-elementen als in een fugatische taal, waarin verschillende stemmen achtereenvolgens het hoofdthema overnemen. Elk beeld houdt een innig verband met de andere beelden. Het koestert, toont of versluiert wat het ermee gemeen heeft, en legt daar zijn eigen particuliere karakter in als in een nest. De identiteit van elke 'parole' lijkt pas goed zichtbaar te worden in de meerstemmigheid. Maar Vercruysse speelt ook met 'verborgen' identiteiten, zoals wanneer hij een kleur legt op een oppervlak en meteen te raden geeft of wat onder de kleur zit de zachtheid van hout dan wel de hardheid van ijzer heeft. 'De materie van taal, de materie van beelden: Les Paroles nemen eigenschappen van de één die toebehoren aan de ander, zozeer dat ze elk verschil tussen de twee opheffen', zo schrijft Alain Cueff in zijn tekst voor het boek waarin Les Paroles nu gegroepeerd zijn. (Uitg. Xavier Hufkens). En ook: 'Deze "Les Paroles" zeggen niets, ze proberen geen horizon voor een discours te trekken. Veeleer vatten ze een onbeschrijfelijk paradigma van het woord, daar in het domein van de stilte.'Jan Braet