Wat is een goede reden voor oorlog?
...

Wat is een goede reden voor oorlog? De vraag impliceert dat oorlogen om een bepaalde reden gevoerd worden. Dat is allerminst een vanzelfsprekende onderstelling. Misschien moeten grootschalige gewapende conflicten anders begrepen worden dan als duels die om een bepaalde reden uitgevochten worden. Mogelijk vloeien oorlogen veeleer voort uit de oncontroleerbare dynamiek van confrontaties met een natuurlijke neiging tot escalatie. Geweld lokt tegengeweld uit, en dat zorgt voor de zelfversterking van het proces. Zo ontwikkelen oorlogen zich uit zichzelf. De eerste vijf moorden zijn het moeilijkst, daarna gaat het vanzelf. Maar misschien kan er soms ook een reden zijn. In elk geval worden er door de strijdende partijen altijd wel enkele genoemd. Indien er geldige redenen bestaan om tot een oorlog te besluiten, welke zijn die dan? Laten we drie gevallen onderscheiden. Geweld kan gebruikt worden met de volgende oogmerken: ofwel om een eigen voordeel na te streven, ofwel uit zelfverdediging, ofwel om een ander die slachtoffer is van agressie te hulp te komen. Vooraleer te onderzoeken in welke gevallen het geweld gerechtvaardigd kan zijn, is het nodig een verder onderscheid te maken, want ook de schaal van de gebeurtenissen speelt een rol. Het probleem stelt zich anders voor individuen dan voor staten, en moet daarom voor beide afzonderlijk beschouwd worden. Individuen die geweld gebruiken bij hun streven naar persoonlijk voordeel, plegen een misdrijf. Geen redelijke ziel die dat betwist. Roofmoord of car-jacking kunnen in geen enkele samenleving geduld worden. Het is mogelijk dat verzachtende omstandigheden bestaan, waardoor het oordeel over de dader eventueel mild kan zijn, maar die nemen het laakbaar karakter van de daad in principe niet weg. Wel kunnen omstandigheden voorkomen die dermate verzachtend zijn dat ze de dader helemaal vrijpleiten, bijvoorbeeld wanneer hij voor zijn eigen fysieke bestaan vocht. Maar dat is zelfverdediging, en brengt ons in het tweede geval. Algemeen wordt aangenomen dat het gebruik van geweld geoorloofd is voor de wettige zelfverdediging. Wie bedreigd wordt met een pistool, mag zelf schieten. Zelfs de strenge christelijke moraal is het daarmee eens. De catechismus citeert Thomas van Aquino om te benadrukken dat het toegelaten is geweld te gebruiken - desnoods dodelijk geweld - om het eigen leven te beschermen. "Men is meer verplicht te waken over zijn eigen leven dan over dat van een ander", verduidelijkt de heilige Thomas. Toch is dat allemaal een beetje vreemd in het licht van de woorden en de daden van de stichter van het christendom. Christus vroeg zijn leerlingen om diegenen die hen op de wang slaan, de andere wang toe te kennen. Hij heeft zichzelf niet verdedigd en gebood Petrus het zwaard in de schede te steken. Wat de Kerk predikt, klinkt te redelijk om helemaal christelijk te zijn. Over het derde geval, is maar één ethische stellingname mogelijk. Wanneer iemand aangevallen wordt en het slachtoffer maar beschermd kan worden door geweld tegen de aanvaller te gebruiken, is dat geweld niet alleen geoorloofd, maar verplicht. Indien de politie een gijzelaar kan redden door de gijzelnemer neer te schieten, moet zij dat doen. Wie een mens in nood niet helpt, begaat zelf een misdaad. Bij militaire confrontaties tussen staten gelden niet noodzakelijk dezelfde normen. Dat neemt niet weg dat de conclusie in het eerste geval - geweld voor eigen voordeel - gelijkluidend moet zijn. Het is staten evenmin als hun burgers toegelaten te plunderen en te roven. Veroveringsoorlogen zijn misdaden tegen de mensheid. Een oorlog uit zelfverdediging wordt daarentegen algemeen aanvaardbaar geacht. Elk land beschikt over een defensiemacht, en geen enkele morele of juridische instantie veroordeelt een land dat zijn leger inzet om zich tegen een aanvallende mogendheid te verdedigen. Men kan hier niet eens het christelijke ideaal van de weerloosheid inroepen, want een overheid heeft de plicht haar burgers te beschermen. Toch is het nodig dit recht op zelfverdediging zijn onvoorwaardelijkheid te ontnemen. De technologische ontwikkeling maakt het nodig sommige gevestigde morele beginselen te herdenken. Door het gebruik van massavernietigingswapens kan een staat bij de verdediging van zichzelf méér schade aanrichten dan zelfs het recht op eigen voortbestaan kan rechtvaardigen. Niemand heeft het recht de halve wereld te verwoesten om de eigen plaats daarop veilig te stellen. Daarom zou het passend zijn landen die nucleaire wapens bezitten, het morele recht op zelfverdediging te ontzeggen. Costa Rica mag zich met alle middelen verdedigen, Frankrijk niet. Principieel komt deze annulatie van een natuurlijk recht neer op de morele veroordeling van het bezit van deze wapens. Wie bereid is zoveel te vernielen om zelf te blijven bestaan, verdient niet te bestaan. Tenslotte het geval van de staat die de verdediging op zich neemt van een slachtoffer van agressie. Militair optreden lijkt in deze omstandigheid niet alleen gerechtvaardigd, maar een plicht van internationale solidariteit. Dat zou het klare besluit zijn indien het niet tot een pijnlijke paradox leidde. Door het aangevallen volk te hulp te komen, valt de hulpverlenende natie een ander volk aan en maakt het zelf slachtoffers. Anders dan bij een conflict tussen individuen, zijn deze slachtoffers in het algemeen niet de aanvallers zelf, ook al is het doelwit nu de aanvallende staat. Staten zijn immers slechts abstracties; men mag, strikt genomen, geen staat bombarderen; alleen mensen voelen de bommen. De enige concrete werkelijkheid is die van de mannen en vrouwen die leven, werken, en moeten sterven. En het zijn niet zij die onder de bommen terechtkomen, die de misdaden beginnen waarop de bommen het antwoord zijn. De oorlog die de terreur voor de enen moet stoppen, zaait terreur voor anderen. De enige tussenkomst die vanuit humanitair oogpunt gerechtvaardigd is, is er een die de spiraal van het geweld doorbreekt. De interventie die aan de slachtoffers in het ene kamp slachtoffers in het andere kamp toevoegt, sticht geen vrede. Ze vormt alleen een reden voor een volgende oorlog.Gerard Bodifée