Er zijn te veel varkens in het land. De varkenskwekers kruipen door een diep dal. De Boerenbond berekende dat hun inkomen de laatste twaalf maanden met dertig procent is gedaald, een totaal verlies voor de sector van twintig miljard frank. De prijs van een levend varken is gehalveerd en schommelt nu rond dertig frank per kilo, te laag om winst te kunnen maken. De varkens worden daar mee het slachtoffer van. VTM toonde begin dit jaar schokkende beelden van totaal verwaarloosde varkens in een stal in Meerdonk. De betrokken boer beweerde dat hij niets voor zijn varkens had kunnen doen, omdat hij financieel aan de grond zat.
...

Er zijn te veel varkens in het land. De varkenskwekers kruipen door een diep dal. De Boerenbond berekende dat hun inkomen de laatste twaalf maanden met dertig procent is gedaald, een totaal verlies voor de sector van twintig miljard frank. De prijs van een levend varken is gehalveerd en schommelt nu rond dertig frank per kilo, te laag om winst te kunnen maken. De varkens worden daar mee het slachtoffer van. VTM toonde begin dit jaar schokkende beelden van totaal verwaarloosde varkens in een stal in Meerdonk. De betrokken boer beweerde dat hij niets voor zijn varkens had kunnen doen, omdat hij financieel aan de grond zat. Ondanks de crisis is het aantal varkens niet gedaald. Vorig jaar waren er meer dan 5,3 miljoen "officiële" varkens - met papieren dus - in Vlaanderen, of bijna één per Vlaming. Vlaanderen heeft samen met Nederland en delen van Duitsland de hoogste varkensdichtheid ter wereld: liefst negenduizend dieren per vierkante kilometer. In heel België zijn er meer dan 7,6 miljoen varkens. Dat is een stijging met 4,4 procent ten opzichte van 1997 en met liefst 49 procent ten opzichte van 1980. Toch is het aantal Belgische varkenshouders tussen 1980 en 1997 gedaald van 41.000 naar 11.600. Dat betekent dat er nu veel meer varkens per bedrijf zijn dan vroeger en dat zorgt voor problemen, onder andere op milieugebied. De varkenssector produceert 56 procent van het mestoverschot in Vlaanderen. Bijna alle varkensbedrijven hebben een mestoverschot, want veel varkenskwekers hebben geen grond buiten hun stallen en kunnen hun mest dus nergens kwijt. De uitvoer van mest naar Wallonië is sinds dit jaar niet langer mogelijk, en de mestverwerking zoals ze wordt geregeld in het nieuwe mestactieplan blijft voorlopig een mooie droom. Het mestactieplan zal staan of vallen met het succes van de varkensmestverwerking.GESPEEND NA AMPER DRIE WEKENDe intensivering van de kweek heeft grote gevolgen voor de vleeskwaliteit en voor de gezondheid van zowel varken als consument. Om het risico op epidemieën in een overvolle stal te beperken, pompten boeren hun dieren vol antibiotica. Het toegenomen transport van varkens tussen boerderijen joeg de kans op besmetting de hoogte in. Om de productiekosten te drukken, specialiseerden bedrijven zich in respectievelijk het kweken, het laten opgroeien en het vetmesten van varkens. Experts waarschuwden onlangs in het blad New Scientist voor een "horrorscenario" in verband met de ravage die ziekten in de moderne varkensindustrie kunnen aanrichten. De diverse crisissen met de varkenspest zijn daarvan voorlopig de exponent. Het was leuk meegenomen dat de preventieve behandeling met antibiotica een versnelde groei als neveneffect bleek te hebben. Die decimeerden namelijk ook de natuurlijke darmflora van de varkens, zodat er meer voeder in vlees werd omgezet. Ter nuancering: de wetenschap weet ondertussen dat deze extra groei gewoon een compensatie is voor het feit dat biggetjes nu minder goed groeien dan vroeger, omdat ze al na drie weken van hun