Natuurlijk staan er onvolkomenheden in het VN-rapport over de economische plundering van Congo. De krachtlijn ervan valt toch niet verkeerd te begrijpen: dat de oorlog in Congo alleen kan voortduren omdat velen daar goed geld aan verdienen, in de eerste plaats de politieke en militaire elites van Congo, Zimbabwe, Rwanda en Uganda. De oorlog geeft hen de kans om de hand te leggen op allerlei grondstoffen en dus mag die oorlog niet ophouden, anders verliezen ze hun lucratieve handeltjes. Maar die kunnen al evenmin bestaan als het geroofde spul geen afzet vindt in de rijke landen. Het gaat om diamant, goud, kobalt, koper, germanium, coltan of tropisch hout, waar te...

Natuurlijk staan er onvolkomenheden in het VN-rapport over de economische plundering van Congo. De krachtlijn ervan valt toch niet verkeerd te begrijpen: dat de oorlog in Congo alleen kan voortduren omdat velen daar goed geld aan verdienen, in de eerste plaats de politieke en militaire elites van Congo, Zimbabwe, Rwanda en Uganda. De oorlog geeft hen de kans om de hand te leggen op allerlei grondstoffen en dus mag die oorlog niet ophouden, anders verliezen ze hun lucratieve handeltjes. Maar die kunnen al evenmin bestaan als het geroofde spul geen afzet vindt in de rijke landen. Het gaat om diamant, goud, kobalt, koper, germanium, coltan of tropisch hout, waar ter plekke niet veel mee aan te vangen valt, maar wat wel zeer dienstig is voor de spitstechnologie of de luxe-industrie. Oké, het zijn de slimmerds die een snelle cent binnenharken. Maar de factuur die daarvoor naar de Congolezen wordt doorgeschoven, is echt niet om licht overheen te gaan: miljoenen doden, miljoenen vluchtelingen, tientallen miljoenen mensen die in onveiligheid, ellende en onderontwikkeling leven. Ook Belgische bedrijven spelen een rol in Congo's exploitatie. Niet alleen Libanese diamanthandelaars in Antwerpen, maar ook ernstige banken, de groep rond zakenman George Forrest, die op veel goodwill bij de liberalen kan rekenen, of Umicore, met onder anderen Jean-Luc Dehaene (CD&V) in de raad van bestuur. Natuurlijk zijn zij niet direct medeplichtig aan wat er in Congo gebeurt. Maar ze kunnen erover niet onwetend zijn - en dan is het de vraag wat ze daaraan doen. Het VN-rapport noemt sommige Antwerpse diamantairs ronduit criminelen, banden met de islamitische terreur inbegrepen. Maar de Antwerpse politie heeft niet de mankracht om de zaak uit te spitten. Hoeft ook niet, zegt de diamantlobby, zaken gaan voor en als de VN problemen heeft met de Congolese diamant, moet ze maar een verbod uitvaardigen. Minister Louis Michel - die, als het niets kost, graag een ethische buitenlandse politiek bepleit - liet ook al weten dat België niet heiliger dan de paus hoeft te zijn. Niet met wapens voor Nepal, niet met diamant. Nee, Congolese diamant staat niet onder embargo, maar moet alleen de wet dan voor enige ethiek zorgen? Bedrijven werken trouwens liever met convenanten dan met dwingende wetten. En zo bestaat er al iets, de OESO-gedragscode voor multinationals. Alle genoemde bedrijven overtreden die volgens het VN-rapport en de regering heeft de morele plicht daartegen op te treden. Wat kennelijk niet met veel enthousiasme gebeurt. Hoe zou het ook anders kunnen, als inderdaad zoveel politici in raden van bestuur bij de Forrest-groep of Umicore zitten, zoete broodjes bakken met de Ugandese president Museveni, zoals ex-CD&V'er en nu VLD'er Johan Van Hecke, of met een Herman De Croo, die er geen graten in ziet om als kamervoorzitter advocaat in Congo te spelen. In Nederland is zoiets onverenigbaar, maar, zo zei hij in Trends, 'bij ons is dat niet zo en dat vind ik ook goed'. Ze beweren dat ze wel op hun deontologie zullen letten, we mogen gerust zijn. De inzet van de belangen is natuurlijk groot, en ze raken de kern van de vrije markt, waarvan ethiek niet het fort is. Is het moralistisch of larmoyant om daarop te wijzen? Er is natuurlijk nog een andere optie mogelijk om in het leven te staan. De cynische bijvoorbeeld. Marc Reynebeau