Tachtig geaccrediteerde controleartsen van de Vlaamse Gemeenschap voerden tussen 1993 en 2001 bij 18.457 sportbeoefenaars dopingcontroles uit. In totaal bezochten ze 3606 sportmanifestaties. Afgezien daarvan waren er ook controles buiten competitie. 1084 sportlui leverden een positief plasje af: omgerekend bleek dus 5,8 procent, ongeveer één op achttien, van de verboden lijst te hebben gesnoept.
...

Tachtig geaccrediteerde controleartsen van de Vlaamse Gemeenschap voerden tussen 1993 en 2001 bij 18.457 sportbeoefenaars dopingcontroles uit. In totaal bezochten ze 3606 sportmanifestaties. Afgezien daarvan waren er ook controles buiten competitie. 1084 sportlui leverden een positief plasje af: omgerekend bleek dus 5,8 procent, ongeveer één op achttien, van de verboden lijst te hebben gesnoept. De controles die de sportfederaties - bijvoorbeeld de internationale wielerunie UCI, de wereldvoetbalbond Fifa of de internationale atletiekfederatie IAAF - zelf op Vlaamse bodem hebben uitgevoerd, komen niet voor in de cijfers van de Vlaamse Gemeenschap. Voorlopig wordt er evenmin een onderscheid gemaakt tussen amateursporters en profsporters.Wat vertellen de tabellen? Er blijkt onomstotelijk uit dat het wielrennen al jaren de strengst gecontroleerde sport is. In 1993 leverden coureurs bijna de helft van de stalen, nu nog altijd ruim een derde. Het aantal gecontroleerde voetballers is in 2001 meer dan gehalveerd in vergelijking met 1993, het aantal atletiekbeoefenaars dat een plasje moest afleveren, is met 60 procent gestegen ( zie tabel 'Aantal manifestaties gecontroleerd op doping'). In positieve plasjes staat het wielrennen ook bovenaan de lijst, al is er wel een lichte daling waarneembaar. Opvallend is het geringe aantal overtreders in het voetbal (niet eens 1 procent in 2001), en de oververtegenwoordiging van volleyballers, bodybuilders en gevechtssporters in de lijst van overtreders. Ruim 8,5 procent van de gecontroleerde volleyballers, dik 11 procent van de gecontroleerde bodybuilders en 1 op 10 gevechtssporters leverden een positief plasje af. Opmerkelijk, maar niet noodzakelijk statistisch significant, omwille van het geringe aantal controles dat er in de drie voornoemde sporttakken wordt uitgevoerd. Bij de gebruikte producten valt vooral de opmars op van de narcotica, zeg maar verdovende middelen. Een opmars die gedeeltelijk verklaard kan worden vanuit de controles zelf, die sinds 1993 andere producten viseren (en ook op een groter aantal inbreuken controleren). Merk ook op hoe het aantal positieve gevallen met anabolica is verminderd, maar dat testosteron na een forse terugval in de late jaren negentig weer een plaatsje in het dopinggebruik heeft veroverd ( zie tabel 'Gedetecteerde dopingproducten'). Sporters tussen de 24 en de 30 jaar leverden in de voorbije acht jaar het vaakst een positief plasje af ( tabellen 'Positief volgens leeftijd' en 'Positief volgens leeftijd en sport'). Waar het puur om topsporters gaat, ligt dit voor de hand: tussen hun 24e en hun 30e zijn die in de regel op hun sterkst, dan worden de beste prestaties verwacht en is bijgevolg de verleiding om naar verboden middelen te grijpen het grootst. De jongste drie jaar valt er echter een opvallende, en ook wel verontrustende evolutie vast te stellen - hoewel statistisch misschien niet significant, omdat het over te weinig gevallen gaat. Het blijkt namelijk dat ook de jongeren tussen 18 en 23 jaar hun oudere collega's hebben bijgehaald in het afleveren van positieve dopingstalen. Frank Demets