Beschouw het als een vorm van hoffelijkheid. Het gebruik wil dat een nieuwe ploeg gedurende enkele maanden het voordeel van de twijfel geniet. Een soort van wittebroodsweken, waaraan waarnemers zich meestal met scrupule houden. Ook al zijn ze doorgewinterd in het vak, ministers moeten in een nieuwe regering toch weer de weg vinden. Misschien hebben verkiezingen de pikorde in het wereldje veranderd en moet eerst duidelijk worden wiens woord nu zwaarder weegt. Vaak wordt na een maand of drie - honderd dagen! - een eerste balans opgemaakt. Het moment voor omstanders om zich een mening te vormen.
...

Beschouw het als een vorm van hoffelijkheid. Het gebruik wil dat een nieuwe ploeg gedurende enkele maanden het voordeel van de twijfel geniet. Een soort van wittebroodsweken, waaraan waarnemers zich meestal met scrupule houden. Ook al zijn ze doorgewinterd in het vak, ministers moeten in een nieuwe regering toch weer de weg vinden. Misschien hebben verkiezingen de pikorde in het wereldje veranderd en moet eerst duidelijk worden wiens woord nu zwaarder weegt. Vaak wordt na een maand of drie - honderd dagen! - een eerste balans opgemaakt. Het moment voor omstanders om zich een mening te vormen. Omdat die ongeschreven regel bekend is, viel het des te meer op hoe snel de nieuwe Belgische regering na haar eedaflegging in juli in de tang werd genomen. De wrevel die de kop opstak, was ongewoon. En geheel in tegenstelling met de welwillende manier waarop de eerste regering van Guy Verhofstadt in de zomer van 1999 werd ontvangen. Het is niet geheel duidelijk waarom de gebruikelijke schroom in dit geval meteen werd afgelegd. Had het misschien te maken met het gehannes met de genocidewet, die op bevel van Washington werd herschreven? Ging het over de belabberde economische cijfers, waarmee paarse excellenties voor en na de verkiezingen nogal luchthartig leken om te springen? Werd er zonder meer getwijfeld aan de ernst van de gegevens waarmee aan de onderhandelingstafel over het beleid van de komende jaren werd gepraat? Het hielp in ieder geval niet dat de kraakverse minister Fientje Moerman onmiddellijk een lastenverhoging moest aankondigen. Dat de Nationale Bank haar weinig bemoedigende vooruitzichten voor de Belgische economie handig ná de verkiezingen bekend maakte, riep vragen op. De communicatiepolitiek van de Britse premier Tony Blair wordt in Brussel al jaren met bewondering gevolgd. Communicatiedirecteur Alastair Campbell maakte vorige week zijn ontslag bekend: in een poging om de oorlog met Irak aan het publiek te verkopen, was zijn dienst enkele stappen te ver gegaan. Wie zo agressief communiceert, riskeert dat zelfs de grootste believers ten slotte van hun geloof vallen. Of speelden de soms wat onverwachte namen van de nieuwe excellenties zelf een rol? Wie daarbij de verdeling van de bevoegdheidspakketten voor ogen houdt, kan met een beetje slechte wil de indruk krijgen dat Verhofstadt II een poging wil doen om het land met niet meer dan zes, zeven topministers te besturen. De andere ministers en staatssecretarissen lijken vooral één opdracht te hebben gekregen: zich opmaken voor de regionale verkiezingen, die volgend jaar worden gehouden. Ze hebben tien maanden de tijd om zich, op kosten van de gemeenschap, een imago te verwerven waarmee ze in 2004 aan de slag moeten. Partijvoorzitters maken er geen geheim van. Ook wie nu minister is, moet straks weer aan de bak. Politiek talent is schaars, zo heet het. Het moet altijd weer op andere terreinen kunnen worden ingezet. Het resultaat is dat er een soort waas over de politiek wordt gelegd, waarbij mensen voortdurend tussen het federale en het regionale niveau pendelen en tussendoor ook nog even afdalen naar het lokale. De verkiezingen voor de federale en de regionale instellingen werden ooit op een verschillend moment gepland, om de regionale parlementen meer autoriteit te verlenen. Zoals het nu gaat, kan van geen Belg worden gevraagd om de verschillende bestuursniveaus uit elkaar te houden. Ondertussen worden tientallen zitjes in het federale parlement ingenomen door lui die daar zitten in de plaats van wie echt werd verkozen. Wie een instelling wil uithollen, kan geen betere manier kiezen dan ze vol te stoppen met mensen die er maar een stoel warm houden voor iemand anders. Het parlement vervult steeds meer een louter protocollaire rol. Hoe fraaier het pluche, hoe meer medewerkers er door de gangen lopen, hoe meer vergoedingen de parlementsleden zichzelf laten uitkeren, hoe minder ze te zeggen hebben. Het parlement controleert de regering niet meer. Dat doet uiteindelijk nog alleen de kiezer zelf, als het zijn beurt is. Hij slaat en zalft, in wat bijna een vorm van directe democratie is geworden, terwijl de volksvertegenwoordiging in de marge buitenspel staat. De komende maanden zullen de gevolgen duidelijk worden van de praktijk, die wil dat zoveel, vaak jonge politici zich vanuit een regeringsfunctie in de kijker moeten knokken. Het zal voor een spervuur zorgen van al dan niet goed gevonden ideeën en voorstellen. De media zullen er zich mee amuseren. Maar al die moeite zal helaas weinig bijdragen tot de aanpak van reële problemen - en die zijn er genoeg. De conjunctuur kan het hele paarse project slopen. De regering heeft groei nodig, anders wordt de druk op de welvaartsstaat straks erg groot. Dat de man in de straat niet bijster gerust naar dat spektakel kijkt, bleek na de verkiezingen ook uit de roep om het sérieux van iemand zoals Frank Vandenbroucke. Maar ook de minister van Arbeid en Pensioenen weet niet goed hoe hij de paradox moet uitleggen. Hij zit in een regering, die er alles aan moet doen om mensen langer aan het werk te houden. Maar tegelijk hangt ze een beeld van zichzelf op dat daar helemaal haaks op staat. Rik Van Cauwelaert is met vakantie.Hubert van Humbeeck