Een uitstekende inleiding op het werk van John Rawls - onder redactie van Ronald Tinnevelt en Gert Verhaegen, met bijdragen van onder anderen Frank Vandenbroucke, Koen Raes, Marc Hooghe en Percy B. Lehning - verscheen onlangs bij uitgeverij Pelckmans in Kapellen.
...

Een uitstekende inleiding op het werk van John Rawls - onder redactie van Ronald Tinnevelt en Gert Verhaegen, met bijdragen van onder anderen Frank Vandenbroucke, Koen Raes, Marc Hooghe en Percy B. Lehning - verscheen onlangs bij uitgeverij Pelckmans in Kapellen. Hij was niet echt een publieke figuur. Net als zijn landgenoot J.D. Salinger was de vorige week op 81-jarige leeftijd overleden Amerikaanse filosoof John Rawls in feite de auteur van één boek. En net als de schrijver van The Catcher in the Rye schuwde Rawls de openbaarheid. Tijdens zijn lange academische carrière (hij doceerde in Harvard) gaf hij welgeteld twee interviews. Slechts één keer bemoeide hij zich met een 'actuele' gebeurtenis, toen hij in 1995 - vijftig jaar na de feiten - de atoombombardementen op Hiroshima en Nagasaki veroordeelde. Zijn Magnum Opus A Theory of Jus- tice verscheen in 1971. Hij had er meer dan twintig jaar aan gewerkt en zou er de rest van zijn leven in de schaarse publicaties die nog volgden op voortborduren. In A Theory of Justice probeerde Rawls een blauwdruk te ontwerpen voor een rechtvaardige samenleving en de theorie van het 'sociaal contract', zoals die ontworpen was door denkers als Thomas Hobbes, John Locke en Jean-Jacques Rousseau, toe te passen op de 20e eeuw. De vraag is daarbij hoe men een zo groot mogelijke vrijheid voor ieder individu kan verzoenen met het 'algemeen belang'. Sociale en economische ongelijkheid, zo betoogde Rawls, is alleen maar acceptabel in de mate dat de minstbedeelden in de samenleving ervan profiteren. Hij introduceerde daartoe het 'herstelbeginsel': 'Onverdiende ongelijkheden vragen om herstel; en gezien ongelijkheden door geboorte en door natuurlijke talenten of handicaps onverdiend zijn, moeten deze ongelijkheden op de een of andere manier worden gecompenseerd.' Een centraal begrip in de filosofie van Rawls is 'de sluier van onwetendheid'. Om te weten hoe we een rechtvaardige samenleving moeten inrichten, zouden we ons moeten onderwerpen aan een gedachte-experiment. Voor welke samenleving zouden we opteren als we niet van te voren wisten of we rijk of arm zijn, autochtoon of allochtoon, katholiek of moslim, man of vrouw, mooi en sterk of juist ziek, zwak en misselijk? Laten we er, met andere woorden, van uitgaan dat we zelf wel eens brute pech zouden kunnen hebben. Wie een taart moet verdelen zonder te weten welk stuk hij zal krijgen, heeft er alle belang bij dat zo eerlijk mogelijk te doen. Rawls kant zich tegen het utilitarisme, dat de nadruk legt op het onmiddellijke nut van overheidsmaatregelen om 'het grootst mogelijke geluk over het grootst mogelijk aantal mensen te verspreiden'. Hij heeft kritiek op zowel de vrije markt als de kapitalistische verzorgingsstaat: het volstaat niet pechvogels te helpen, het gaat erom dat de zwakste groep het van meet af aan zo goed mogelijk moet hebben. In het voetspoor van zijn leermeester Immanuel Kant beschouwt Rawls de mens als een doel op zichzelf: mensen zijn verantwoordelijk voor de keuzes die ze maken, maar de 'basisstructuur' van de samenleving moet ervoor zorgen dat lusten en lasten billijk worden verdeeld. Voor sommigen was Rawls 'de laatste linkse filosoof'. Maar hoewel neoliberale denkers als Friedrich von Hayek hevig met hem in de clinch gingen, had het werk van Rawls ook grote invloed ter rechterzijde, zowel in de Verenigde Staten als in Europa. Het Britse New Labour van Tony Blair is niet denkbaar zonder Rawls en toen Frank Vandenbroucke naar Oxford trok voor zijn doctoraal, was Rawls een van zijn inspiratiebronnen. In de woorden van Vandenbroucke: 'Zoals sociaal-democraten op het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw kleur moesten bekennen en een positie kiezen tegenover het theoretische werk van Karl Marx, zo moeten sociaal-democraten in het begin van de 21e eeuw kleur bekennen en een positie kiezen tegenover John Rawls.'Piet Piryns