Boeiend wordt het zeker. Al was het maar om te volgen in welke toonaarden de diverse media erover zullen berichten. Op vrijdag 9 februari begint het proces tegen drie zogenaamde satelliet-vzw's van het Vlaams Blok, die door de Liga voor de Mensenrechten en het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding zijn gedagvaard. Straks zal een rechter moeten oordelen of die vzw's zich al dan niet schuldig maken aan 'discriminatie en segregatie'.
...

Boeiend wordt het zeker. Al was het maar om te volgen in welke toonaarden de diverse media erover zullen berichten. Op vrijdag 9 februari begint het proces tegen drie zogenaamde satelliet-vzw's van het Vlaams Blok, die door de Liga voor de Mensenrechten en het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding zijn gedagvaard. Straks zal een rechter moeten oordelen of die vzw's zich al dan niet schuldig maken aan 'discriminatie en segregatie'.Zaterdag vroeg Patrick Dewael de media om 'een code' op te stellen over hoe ze omgaan met extreem-rechts en bepaalde 'vooroordelen en schijnproblemen'. Vermoedelijk doelde hij daarmee onder meer op de manier waarop sommige media de kleine criminaliteit uitvergroten en het 'onveiligheidsgevoel' aanwakkeren. Want kennelijk verkoopt dat goed: mensen bang maken voor handtassendieven en 'gelukzoekers'. Mag de minister-president die vraag stellen? Zeker. Of zullen we het straks niet geweten hebben? Als het Blok ooit de meerderheid haalt in Antwerpen, zal dat dan uitsluitend te wijten zijn aan de politiek? Als er wordt gepleit voor 'fatsoenlijk bestuur', mag er dan ook worden gepleit voor idem dito berichtgeving - dat wil zeggen: deontologisch verantwoord naar vorm en inhoud? Wat houdt de Vlaamse hoofdredacteuren tegen om hierover een Staten-Generaal bijeen te roepen? Om zich op z'n minst de vraag te stellen: ís er wel een probleem? Voor Klaus Van Isacker lijkt zo'n Staten-Generaal alvast volstrekt overbodig. In De Morgen van vorige zaterdag werd de VTM-nieuwschef geconfronteerd met het door sociologen aangetoonde verband tussen het kijk- en stemgedrag van een deel van het VTM-publiek. Zijn antwoord verdient het om integraal te worden geciteerd: 'Van dergelijke beweringen geloof ik dus helemaal niets. Als ik naar de Vlaamse universiteiten kijk, en als ik zie wat daar gebeurt en met welke ongelooflijke onbekwaamheid naar media gekeken wordt, dan zie ik enkel een gebrek aan kennis bij professoren. Eerst zeggen ze dat ze nooit naar VTM kijken, maar vervolgens moeten ze wel lesgeven over de media. Arm Vlaanderen.' Hierbij moet men zich toch terdege in de arm knijpen: de man die zó achteloos de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naast zich neerlegt, is dus directeur-informatie van de Vlaamse Televisie Maatschappij. Joël De Ceulaer