Als Hollywood ooit de vangst van de gevreesde terrorist Abu Faraj Farj Al-Libbi verfilmt, zullen de scenaristen twijfelen of ze er een actieprent dan wel een pure slapstickgrol van maken. Al-Libbi, volgens veiligheidsexperts een van Osama Bin Ladens meest gekoesterde vertrouwelingen, reed mee op een motorfiets langs een stoffige begraafplaats in het stadje Mardan, in het Pakistaanse grensgebied met Afghanistan, toen hij in de verte enkele figuren in gitzwarte burqa's zag opdoemen. Al-Libbi ('de Libiër') droeg zelf ook een burqa - een goede manier, zo meende hij, om ongemerkt te reizen - maar hij wist niet dat hij enkele uren daarvoor zijn positie verraden had aan de Amerikaanse inlichtingendiensten door een banaal gesprek met zijn mobiele telefoon. De Amerikanen hadden meteen hun Pakistaanse collega's gealarmeerd, en ook die pasten de truc met de burqa toe, zij het op een groepje tot de tanden gewapende Pakistaanse veiligheidsagenten.
...

Als Hollywood ooit de vangst van de gevreesde terrorist Abu Faraj Farj Al-Libbi verfilmt, zullen de scenaristen twijfelen of ze er een actieprent dan wel een pure slapstickgrol van maken. Al-Libbi, volgens veiligheidsexperts een van Osama Bin Ladens meest gekoesterde vertrouwelingen, reed mee op een motorfiets langs een stoffige begraafplaats in het stadje Mardan, in het Pakistaanse grensgebied met Afghanistan, toen hij in de verte enkele figuren in gitzwarte burqa's zag opdoemen. Al-Libbi ('de Libiër') droeg zelf ook een burqa - een goede manier, zo meende hij, om ongemerkt te reizen - maar hij wist niet dat hij enkele uren daarvoor zijn positie verraden had aan de Amerikaanse inlichtingendiensten door een banaal gesprek met zijn mobiele telefoon. De Amerikanen hadden meteen hun Pakistaanse collega's gealarmeerd, en ook die pasten de truc met de burqa toe, zij het op een groepje tot de tanden gewapende Pakistaanse veiligheidsagenten. Het vervolg laat zich raden. De Libische terrorist liep de schrik van zijn leven op toen de agenten plots hun vrouwenkleren afwierpen en hun volautomatische vuurwapens op Al-Qaeda's nummer drie richtten. Het hele gebeuren, en vooral de ontluisterend amateuristische wijze waarop Al-Libbi opereerde en de knullige manier waarop hij tegen de lamp liep, bewees wat veiligheidsexperts al langer denken maar zelden luidop durven zeggen: Al-Qaeda bestaat nog wel, maar is operationeel los zand geworden. De vrije wereld zal er zeker niet om rouwen. Tot ongeveer een jaar geleden heette Al-Libbi ook slechts een tweederangsfiguur te zijn, een van de vele verstokte jihadi's die sinds het offensief van de Afghaanse moedjahedien tegen de Sovjets midden jaren tachtig, de smaak van de heilige oorlog grondig te pakken heeft. Maar wanneer de naam van Al-Libbi in de verhoren van meer en meer gekliste Al-Qaeda-aanhangers opduikt, knopen de Amerikaanse en Pakistaanse inlichtingendiensten daar de onvermijdelijke conclusie aan vast dat de veertigjarige Libiër de nieuwe veldmaarschalk van het terreurnetwerk is. De rondtrekkende leider die op het terrein de bevelen geeft, soms rechtstreeks in opdracht van Osama Bin Laden zelf, meestal handelend op eigen initiatief. In terroristenjagerstaal heet dat dus: het nummer drie van Al-Qaeda, na Bin Laden en zijn schimmige Egyptische vertrouwensman Ayman Al-Zawahiri. Voor dat illustere duo is openlijk rondreizen veel te gevaarlijk geworden, en dat wordt het al vlug ook voor wie hun rondtrekkende veldmaarschalk of veredelde bode van het moment is. De voorgangers van Al-Libbi, Mohammed Atef (gedood in november 2001 bij een bombardement), Abu Zubaydah (gearresteerd in maart 2002) en Khalid Sheikh Mohammed (idem in maart 2003), verging het immers ook niet al te best. Vooral het verlies van Khalid Sheikh Mohammed, door velen gezien als het meesterbrein achter de WTC-aanslagen, bleek voor het terreurnetwerk een zware klap. Sinds zijn arrestatie schijnt er een vertrouwensbreuk te zijn ontstaan tussen enerzijds de Oezbeekse en Tsjetsjeense fracties van Al-Qaeda in Pakistan en anderzijds de Arabische tak van het netwerk. Al-Libbi, de protégé en opvolger van Khalid Sheikh Mohammed, kon die twist blijkbaar niet oplossen, of werd in ieder geval gevat voordat hij het kon. Het maakt Al-Qaeda er alleen maar kwetsbaarder op. Zo kwetsbaar dat in de nabije toekomst ook Osama Bin Laden bij de lurven kan worden gevat? De Amerikaanse president George W. Bush hoopt van wel, waarschijnlijk tegen beter weten in. Want hoewel het weinig twijfel