Elke dag, nu al dertig maanden lang, vallen er in Congo evenveel doden als op die beruchte elfde september. De New Yorkse massamoord kluisterde de hele wereld aan het beeldscherm en de gevolgen ervan laten zich tot in de verste uithoeken voelen. De dagelijkse Congolese massamoord veroorzaakt nauwelijks enige rimpeling in de vijver van de internationale politiek. Behalve in België.
...

Elke dag, nu al dertig maanden lang, vallen er in Congo evenveel doden als op die beruchte elfde september. De New Yorkse massamoord kluisterde de hele wereld aan het beeldscherm en de gevolgen ervan laten zich tot in de verste uithoeken voelen. De dagelijkse Congolese massamoord veroorzaakt nauwelijks enige rimpeling in de vijver van de internationale politiek. Behalve in België.Afrika laat België niet los. Veertig jaar oude gebeurtenissen zijn hier nog steeds voorpaginanieuws. Premier, minister van Buitenlandse Zaken en staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking zijn met veel panache en zin voor timing actief bezig met Afrika en, denk ik, vanuit een oprecht gevoel van morele verantwoordelijkheid tegenover dat continent. Maar is die inzet niet op drijfzand gebouwd?Het is niet moeilijk om Cassandra te spelen als het om Centraal-Afrika gaat. De toestand lijkt er soms hopeloos en uitzichtloos. De erfenis van Mobutu en de volkenmoord in Rwanda hebben een zware hypotheek gelegd op de hele regio. Centraal-Afrika is vandaag 's werelds meest complexe conflict. Sinds 1998 hebben strijdkrachten uit negen landen en minstens evenveel rebellenbewegingen getracht controle over het Congolese grondgebied en/of over de natuurlijke rijkdommen te krijgen, voor louter lokale belangen of om etnisch-politieke beweegredenen. Wat men er ook moge ondernemen, het risico op ontgoocheling is er groter dan de kans op succes. Vandaar dan ook chapeau voor de meesterzet van minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (PRL), drie weken geleden. In hetzelfde parmantige gebouw waar ooit nog de onafhankelijkheid van Congo is onderhandeld, slaagde hij erin - tegen alle verwachtingen, argwaan en cynisme in - de sans-voix een stem te geven en daarmee misschien ook het zieltogende vredesproces wat zuurstof toe te dienen. Waar de wapens spreken, wordt de samenleving het zwijgen opgelegd. Een van de assen van het Belgische Afrikabeleid was de dialoog onder Congolezen. Aangezien de macht uit de loop van het geweer komt, draaide die dialoog vooral rond de gewapende rebellen, de buitenlandse broodheren en president Kabila zelf. Maar afspraken werden niet nagekomen en van uitstel leek afstel te komen. De talrijke niet-gouvernementele organisaties die meer dan wie ook in Congo een minimum aan menselijke solidariteit in stand hebben gehouden, waren naar de zijlijn verbannen. Intussen verslechterde de toestand in het land, zodat ook de andere assen van het Belgische Centraal-Afrikabeleid dichtslibden: noch de uitbouw van de rechtsstaat noch het economisch herstel boekten vooruitgang. Met de mensenrechten wordt een loopje genomen. De corruptie tierde en tiert er opnieuw even welig als onder Mobutu. De strikte begrotingscontrole die Kabila heeft doorgevoerd, mag dan al geslaagd worden genoemd, het is de Congolese bevolking die er de prijs voor betaalt. Kabila bracht er zijn eigen positie mee in het gedrang, die trouwens reeds ondermijnd was door de gecombineerde druk van het buitenland en zijn eigen hardliners. Met het informele overleg van Brussel heeft België de Congolese dialoog niet alleen het programma aangeboden dat haar totnogtoe ontbrak. Kabila, zonder eigen machtsbasis en zonder echt leger, krijgt tevens voor het eerst een eigen potentiële machtspijler in de Congolese samenleving aangereikt - als hij tenminste de aanbevelingen van de société civile tot de zijne maakt. En toch. Hoe moet het nu verder? Het Belgische engagement steunt op een smalle basis. Stel dat morgen een nieuwe terrorismegolf alle politieke aandacht en energie opeist, dan riskeert Afrika opnieuw weg te kwijnen - zoals het geval was tijdens het Belgische EU-voorzitterschap. Wat het Afrikabeleid van dit land nu echt nodig heeft, is duurzaamheid en verankering.Er dreigt immers een schrijnende kloof tussen intenties en acties. Ministeriële inzet en persoonlijke gezanten zijn noodzakelijk en dikwijls cruciaal als een politieke impasse dreigt of als geopolitieke plooien gladgestreken moeten worden - maar als men een marathon wil lopen, komen ze adem tekort. Neem nu het groots aangekondigde actieplan voor de regio der Grote Meren dat de regering vorige zomer bekendmaakte. Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat dit in feite niets meer bevatte dan veel intenties en zes oude ontwikkelingsprojecten in Congo. Punt. Toch zou er van die intenties ook echt werk kunnen worden gemaakt. Zo bijvoorbeeld van de aanhoudende nadruk op de wederopbouw van de Congolese staat. Het falen van de staat verklaart, meer dan welke andere oorzaak ook, het falen van Afrika. Sedert 1992 legt de Wereldbank opnieuw de klemtoon op de rol van de staat als een absoluut noodzakelijk instrument van economische ontwikkeling en goed bestuur. Maar de Bank erkent ook dat haar eigen inspanningen zich hoofdzakelijk beperkt hebben tot de centrale banken en de ministeries van justitie, en veeleer gericht waren op de vermindering van de loondruk dan op de verhoging van de levenskwaliteit. Om te verhinderen dat de nog resterende Congolese staatsstructuren verder aftakelen, is een langdurig programma om de institutionele en administratieve capaciteiten van de Congolese overheidsdiensten te versterken de beste dienst die men aan het land én aan de levensvatbaarheid van de rechtstaat aldaar kan bewijzen. Een zwakke, minderwaardige staat die niet bij machte is een tegenwicht te bieden, roept immers om een autoritaire leider.Zulks vergt een aanpak die de ambtstermijn van één Belgische regering ver overstijgt, en de huidige mogelijkheden van onze diplomatie en onze ontwikkelingssamenwerking te boven gaat, waar expertise van buitenaf verankerd moet worden met de expertise binnen de Belgische overheid. Een 'reflectiekamer' voor het Belgische beleid in Centraal-Afrika: het zou een mooi cadeau zijn voor een regio waar we - willens nillens - nog wel een poos mee te maken zullen hebben. We kunnen het dan net zo goed serieus aanpakken. Zoals twintig jaar geleden de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken overigens al had beloofd.