Binnen de Ierse literatuur is John Banville altijd al een buitenbeentje geweest. Waar zijn generatiegenoten eind jaren zestig in maatpak naar de Verenigde Staten vertrokken om een paar jaar later weer in Ierland te staan met een jeans om de billen, vertrok Banville in jeans en kwam hij terug in maatpak, intellectueel omgeturnd van Iers rebel tot Centraal-Europees intellectueel. Als geen ander heeft hij zich in de traditie van James Joyce en Samuel Beckett ingeschreven: waar de eerste zijn boeken volpropte als was hij een aan...

Binnen de Ierse literatuur is John Banville altijd al een buitenbeentje geweest. Waar zijn generatiegenoten eind jaren zestig in maatpak naar de Verenigde Staten vertrokken om een paar jaar later weer in Ierland te staan met een jeans om de billen, vertrok Banville in jeans en kwam hij terug in maatpak, intellectueel omgeturnd van Iers rebel tot Centraal-Europees intellectueel. Als geen ander heeft hij zich in de traditie van James Joyce en Samuel Beckett ingeschreven: waar de eerste zijn boeken volpropte als was hij een aan agorafobie lijdende magazijnier, zou men in de tweede eerder een claustrofobe liftbediende kunnen zien. De zalige leegte werd zijn biotoop. Banville op zijn beurt houdt ervan de oude huizen die hij in praktisch ieder boek beschrijft vol te stouwen met objecten, om er zijn hoofdpersoon vervolgens als de weerga voor op de vlucht te laten slaan. Ook in zijn nieuwste boek, Eclipse, gaat een mens ten onder aan de wereld. 'Hoe heb ik ooit zoveel van 's levens rommel kunnen verzamelen, blijkbaar zonder moeite of zelfs bewustzijn?', vraagt Alexander Cleave zich af, 'zoveel dat ik onder het gewicht ervan niet meer in staat ben mijn eenvormige, essentiële zelf te lokaliseren.' Cleave is een gevierd acteur die opeens het noorden verliest en midden in een voorstelling van de scène stapt. Waar ben ik mee bezig? is de vraag die hem obsedeert en om zichzelf terug te vinden, trekt hij naar zijn leegstaande ouderlijke huis, ergens aan de kust. Maar is hij wel alleen, zo vraagt hij zich af, want meer dan eens lijkt hij spoken te zien, van een vrouw met een kind, en de huisbewaarder blijkt ook wel verdacht veel aanwezig te zijn. In een bijzonder verzorgd proza voert Cleave ons mee naar zijn kindertijd, de dood van zijn moeder, de ontmoeting met zijn latere vrouw en de successen uit zijn carrière. Maar steeds duidelijker wordt het dat de man in feite lijdt aan nostalgie en zoekt naar datgene wat nooit bestaan heeft. Wat is geluk anders dan een verfijnde vorm van pijn, vraagt hij zich af wanneer hij terugdenkt aan zijn contactgestoorde dochter. Slechts weinig schrijvers slagen erin de stemming van hun lezers totaal in hun macht te krijgen. Banville is een van hen. Bijna als een hypnotiseur weet hij met zijn rijke taal de schaarse gebeurtenissen in een aura van schimmigheid en mist te dompelen waardoor je bijna ongemerkt op een ander ritme begint te lezen. Je raakt in de ban van de melancholie, het lezen vertraagt en voor je het weet, ben je net als Cleave verloren: niet in de wereld, maar in een boek.John Banville, Eclipse, Picador, Londen, 214 blz., ongeveer 1200 fr. De Nederlandse vertaling verschijnt volgend jaar bij Uitgeverij Contact.M.V.