1. de middelvinger opgestoken naar een medeweggebruiker
...

1. de middelvinger opgestoken naar een medeweggebruiker 2. de richtingaanwijzer niet gebruikt 3. medemensen de rug toegekeerd bij de bushalte 4. sigarettenpeuken in de goot gekeild 5. hondenpoep niet opgeruimd 6. negatief gedacht 7. de balk in het eigen oog niet gezien Heeft u ze alle zeven goed gelezen? Wat is uw score? Heeft u zich wel eens schuldig gemaakt aan een van deze vergrijpen? Dan moet u ophouden met zeuren over het Vlaams Blok, want dan heeft u in gedachten al op die partij gestemd. Verbeter de wereld, begin bij uzelf! Dat is ongeveer de portee van een reeks opiniestukken van Manu Claeys, die van Kerstmis tot nieuwjaar in De Standaard werden gepubliceerd onder de kop: Het Vlaams Blok in elk van ons. Manu Claeys is niet de eerste die zich het hoofd breekt over het succes van extreem-rechts. Bijna tien jaar geleden analyseerde een commissie van eminente academici als Luc Huyse, Mark Elchardus en Marc Swyngedouw in opdracht van toenmalig SP-voorzitter Frank Vandenbroucke de verkiezingsuitslag van 24 november 1991. De commissie kwam met de aanbeveling de Vlaams Blok-kiezer vooral niet te stigmatiseren. Immers: 'Aan het uitbrengen van een proteststem kan (een gevoelen van) algemeen-maatschappelijke verwaarlozing ten grondslag liggen. Het kiesgedrag moet dan worden gezien als een noodkreet.' Wijze woorden. Maar sinds ook villabewoners in Schilde en Zoersel op het Vlaams Blok stemmen, is de teneur van de commentaren veranderd. Manu Claeys is de zoveelste in een stoet van flagellanten, die onder luid misbaar zichzelf tot bloedens toe geselen - niet in een kloostercel, maar op de Grote Markt, tot lering en vermaak van de omstanders. Wij zijn allen zondaars! Daar is natuurlijk geen speld tussen te krijgen. Wat kan er tegen zijn om dat te constateren? Daar is dit tegen: we schieten er niets mee op. 'Een pleidooi tegen (sic!) slordig denken' noemt de redactie van De Standaard de bijdragen van Claeys. Het valt te vrezen dat Claeys geen ongelijk heeft als hij een volgende Zwarte Zondag voorspelt: 'Het is gevaarlijk om te veronderstellen dat het bij een volgende verkiezingsronde niet zo'n vaart zal lopen, want we hebben onze volksaard tegen.' Maar zijn argumentatie deugt niet. De Vlaamse volksaard (Claeys gebruikt het begrip om de haverklap) is volgens de auteur de optelsom van 'zes onhebbelijkheden' en 'een verzameling van mentale tekorten': een gebrek aan consequentie, een gebrek aan inlevingsvermogen, een gebrek aan realiteitsbesef, een gebrek aan rationaliteit, een gebrek aan durf en een gebrek aan burgerzin. De Vlamingen zijn, kortom, 'een gesloten, sociaal geretardeerd en chagrijnig volk'. Voilà! Wat we eigenlijk zouden moeten doen, schrijft Claeys, is onze volksaard bijsturen. Zou het? Als een volksaard al bestaat, is hij dan wel bij te sturen? De uitvinder van het begrip Volksgeist, de Duitse romanticus Johann Gottfried Herder, schreef al in 1774: 'Bevooroordeeld zijn is goed op zijn tijd, want het maakt gelukkig. Het voert volkeren terug naar hun middelpunt, hecht hen stevig aan hun stam en brengt hen tot groter bloei, elk naar hun eigen aard.' Zeg dit jaar dus niet langer: ik heb de hondenpoep niet opgeruimd, want ik had haast. Zeg: ik heb de hondenpoep niet opgeruimd, want dat ligt nu eenmaal in mijn volksaard.Piet Piryns