Hij vergelijkt zijn rol met die van een tuinman. Hij heeft de keuze tussen het planten van een grote boom en het bemesten van de grond om hem vruchtbaar te maken. Conservator Laurent Busine (54) koos voor het tweede. Zo droeg hij eerst Denis Gielen en nu Jérôme André zijn geheime kennis van het vak over. Vandaag, meer dan drie jaar na de opening van het MAC's, het museum voor actuele kunst van de Franse Gemeenschap, acht de artistiek directeur de tijd rijp voor een balans. Tachtigduizend bezoekers per jaar, het gaat goed. Maar waarom gaat het goed? Omdat er een succesformule gevonden i...

Hij vergelijkt zijn rol met die van een tuinman. Hij heeft de keuze tussen het planten van een grote boom en het bemesten van de grond om hem vruchtbaar te maken. Conservator Laurent Busine (54) koos voor het tweede. Zo droeg hij eerst Denis Gielen en nu Jérôme André zijn geheime kennis van het vak over. Vandaag, meer dan drie jaar na de opening van het MAC's, het museum voor actuele kunst van de Franse Gemeenschap, acht de artistiek directeur de tijd rijp voor een balans. Tachtigduizend bezoekers per jaar, het gaat goed. Maar waarom gaat het goed? Omdat er een succesformule gevonden is? Die kan de neiging tot routine meebrengen. Omdat trouw aan de basisprincipes achter de collectievorming en de tentoonstellingen lonend blijkt? Niets komt het MAC's binnen of er wordt gekeken hoe het zich verhoudt tot de plaats of de architectuur, tot de geschiedenis of het geheugen, en tot de poëzie of de overdracht van emoties. Met de jaarlijkse 250.000 euro van de Franse Gemeenschap voor de collectie, kan standvastig maar niet royaal verzameld worden. Poëzie komt uit de taal, en als geen andere curator bespeelt Busine de overeenkomsten en wisselwerkingen tussen literaire en visuele taal. Stijlfiguren zijn altijd een kwestie van beeldend denken. Rimbaud ontmoet Magritte bezoekt Broodthaers. Van de weg die men op de vroegere mijnsite van Le Grand-Hornu bewandelt, kan men altijd zien waar hij begon, en ook waar hij naartoe leidt. In die zin contrasteert de situatie er gunstig met het geschipper, de overdaad en het soms bijna blind varen in de Vlaamse musea voor actuele kunst. Mee omdat Hornu zich buiten de grote centra bevindt, kan men er in een zekere rust werken, minder opgejaagd door politieke agenda's, het gedoe en de trends in de hedendaagse kunstwereld. Met de nieuwe tentoonstelling Anagramme (tot 7.5) zet men de vertrouwde principes nog eens op een rijtje, maar in een verrassende volgorde. De anagrammist Busine verandert Marie in Aimer, Police in Picole en 'endive braisée' in 'envie de baiser'. Maar vooral, hij mengt de MAC's-collectie op basis van haar grondprincipes - ruimte, memorie en poëzie - selectief tot een anagrammatische symfonie van de innerlijke wereld en de objecten, van de kleuren en de natuur, van de waanzin en de vrees voor de leegte. Zelden gaf een verstrengeling van werken (van onder anderen Guy Rombouts, Anne-Marie Schneider, Balthasar Burkhard, Michel François, Daan van Golden, Orla Barry en Rut Blees Luxemburg) zo'n bloedmooi, geconcentreerd en gelaagd verhaal te zien, waarin vertigo de onderstroming vormt. Het publiek kan zijn rol voorgespeeld zien in het videowerk van David Claerbout, De Piano uit 2002. In een harde regen te voet onderweg, besluit een vrouw om naar een huis te lopen, naar iemand die daar piano zit te spelen. De vrouw komt onder de bekoring van de muziek, maar blijft uit het eigenlijke mysterie buitengesloten. Eer ze er erg in heeft, staat ze weer op straat in de regen. Jan Braet