Het japonisme in de mode.
...

Het japonisme in de mode. Een Japanse tv kopen, tot daar aan toe, maar een Japans kledingstuk aantrekken, dat is iets anders. Men geeft daarmee blijk van een zeer intieme fascinatie. De kimono, een traditioneel basisstuk van de Japanse garderobe, maakte na 1850 furore in Europa. Samen met de kimono werd een cultuurmodel en een levensfilosofie aangetrokken. Wat maakte dat Japanse project zo fascinerend voor de vorige eeuw ? Tegenover de ingewikkelde Europese mode complex, lastig om dragen en stilistisch zeer verwarrend staat het Japanse voorstel van een radicaal vereenvoudigde vorm. Een kimono is een rechte zak, waar twee brede armzakken in rechte lijn zijn aan vastgenaaid. Een gesp sluit het geheel aan het middel. Het idee is drapering in plaats van constructie. Europese kledij is functioneel, geslachtelijk en anatomisch gedetermineerd. De lichaamsbouw wordt in de westerse kledij precies gevolgd, als een tweede huid. De Japanse kledij daarentegen is geen constructie rond, maar een val van stof langs het lichaam. De kimono kan dan ook opgeplooid worden, het westerse kleed wordt aan een kapstok opgehangen : het eerste is doek, het tweede volume. Als drapering verzoent de kimono twee in Europa volledig uit elkaar geraakte idealen : stijl èn vrijheid, vorm èn vormloosheid, verbergen èn tonen. Bovendien stond de kimono voor een brede Japanse strategie : van de asymmetrie, het fragment, de ellips. De Japanse stijl heeft geen behoefte aan volledigheid, aan overzicht en kan het dus stellen zonder het perspectief, zonder het illusionisme. Juist daarom kan ze materie zo direct en ongekuist een plaats geven. Het leek alsof hier een extreem stijlbewuste cultuur opereerde, zonder de dwang van een academische stilistiek. Telkens weer stelt men bewonderend vast dat de Japanse cultuur geen verschil maakt tussen kunst en toegepaste kunst. Een systeem zonder hiërarchie, zonder perspectivische illusies, noch over het beeld, noch over het metafysische. Dat ?meta-? is overal en dus nergens. Na een grandioze periode van ?japonerie? sterft die belangstelling uit samen met de Jugendstil : men ziet geen dadaïst nog ?japoniseren? ! Maar in de jaren zeventig is Japanse mode meer dan ooit aan de orde : Japanse couturiers bepalen ons modebeeld zeer sterk, en daarmee ook onze filosofie van de kledij als een filosofie van de verpakking, niet van het verpakte. Ieder ?innerlijk? wordt sereen verborgen en averechts gereveleerd. Anti-expressief. Dirk Lauwaert ?Japonisme et mode?, Palais Galliera, Parijs, tot 4/8.Naar Cutler, Grammar of japanese ornament and design, Londen, 1880 : een systeem zonder hiërarchie.