moeder worden weggehaald. Vroeger mochten ze soms meer dan tien weken zogen. Nederlandse modellen suggereren dat het vroegtijdig spenen van varkentjes niet noodzakelijk kostenbesparend uit de analyse komt, als ook de neveneffecten van het gebruik van antibiotica in rekening worden gebracht. De varkenssector verdedigt het gebruik van antibiotica onder meer als een factor om de milieuproblemen niet nog erger te maken dan ze al zijn: een efficiëntere omzetting van voeder in vlees vermindert de mestproductie. De boeren droegen met hun al dertig jaar durende aanslag op allerhande - dikwijls nuttige - bacteriën wel bij tot een groeiende resistentie bij vele micro-organismen tegen antibiotica. En die treft op steeds grotere schaal ook de mens. Maar dat drong pas laat tot de koppige hoofden door. Vanaf 1 juli verbiedt de Europese Commissie de vermenging van vier welbepaalde antibiotica in veevoeder. Er wordt al druk gelobbyd voor een totaal verbod op het niet-medisch gebruik van antibiotica in de veeteelt.LITTEKENS OP HET GEDRAGDe verbruikersorganisatie Test-Aankoop onderzocht vorige herfst de kwaliteit van het Belgische varkensvlees. Ze ontdekte in zes procent van haar stalen resten van antibiotica. Het vlees in kwestie had dus gewoon niet op de markt mogen komen. Nog erger was dat liefst 67 procent van de stalen kalmeringsmiddelen bevatten. Een typisch Belgisch probleem, want in andere Europese landen was dat maximaal 7 procent. Het euvel is te wijten aan het bestaan van een écht Belgisch varkensras, dat veel en uiterst mager vlees produceert, maar helaas zo stressgevoelig is dat het zonder tranquillizers het vervoer naar het slachthuis niet zou overleven. Test-Aankoop stelde daarenboven vast dat het magere vlees bij het bakken veel smaak verliest, omdat het kookt in zijn eigen overtollige vocht. Nogal cynisch verdedigt (een deel van) de varkenssector het gebruik van kalmeringsmiddelen onder meer als een maatregel om het welzijn van de varkens te bevorderen. Terwijl varkens in stallen soms zo dicht op elkaar worden geperst dat ze waarschijnlijk blij zijn dat ze op een vrachtwagen een hartaanval kunnen krijgen. Het concept dierenwelzijn dringt stilaan door in de landbouwsector, hoewel het belang ervan nog marginaal is in vergelijking met dat van het welzijn van de boer. Het federaal ministerie van Landbouw organiseerde begin dit jaar een - druk bijgewoonde - studiedag over dierenwelzijn als uitdaging voor de veredelingslandbouw. In de referaten werd melding gemaakt van zeugen met gewrichtsproblemen ingevolge te weinig beweging, van biggen die in stallen zonder stro in staart of oren bijten, en van zogeheten stereotiepe gedragingen - "littekens op het gedrag" - als vacuüm kauwen en tandenknarsen. Ook kannibalisme kan een probleem zijn. Veel kommer en kwel dus in de varkenssector. De huidige crisis stimuleert allerlei mensen tot het formuleren van alternatieven. Daarbij duikt geregeld het voorbeeld uit Nederland op, waar het aantal varkens tegen volgend jaar met een kwart moet verminderen. De uitgangsidee is eenvoudig. Minder beesten impliceert een gunstiger prijszetting voor de boeren, een beter leven voor de varkens, een hogere vleeskwaliteit voor de consument, en een verlichting van de druk op het leefmilieu. Hoewel de Vlaming veel meer varkens- dan ander vlees verbruikt - zeker in de nasleep van de hormonenschandalen en de gekkekoeienziekte in de rundersector -, produceren de Vlaamse varkensboeren dubbel zoveel als wat ter plekke wordt geconsumeerd. Het gros is voor de uitvoer naar een markt waarop de concurrentie steeds heviger woedt.EEN LABEL VOOR GROENE VARKENSStudies hebben aangetoond