DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN IN VERVLOGEN TIJDEN RIEPEN DE MATROZEN vanuit hun kraaiennest hoog in de mast : land in zicht ! Op haar ?schip van state? (een mooi maar onbruikbaar geworden beeld van ouderwetse, koersvaste politiek) laat vandaag ook de Belgische regering de kreet weerklinken dat ?Maastricht? eindelijk opdoemt aan de horizon. De naam van die stad aan de stroom is het alom bekende symbool geworden van de op til zijnde Europese Monetaire Unie (EMU). Binnen haar met man en macht versterkte muren werd vijf jaar geleden bij verdrag afgesproken, over de kortgeknipte hoofden van driehonderd miljoen inwoners van de EU heen, dat deze laatsten hun lief en leed weldra met een andere munt zullen betalen : de euro. Zowel Finnen als Grieken, Portugezen en Duitsers zullen de grondslag van hun economisch bestaan (loon, spaargeld, bouwlening, prijzen, staatsschuld) uitgedrukt zien in een ander en naar te vrezen valt soms raadselachtig getal. Hun kronen, drachmen of marken worden dan opgeslorpt weggetoverd door een volgens de Nieuwe Europese Devotie te vereren mystiek lichaam, een nieuwe autoriteit. Ze zullen moeten leren daarin vertrouwen te hebben. Geld vormt een belangrijk bestanddeel in elke sociale filosofie. Het vertelt namelijk veel over de waarde en maar dat is iets anders de prijs van wat mensen nastreven, presteren of willen bezitten. Daarom hebben politieke machthebbers er altijd hun stempel (beeldenaar) op gedrukt. Zij verzekerden hun onderdanen dat de als ruilmiddel gebruikte muntstukken of briefjes ?waarachtig? waren : ze gaven gegarandeerd aanspraak op een deeltje van een centraal opgeslagen bezit (in de vorm van goud, patrimonium of andere tegoeden) waarvan de aanwezigheid door het Gezag werd gegarandeerd. Dat is, eenvoudig uitgedrukt, de beschavingsrol van elke Nationale Bank. Sedert ?Maastricht? vraagt de Europese Unie haar onderdanen een boven-nationale uitbreiding van die rol te aanvaarden. Het geld van Belgen of Nederlanders ontleent zijn waarde dan mede aan het collectieve bezit (of prestaties, of economische vooruitzichten) van Portugezen, Fransen en Italianen. Die vraag is niet alleen verstandig maar ook begeesterend. Ze wil leiden tot een krachtig verbond tussen burgers uit alle culturen en tradities, die het eindresultaat van hun handelend leven (studeren, uitvinden, arbeiden, investeren, sparen, erven...) met elkaar willen delen. Waar is dat goed voor ? Omdat het aaneensmeden van het eigenbelang van elke mens in de EU-staten goed is voor het vermijden van oorlog en het bewaren van vrede. In Europa is dat geen overbodige luxe. Zeker nu Duitsland vijf jaar geleden weer even groot werd als vroeger, en het kleinere Frankrijk daar moeite mee heeft, valt de intieme verstrengeling van hun nationale ambities te verkiezen boven de onderlinge botsingen die zich eeuw na eeuw voordeden. Daarom is het streven naar een eenheidsmunt (en inbegrepen dus ook een gezamenlijk politiek optreden in de wereld) een grandioos, profetisch project. Het houdt echter ook in, zoals bijvoorbeeld de Deense en Britse regeringen momenteel beweren, dat alle burgers van de Europese Unie op betrekkelijk korte termijn in een nieuwe staatsvorm terecht zullen komen. De ?vorst? die zijn beeldenaar op het geld drukt, zal een andere zijn. En dat laatste wordt in het verdrag van Maastricht niet openhartig gezegd. De tegenstanders van de EMU hebben gelijk in hun opvatting dat de monetair-politieke revolutie te geruisloos in haar werk gaat. De mensen worden er als het ware bijgelapt voor ze er erg in hebben. Ook vallen een aantal lelijke bezwaren in te brengen tegen die fameuze ?normen? van Maastricht, waaraan onder andere de Belgische regering zonder voorbehoud probeert te gehoorzamen. Die normen schijnen te eenzijdig gericht op een beperkt begrotingstekort en een niet te hoge overheidsschuld. Hierdoor kunnen landen die straks als eersten tot de EMU behoren, niet langer overschakelen op een tot dusver vaak gebruikte methode : bij hoge werkloosheid of andere sociale problemen veel openbare investeringen doen, dus schulden maken en ten gevolge daarvan desnoods devalueren. Dat ?monetair instrument? valt voortaan weg. Volgens het EMU-recept zullen Luxemburg en Spanje, in een nochtans grondig verschillend economisch landschap, hetzelfde beleid van inkomsten en uitgaven moeten voeren. Dat zal niet houdbaar zijn, vrezen economen die ook oog hebben voor sociale spanningen of de noodzaak om gefrustreerde steden te saneren. Terwijl de EMU er al zal zijn, en een nog onbekend aantal lidstaten er van bij het begin in opgesloten zitten, zullen die hun plaatselijke moeilijkheden zoals immigratie, misdaad en industriële concurrentie op wereldschaal nog altijd binnen de oude nationale staatsvorm moeten oplossen. Of toch gedeeltelijk. Als grootscheeps plan biedt de EMU voor de toekomst niettemin een adembenemend panorama vol vrijheid, ideeënruil, economische bloei en alles wat een breeddenkend mens maar kan verzinnen. DAAR TEGENOVER STAAN de onmiddellijk voelbare nadelen, zoals een door bijna alle Europese regeringen gevoerd, paniekerig begrotingsbeleid van meer fiscale druk en zuiniger bestedingen. In dat laatste dilemma zit ook de huidige Belgische state of the union verwikkeld. De coalitie kan niet anders omdat, ooit, het ?Europa van Maastricht? de slepende doodsstrijd van het Belgische bestel in een elegant gebaar van euthanasie zal moeten beëindigen. Onder meer de monarchie beseft dat haarscherp en stemt er haar strategie op af. De resten van België zullen straks niet worden aangetroffen in een Vlaamse of Waalse staatkundige constructie, maar hogerop. Europa wordt nu al stilzwijgend aangezocht om ergens in de 21ste eeuw als enige, deftige begrafenisondernemer op te treden. In het licht van dat besef biedt Dehaene zijn begroting 1997 aan, met haar laag mitrailleurvuur van nieuwe belastingen. Van alle EMU-kandidaten heeft hij dat precaire lidmaatschap meer nodig dan wie ook. Als laatste grote Belg wil hij morgen een propere uitvaart. Misschien strekt hem dat zelfs tot eer, ook al moet hij er een verborgen agenda voor volkladden.