lijdt dat Al-Libbi in zijn functie tot vrij recent rechtstreeks contact had met het hoofdbestuur van Al-Qaeda of zelfs met Osama Bin Laden zelf, zijn arrestatie brengt het klissen van de Saudische multimiljonair wellicht geen stap dichterbij. Als Al-Libbi al enig idee had waar Bin Laden zich bevindt, dan was zijn informatie al gedateerd nog voor hij in de cel zat. Veiligheidsexperts vermoeden dat de Saudi - of moeten we zeggen 'ex-Saudi', nu zijn thuisland hem zijn nationaliteit afgenomen heeft - zich verschuilt in het bergachtige niemandsland tussen Pakistan en Af-ghanistan, bijgestaan door een splintercel van niet meer dan vijf getrouwen die nooit van zijn zijde wijken. Het uiterst zeldzame contact met de buitenwereld gebeurt via een nummer drie, de veldmaarschalk die niet echt deel uitmaakt van het gezelschap en die via gecodeerde boodschappen sporadisch informatie krijgt. Het is duidelijk een risicovolle job: Al-Qaeda zit al minstens aan zijn vijfde nummer drie sinds de Amerikaanse inval in Afghanistan in 2001. Is het verlies van Al-Libbi dan een zware tegenslag voor Bin Laden? Ja en nee. Nee, want er komt wel weer een nieuwe veldmaarschalk. Types als Al-Libbi zijn er nog genoeg voorhanden, denkt Osama Bin Laden wellicht. Maar dat er alweer een barst komt in het prestige van de Al-Qaeda-leiding, dát zal de superterrorist minder zinnen. Bin Ladens internationale belang is fel tanende, en hij weet het. Niet alleen de Amerikaanse inlichtingendiensten vragen zich af waar Bin Laden zich schuilhoudt, ook zijn trouwste medestanders zitten in feite meer en meer met dezelfde vraag. Want Bin Laden is niet meer te zien, hij zegt niets meer, en belangrijker nog: hij schijnt ook niets meer te (kunnen) doen. De laatste keer dat hij echt nog het wereldnieuws haalde, is tenslotte al van 30 oktober 2004 geleden, toen hij, vier dagen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, met een nieuwe terreurwaarschuwing president Bush een geweldige duw gaf in de peilingen. Kort daarna, in december, volgden nog twee gesproken boodschappen. Een daarvan, een steunop-roep voor de Iraakse opstand, raakte volledig ondergesneeuwd door de tsunami-berichtgeving. En de andere, een lofzang op een aanslag op de Amerikaanse ambassade in Saudi-Arabië, was zo nietszeggend dat veiligheidsexperts hem als volgt interpreteerden: Bin Laden zegt nu iets om te bewijzen dat hij nog iets kán zeggen wanneer hij dat echt wil. De man die in september 2001 nog de schrik van de wereld was, is verworden tot een onmachtige schim die dan misschien wel ongrijpbaar mag zijn, maar die ook nog door weinig betrokkenen ernstig wordt genomen als bedreiging. Volgens geruchten op verschillende fundamentalistische websites komt er binnenkort een nieuwe belangrijke boodschap van Bin Laden. Hij moet haast wel, al was het maar om de geruchten over zijn dood de kop in te drukken. Bin Ladens rol als ultieme speerpunt van het moslimfundamentalistische terrorisme is al enige tijd overgenomen door Abu Musab Al-Zarqawi, de Jordaniër aan het 'hoofd van Al-Qaeda in Irak'. Die titel is misleidend, want de link met Bin Ladens oorspronkelijke organisatie is vermoedelijk bijna onbestaande. Zarqawi deed sluw wat vrijwel iedere moslimterreurgroep de laatste jaren deed: de naam Al-Qaeda aannemen in de wetenschap dat die nog altijd ontzag en angst zaait bij vriend en vijand. Bin Laden ontving het eerbetoon in dankbaarheid, en probeerde Zar- qawi's organisatie te adopteren. 'Onze dierbare moedjahedienbroeder Abu Musab Al-Zarqawi is de prins van Al-Qaeda in Irak, en we vragen al onze missiebroeders naar hem te luisteren en hem bij te staan in zijn goede daden', zei Al-Qaeda's nummer een vorig jaar nog. Zo kan Bin Laden veinzen dat zijn droom van een groot verenigd islamitisch strijdersleger is uitgekomen, al gelooft niemand nog werkelijk dat hij de stuurman aan boord is. Bush heeft de veranderde machtsverhoudingen begrepen en praat hoe langer hoe minder over Osama Bin Laden. 'Zijn arrestatie is nog maar een kwestie van tijd', orakelde de president nog in maart. Bush zal wel beseffen hoe hol dat klinkt na een jacht van 3,5 jaar zonder uitzicht op reële resultaten. Ondertussen heeft hij de prijs op het hoofd van Zarqawi verhoogd tot 25 miljoen dollar, even hoog als voor Bin Laden zelf. Bij Zarqawi dient dat geld om een reële dreiging weg te nemen, bij Bin Laden geldt alleen nog het symbolische belang. Jef Van BaelenAl-Qaeda bestaat nog wel, maar is operationeel los zand geworden.