dat extensieve veeteelt beter is voor het leefmilieu én voor de tewerkstelling in de sector, hoewel er in Vlaanderen misschien wat weinig ruimte is om op grote schaal kwaliteitsvolle "scharrelvarkens" te kweken. Hoewel het minder vlees per hectare oplevert, kan het concept rendabel zijn, omdat het minder kosten meebrengt, en er subsidies van de Europese Commissie aan gekoppeld zijn. Die kwamen er na de vaststellingen dat de consument "denkt dat dieren in dit systeem gelukkiger en gezonder zijn", dat de vleesindustrie dringend nood heeft aan een vriendelijker imago, en, terloops, dat de overproductie moet worden afgeremd. "We mogen toch niet vergeten dat als gevolg van de selectie die met de domesticatie gepaard ging, de landbouwhuisdieren van nu verschillend zijn van hun voorouders", benadrukt Rony Geers van het Laboratorium voor Kwaliteitszorg in de Dierproductie (KU Leuven). "Moderne varkens zitten misschien liever in een stal dan buiten op een wei. De normen voor stalklimaat die in 1994 zijn vastgelegd in het koninklijk besluit betreffende de bescherming van varkens in varkenshouderijen, steunen op een wetenschappelijke evaluatie van hormonale, fysiologische en gedragskenmerken. De afwezigheid van pijn en lijden is niet langer voldoende om welzijn te evalueren. In principe volstaan de normen om het comfort voor vleesvarkens en biggen te garanderen. Alleen over het al dan niet in groep huisvesten van zeugen bestaat nog discussie." Expert dierenwelzijn Frank Odberg van de Faculteit Diergeneeskunde aan de Gentse universiteit formuleert enkele kanttekeningen: "We weten pas sinds tien jaar iets over het gedrag van varkens in omstandigheden waarin zij zich kunnen gedragen zoals ze het zelf willen. We moeten er ook rekening mee houden dat veel natuurlijk gedrag van dieren alleen vertoond wordt als reactie op prikkels, die in niet-natuurlijke omstandigheden afwezig zijn. Toch zijn er mogelijkheden om het welzijn van varkens te verbeteren. Zeugen moeten kunnen beschikken over woelruimten en krabplaatsen, of losgelaten kunnen worden in een weide met schuilhokken. In stallen met vleesvarkens kan men de voederbakken voorzien van schotten, of de hokken zo indelen dat ondergeschikte dieren zich beter kunnen verschuilen en zo gemakkelijker kunnen eten. Een interessante optie is ook het werken met stabiele permanente groepen varkens van de geboorte tot het slachthuis." De weg naar een Vlaamse markt voor zogeheten groene varkens was tot voor kort hermetisch afgesloten. "Niet alleen voor de Boerenbond, ook voor de boeren zelf was zoiets onbespreekbaar", zegt Vera Dua van Agalev. "Maar dat verandert. Steeds meer jonge boeren beseffen dat massaproductie een doodlopend straatje is. Dat gebeurt niet uit idealisme, maar uit toekomstoverwegingen: ze zouden zich beter positioneren op de markt, en voor een groen varken zouden ze een betere prijs krijgen. Probleem was dat er bij ons geen normen voor biologische veehouderij of groene stallen bestonden, zoals in Nederland. Er waren ook geen circuits waarin boeren hun groen vlees konden aanbieden. Dat gaat echter gauw veranderen, want er zijn ondertussen richtlijnen voor biologische veeteelt, en er komt een label voor groene varkens." DE SECTOR VOLGT EEN CYCLUSVolgens Dua is de huidige crisis een voorspelbaar gevolg van het integratiemodel in de varkenssector, waarin tot 80 procent van de varkens onder contract van een veevoederbedrijf worden opgekweekt: "De boer is gedegradeerd tot een veredelde loonwerker, die varkens kweekt waarvan de eerste functie is dat ze voeder verbruiken. Dat leidde tot een explosie van het aantal varkens, waar de vrije markt geen