Sinds enkele jaren hebben nogal wat Belgen de heroplevende stad Rijsel herontdekt. De hele regio Nord-Pas-de-Calais beleefde vorig jaar dankzij het eclatante succes van de filmkomedie Bienvenue chez les Ch'tis van Dany Boon een toeristische stormloop zonder voorgaande, tot verbijstering van de rest van Frankrijk. Maar voor heel wat Belgische ondernemers heeft het Franse verlengstuk van onze Westhoek al veel langer geen geheimen meer. Het blijkt zelfs een logische eerste stap voor Belgische bedrijven die op zoek gaan naar een stek buiten de landsgrenzen. De Belgen zijn in de regio de op twee na belangrijkste buitenlandse investeerders, na de Duitsers en de Amerikanen, en zorgden er de afgelopen vijftien jaar voor 8126 nieuwe jobs. 244 Belgische groepen zijn er intussen gevestigd, met onder meer kleppers als AB InBev en Tessenderlo Group.
...

Sinds enkele jaren hebben nogal wat Belgen de heroplevende stad Rijsel herontdekt. De hele regio Nord-Pas-de-Calais beleefde vorig jaar dankzij het eclatante succes van de filmkomedie Bienvenue chez les Ch'tis van Dany Boon een toeristische stormloop zonder voorgaande, tot verbijstering van de rest van Frankrijk. Maar voor heel wat Belgische ondernemers heeft het Franse verlengstuk van onze Westhoek al veel langer geen geheimen meer. Het blijkt zelfs een logische eerste stap voor Belgische bedrijven die op zoek gaan naar een stek buiten de landsgrenzen. De Belgen zijn in de regio de op twee na belangrijkste buitenlandse investeerders, na de Duitsers en de Amerikanen, en zorgden er de afgelopen vijftien jaar voor 8126 nieuwe jobs. 244 Belgische groepen zijn er intussen gevestigd, met onder meer kleppers als AB InBev en Tessenderlo Group. Limburger Luc Van Holzaet, de directeur général van ConHexa, weet wat onze ondernemers er komen zoeken. Zijn logistieke bedrijf heeft sinds begin jaren negentig met Dunfresh en Dunfrost twee filialen in de haven van Duinkerke, vanwaar het fruit en groenten transporteert. 'We hebben voor deze plek gekozen omdat onze klanten toch in de eerste plaats exporteurs zijn. En voor een logistiek bedrijf heeft Duinkerke veel troeven, al hebben we dan misschien niet alle voordelen van de grote havens van Zeebrugge en Antwerpen. De ligging is minstens even interessant, zowel voor de Benelux, het Verenigd Koninkrijk, Spanje als voor Italië. En wanneer bananen worden aangevoerd uit Latijns-Amerika, is de haven van Duinkerke dichter. Voor Rotterdam of Antwerpen moet je nog een stuk dieper varen, en dat speelt mee', aldus Van Holzaet. 'Bovendien was en is hier nog veel plaats om nieuwe bedrijven in te planten.' De cijfers lijken hem in zijn keuze gelijk te geven. Uit het tweejaarlijkse European Distribution Report van vastgoedconsultant Cushman & Wakefield bleek in 2008 nog dat de regio Nord-Pas-de-Calais Vlaanderen stilaan heeft bijgebeend als logistiek hart van Europa. Dat de streek nog veel beschikbare ruimte heeft, in tegenstelling tot Vlaanderen, heeft een groot aandeel in die inhaalbeweging. 'Ik heb Duinkerke zien evolueren tot de derde haven van Frankrijk, na Marseille en Le Havre', zegt Van Holzaet. 'President Nicolas Sarkozy heeft dat intussen goed begrepen. Hij steunt de "port du Nord" heel erg. Er zijn in de regio vandaag ook meer middelen om je hier te ontwikkelen. Daardoor is het vandaag een stuk makkelijker om je hier te vestigen dan toen wij begonnen.' Vanuit Valenciennes probeert de Oost-Vlaming Dominique De Cock, gedelegeerd bestuurder van het nieuwe bedrijf Cellumat, sinds dit jaar tegelijk de Franse en de Belgische markt te veroveren met hoogisolerend cellenbeton. 'Je bent maar net over de grens, en plots gaat die grote Franse markt volledig open. In ons geval was hier alleen een ingeslapen quasi-monopolist aanwezig', zegt de burgerlijk ingenieur. En hoewel hij in het buitenland onderneemt, pendelt De Cock dagelijks vanuit zijn Belgische woonplaats. Ook Luc Van Holzaet van Dunfresh woont nog altijd in Poperinge in de Westhoek, en staat elke ochtend in een half uur, filevrij, in Duinkerke. Maar ook Noord-Frankrijk worstelt nog altijd met enkele hardnekkige clichés die het hele Franse ondernemersklimaat al jaren achtervolgen en die buitenlandse investeerders traditioneel afschrikken. De trage, logge en onefficiënte reputatie van de Franse administratie en de plaatselijke overheden, bijvoorbeeld. David Appia, de Franse ambassadeur voor internationale investeringen en voorzitter van het Invest in France Agency , dat buitenlandse bedrijven moet overtuigen zich in de republiek te vestigen, krijgt het bezwaar nog vaak te horen. 