Met aanslagen in Londen, Manchester en Duitsland demonstreerde het Iers Republi- keins Leger dat het nog meetelt. Maar wat het IRA echt wil, is vooralsnog onduidelijk.
...

Met aanslagen in Londen, Manchester en Duitsland demonstreerde het Iers Republi- keins Leger dat het nog meetelt. Maar wat het IRA echt wil, is vooralsnog onduidelijk.BOMBARDEER DE vijand naar de onderhandelingstafel, dwing hem te onderhandelen. Die strategie verlengt het conflict, omdat elk aanbod tot onderhandelen wordt beschouwd als een teken dat de ander op het punt staat te bezwijken. Een kwarteeuw lang heeft ze het geweld tussen protestanten en katholieken in Noord-Ierland opgevoerd. Wat begon onder de vorm van vreedzame betogingen, ontwikkelde zich in de loop der jaren, via straatgevechten, tot terreur op grote schaal. De regering in Londen reageerde afwisselend met politieke ingrepen, die mislukten, en met repressie, die alleen sympathie opleverde voor de republikeinse nationalisten. Dat het verboden Iers Republikeins Leger (IRA) in september 1994 plotseling een wapenstilstand uitriep, en daarin gevolgd werd door de protestantse paramilitaire groepen, betekende een breuk met de oude strategie. Die nochtans had gewerkt. Want, ondanks officiële ontkenningen, bleven (en blijven) de Ierse en Britse regering contact houden met alle gewapende groepen en hun leiders. Er daagde echter geen oplossing, omdat de standpunten mijlenver uit elkaar lagen. De nationalisten in Noord-Ierland bleven pleiten voor een hereniging van het eiland, de unionisten weigerden dat in overweging te nemen. Bovendien bleek het verbale geweld van alle partijen de voedingsbodem van wederzijds wantrouwen. Twee belangrijke feiten maakten een opening in de impasse. De Britse premier John Major vond in december 1993 een gelukkige formule. In de opstandige provincie kon slechts iets veranderen als ?de meerderheid van het volk dat wou?. Acht maanden later slaagden twee Noord-Ierse katholieke politici, John Hume en Gerry Adams, erin een staakt-het-vuren te negociëren. Voor het eerst in de bloedige geschiedenis van het conflict waren de nationalistische partijen klaar om publiek te onderhandelen. GEMISTE KANS.Ze voelden zich veilig omdat het IRA met de gang van zaken instemde. Omdat politici en terroristen er eindelijk over akkoord gingen dat de oorlog tegen de Britten niet kon worden gewonnen en dat vrede mogelijk was. De vijand leek definitief op weg naar de onderhandelingstafel en geweld zou op zo'n moment contraproductief zijn. De regering-Major zwaar gehavend en verscheurd door allerlei schandalen miste evenwel de boot. Het IRA aarzelde zichzelf op te heffen. Het gehakketak rond wie wel en niet mocht meepraten, overtuigde er het IRA blijkbaar van het via terreur best nog eens een teken van leven gaf, en dat de tegenstander nog een paar bommen en doden nodig had om echt te gaan onderhandelen. Maar zijn aanslagen in Engeland en Duitsland spoorden niet aan tot gesprekken. Het heropflakkerend geweld sluisde alleen meer soldaten in de Noord-Ierse straten. De angst was er weer, maar ook het protest tegen de gang van zaken. Achttien maanden van vrede hadden de geesten onder de bevolking beïnvloed. Dat viel ook te merken toen de Noord-Ieren moesten kiezen wie hen bij de vredesbesprekingen zou vertegenwoordigen. Sinn Fein, de radicale nationalistische partij die nu vrede predikt, won vijftig procent meer stemmen dan bij vorige verkiezingen. Maar ze mag niet mee om de tafel zolang het IRA geen nieuw staakt-het-vuren afkondigt. En dat IRA heeft weinig keuze. Geweld betekent niet mee onderhandelen ; ontwapenen betekent het einde van het geheime leger. In beide gevallen telt het niet meer mee. Het gevaar nu is dat in de beweging een scheuring optreedt. Dat gebeurde voorheen telkens de pogingen tot het stichten van vrede verzandden. En elke nieuwe scheurpartij was harder, militanter en onverzoenlijker dan de vorige organisatie. Er zijn nu al tekenen dat enkele eenheden onafhankelijk opereren. Zo werd begin juni een Iers politieman neergeschoten. Het IRA ontkende iets met de aanval te maken te hebben en het gaf later toe dat het om een niet-bevolen actie van leden ging. Iedereen heeft het raden naar de echte plannen van het IRA, zelfs nadat het vorige donderdag meldde dat de ?strijd doorgaat?. Een ding is wel duidelijk : de terreurorganisatie kan waar en wanneer ook toeslaan. Ze beschikt over voldoende wapens, geld en vrijwilligers om zelfmoordcommando's op pad te sturen. Maar ze heeft de steun nodig van het volk waarvoor ze zegt te strijden. En dat Noord-Ierse volk heeft, via betogingen en verkiezingen, geweld afgewezen. Vandaar dat de IRA-aanslagen niet in Noord-Ierland plaats hebben, maar in Engeland en op het vasteland, tegen het symbool van ?de bezetter?, het Britse leger. De oude strijd werd niet gewonnen toen de Britse regering comfortabel in het zadel zat ; toen de Verenigde Staten de ?katholieke zaak? volop steunden ; toen de Ierse Republiek een veilig onderduikadres betekende. Nu John Major en de Amerikaanse president Bill Clinton voor verkiezingen staan en de Ierse premier John Bruton een eind wil maken aan het conflict zal het IRA moeten kiezen. Tussen isolement en onderhandelingen, tussen oorlog en vrede. M.V. Met zijn aanslagen (hier, in Manchester) kiest het IRA voor het isolement.