greep op had. Crisissen werken het model in de hand, omdat zelfstandige kwekers als eerste in financiële moeilijkheden geraken, en dus gemakkelijker door de industrie worden ingelijfd. Het is duidelijk dat er iets moet gebeuren, maar de agro-industrie ligt dwars." Dua pleit voor een decreet dat de afbouw van de varkensstapel bij contracttelers stimuleert, en de activiteit van zelfstandige kwekers steunt. Het kabinet van Vlaams minister van Landbouw en Economie Eric Van Rompuy (CVP) berekende dat dit een paar miljard frank zou kosten. De Groenen counteren met het argument dat elk mestverwerkingsbedrijf een investering van drie miljard vereist. De Boerenbond, die met haar veevoederbedrijf Aveve diep in de varkensintegratie zit geworteld, promoot zonder schroom mestverwerking als de ultieme oplossing. "We hebben in het kader van het mestactieplan tijd tot 2003 om het mestoverschot weg te werken", zegt Roger Saenen. "Het plan voorziet tot dan de facto in een groeistop per bedrijf. Verder werken we aan maatregelen om de ongemakken van de varkensteelt in onze dichtbevolkte regio onder controle te houden zonder de sector te decimeren. We mogen niet vergeten dat in West-Vlaanderen de omzet van de varkenshouderij hoger is dan die van de haven van Zeebrugge." De Boerenbond denkt onder meer aan speciale beluchtingssystemen om de geurhinder te verminderen, aan compostinstallaties op bedrijven om mest te verwerken, aan voeders met minder milieubelastend fosfaat, en aan een betere aanpassing van de voeding aan de leeftijd van het varken. Ook de kwaliteit van het vlees wordt bijgestuurd om tegemoet te komen aan de wensen van de consument inzake veiligheid, kwaliteit en gezondheid. "Het duurt natuurlijk een aantal generaties voor er iets nieuws is", waarschuwt Saenen. "De magere varkens van nu zijn het resultaat van fokprogramma's uit de jaren zestig. Een varken is geen machine waarvan je zomaar een stuk verandert, tenzij misschien in de toekomst met genetische modificatie." Over maatregelen om het aantal varkens actief te verminderen, is de Boerenbond uiteraard niet enthousiast. "Wat zouden we bereiken door het beperken van de hoeveelheid varkens per staloppervlakte?" vraagt Saenen. "We hebben nu een optimale balans tussen economie en dierenwelzijn. Voor extensieve landbouw is er in Vlaanderen geen plaats. Het aantal varkens zal waarschijnlijk automatisch wat dalen, omdat het aantal boeren afneemt. We pleiten voor een uitstapregeling voor bedrijven met oude zeugen die financiële klappen krijgen als gevolg van de crisis." Kabinetschef Piet Van Temsche van federaal landbouwminister Karel Pinxten (CVP) zegt dat er nog geen definitief standpunt is over een eventuele aantalssanering in de varkenssector: "De discussies over de milieuproblemen en de economische crisis kruisen elkaar. Een van de potentiële oplossingen is een vermindering van het aanbod. Inzake dierenwelzijn zijn wij bereid heel ver te gaan als Europa dat als een prioriteit beschouwt, op voorwaarde dat alles wat hier op de markt komt - ook van buiten Europa - aan dezelfde normen voldoet. De concurrentie op wereldschaal is moordend geworden, als gevolg van een sterke stijging van de productie in de Verenigde Staten en een dalende vraag op de Aziatische markt. De varkenssector heeft altijd een cyclisch verloop gekend, maar als gevolg van de gekkekoeienziekte in Groot-Brittannië en de varkenspest in Nederland heeft de laatste hoogconjunctuur langer aangehouden dan gewoonlijk. Bijgevolg is het dal nu dieper. Toch gaan wij ervan uit dat de sector zich vanaf het najaar herstelt. De hamvraag blijft: hoe groot zal dat herstel zijn?" Dirk Draulans