'De administratieve rompslomp is hier volgens mij niet zwaarder dan elders voor ondernemers', zegt hij. 'Maar wij Fransen moeten die mythes toch leren toegeven en kritisch voor onszelf zijn. En we moeten ons ook bewust zijn van de perceptie. Al moet ik zeggen dat die vaak sterk verschilt per land. Onder Amerikanen leven die clichés nog heel erg, maar bij de Ita-lianen, die ons goed kennen, is dat al veel minder.' En ook de Belgen die Knack sprak, tillen er blijkbaar niet zo zwaar aan. Dominique De Cock merkte maar weinig van die beruchte traagheid. 'Toen we klaar waren voor de markt, was de oprichting van het bedrijf in drie maanden rond', zegt hij schouderophalend. Al geeft ook hij toe dat het soms efficiënter kan. 'Een voorbeeld: telkens als je een interim-kracht wilt aanwerven, moet je administratief motiveren waarom je die nodig hebt. Terwijl je vaak pas op het laatste moment beslist dat je nog voor enkele dagen iemand kunt gebruiken. Dat kan in Vlaanderen inderdaad vlotter.' Alain Leemans uit Dilbeek was dan weer vooral onder de indruk van de medewerking die hij van de grensgemeente Arras kreeg toen hij er het deegwarenbedrijf Fraisnor oprichtte. 'Ik was de Belgische gemeenten gewoon, en hier stootte ik op een heel andere houding bij de plaatselijke overheid', zegt hij. 'Zowel toen ik me hier kwam vestigen als vandaag. Als ik met een probleem zit, schiet iedereen meteen in actie.' Ambassadeur Appia ziet het in het noorden van Frankrijk ook de goede kant uitgaan, maar nog niet overal. 'Er is al veel vooruitgang geboekt, en dat was ook nodig. Want laten we wel wezen: als een buitenlandse ceo door de administratie behandeld wordt als om het even wie, dan gaat hij elders waar het efficiënter werken is en hij beter gesoigneerd wordt. Daarom moet de hele Franse administratie nog aandachtiger en opener worden om buitenlandse investeerders efficiënt te ontvangen. Oók voor de kleine ondernemingen. Want er zijn andere landen waar buitenlandse investeerders echt in de watten gelegd worden, zelfs als ze nog maar een heel klein beetje interesse tonen. In een mondialiserende wereld maakt een ondernemer op basis daarvan zijn keuze', aldus Appia. Hij is wel enthousiast over het nieuwe beeld van Frankrijk dat Nicolas Sarkozy uitdraagt. 'Onze president werkt al twee jaar aan een geheel van hervormingen, en die daadkracht heeft Frankrijk aantrekkelijker gemaakt. Sarkozy past ons land aan de mondialisering aan, en dat wordt duidelijk goed gepercipieerd in de wereld.' Het gerenommeerde blad The Economist, dat het Franse economische model onlangs op zijn cover boven het Duitse en het Britse liet uittorenen, lijkt Appia daarin te steunen. Een ander cliché dat veel Belgische ondernemers afschrikt, is dat van de hevige syndicaten in Frankrijk. Een beeld dat de Belgen in le Nord moeilijk kunnen ontkennen tegen de recente achtergrond van blokkades door vissers en enthousiast stakende studenten en spoorwegen. 'Op vakbondsniveau is het inderdaad harder in Frankrijk', bevestigt Luc Van Holzaet. 'En toegegeven, als ze me zouden vragen om een bedrijf te beginnen in Marseille, bedank ik. Maar in het noorden ligt de arbeidscultuur het dichtst bij de onze. Hier in Duinkerke voel je het verschil met Vlaanderen zelfs niet echt.' Van zijn ruim honderd medewerkers zijn er bovendien een deel Vlamingen - nog een voordeel van de nabijheid van West-Vlaanderen. 'De overgang naar de 35-urenweek, dat was wel een moeilijk moment', geeft Van Holzaet toe. 'Volgens mij had men daar beter op Europa gewacht, zodat voor iedereen dezelfde regels gelden. We zijn toen van 39 naar 35 uren moeten gaan, met behoud van loon. Een erg dure zaak. Maar bon, het Belgische systeem heeft ook zijn nadelen. De loondruk is hier bijvoorbeeld een pak lager. En doordat je hier niet zoals in België voor een groot stuk voor de staat werkt, is er hier ook minder zwartwerk.' DOOR THOMAS VERBEKE