De roep om een staatshervorming komt in Vlaanderen in de eerste plaats van de rechterzijde van het politieke spectrum. Zoals de Vooruitgroep stelde, is dit omdat het Vlaams economisch regionalisme vandaag in de eerste plaats begrepen moet worden in de context van een neoliberaal globaliseringsverhaal. Vlaanderen hoopt zich via deregulering en het loslaten van solidariteit met Wallonië tot de meest competitieve en technologisch geavanceerde regiovan Europa op te werken.
...

De roep om een staatshervorming komt in Vlaanderen in de eerste plaats van de rechterzijde van het politieke spectrum. Zoals de Vooruitgroep stelde, is dit omdat het Vlaams economisch regionalisme vandaag in de eerste plaats begrepen moet worden in de context van een neoliberaal globaliseringsverhaal. Vlaanderen hoopt zich via deregulering en het loslaten van solidariteit met Wallonië tot de meest competitieve en technologisch geavanceerde regiovan Europa op te werken. Ook een deel van links Vlaanderen lijkt echter vragende partij te zijn voor een staatshervorming. Binnen de SP.A spreekt men dan van de behoefte aan een 'sociale staatshervorming', zoals de titel luidt van een eind juni 2008 door het SP.A-partijbestuur goedgekeurde nota. Die oefening is evenwel niet makkelijk. Het solidariteitsbeginsel bepaalt voor links Vlaanderen de contouren waarin discussies over staatshervorming mogelijk zijn. De solidariteit tussen de rijkere en armere inwoners en de solidariteit tussen rijkere en armere regio's zijn pijlers van onze verzorgingsstaat. Links kan zich niet permitteren dat daaraan geraakt wordt. Niet toevallig kozen de vakbonden in 2008 dan ook de slogan 'red de solidariteit' in hun internetcampagne die het communautaire opbod hekelt. Met de vraag naar een 'sociale staatshervorming' begeeft men zich wat het solidariteitsprincipe betreft toch op glad ijs. Want ook al stelt men in de SP.A-nota dat het gaat om 'een betere sociale bescherming op te bouwen' en benadrukt men dat het niet om een staatshervorming uit na-tionalistische motieven mag gaan, leiden voorstellen tot 'resultaatsgebonden impuls-financiering' mogelijk tot het opgeven van interregionale solidariteit. In dat licht kunnen bij een aantal elementen uit de recente SP.A-nota kritische kanttekeningen gemaakt worden. Indien één regio performanter aan de start verschijnt dan een andere, moet men niet verbaasd zijn dat de beter gewapende regio aan de eindstreep betere resultaten zal boeken dan de andere regio. Resultaatsgebonden impulsfinanciering zal in die zin slechts billijk zijn als de tellers bij aanvang voor iedereen op gelijke hoogte staan. 'Resultaatsgebonden impulsfinanciering' lijkt een logisch middel om een bestuursniveau tot verantwoordelijk gedrag aan te zetten, maar gezien het in realiteit onmogelijk is de tellers op nul te zetten, moet de bepaling van wat haalbare resultaten zijn op een faire en gedifferentieerde wijze plaatsvinden. Zo niet is het gewoon een schaamlapje voor het moedwillig opgeven van solidariteit.