Ja
...

JaJan Rodts"Toen de olieramp zich voordeed, werden de asielen in Bretagne overspoeld. Ze konden het werk niet aan. De Franse Ligue pour la Protection des Oiseaux vroeg hulp aan de zusterorganisaties in Nederland, België en Groot-Brittannië. Wij hadden drie mogelijkheden: alles doen wat we kunnen, niets doen en toekijken of naar de Bretoense kust trekken en de vogels daar allemaal afmaken. Volgens ons maakten we de juiste keuze toen we de olieslachtoffers aanvaardden. Nederland met z'n lange kust en talrijke gespecialiseerde centra, zei ook ja. Spectaculair bij ons was dat een luchtbrug werd ingelegd en dat de zeekoeten en alken per vliegtuig arriveerden. Bij die vogels zaten zeer zwaar vervuilde exemplaren, maar ook heel actieve vogels die niet zo erg besmeurd waren. Die kregen voorrang omdat hun overlevingskans het grootst was. Wij zijn namelijk geen sentimentele zielen, we zijn realisten met jaren ervaring: we zullen de vogels die geen enkele kans meer hebben om te overleven, wel degelijk euthanaseren. Maar wij hebben ze dan gezien en onderzocht, terwijl Natuurreservaten lijkt te pleiten voor algemene euthanasie zonder de conditie van de vogels te kennen. Dat kan niet volgens ons: respect voor de natuur is respect voor alle levende wezens. En dat houdt in dat we alles doen om zoveel mogelijk vogels te redden. We zijn trouwens blij dat de eerste resultaten zo goed zijn al weten we wel dat er in de volgende dagen nog slachtoffers kunnen vallen. We weten dat we met deze actie niet bijdragen tot het behoud van de Europese zeekoeten, maar het principe van onze werking is dat mensen die een gewonde vogel vinden, in een gespecialiseerd centrum terecht kunnen. De vrijwilligers die ingezet werden, waren goed gebriefd, werkten onder begeleiding van ervaren mensen en van dierenartsen. Zo zien die vrijwilligers ook wat natuurbescherming inhoudt en hoe met die natuur wordt omgesprongen. Dat educatieve aspect is niet te verwaarlozen. Achter elke vrijwilliger staat een groep gezinsleden en vrienden, die zich zo ook bewust worden van wat er misloopt. We zien de ene olieramp na de andere gebeuren en niemand trekt daar lessen uit. Misschien schudt deze actie de publieke opinie wakker, maar ook de oliemaatschappijen, de politieke overheden in dit land, in Europa en in de wereld."NeeJohn Van GompelHet probleem van de olievervuiling wordt niet opgelost door zoveel mogelijk vogels schoon te maken, zegt dr. John Van Gompel, ondervoorzitter van de vzw Natuurreservaten. Hij schreef een handleiding voor de behandeling van olieslachtoffers. "Er werden honderden met stookolie besmeurde zeevogels vanuit Bretagne overgebracht naar België, waar een paar honderd vrijwilligers klaarstonden om hen te verzorgen. Het gaat om speciale diersoorten die zeer stressgevoelig zijn. Hun verenkleed moet met niet-toxische producten schoongemaakt worden, ze hebben aangepaste medicatie tegen de vergiftigingsverschijnselen nodig en een aangepaste voeding - de meeste soorten eten alleen kleine visjes als zandspiering en sprot. Stookolierampen dunnen de vogelpopulatie: maximaal tien procent bereikt levend de kust, uit jarenlange ervaring in gespecialiseerde opvangcentra blijkt dat van die tien procent maximaal nog eens tien procent gered kan worden. Tot overmaat van ramp zullen de meeste van die geredde vogels onvruchtbaar blijven als gevolg van de vergiftiging. Bij de verzorging in gespecialiseerde centra kunnen vrijwilligers helpen, voor zover er een goede begeleiding is. Onze kritiek heeft dan ook geenszins betrekking op de talrijke vrijwilligers, integendeel. Het zijn mensen die met de beste bedoelingen, uit terechte verontwaardiging proberen hun steentje bij te dragen. Vanuit het standpunt van natuurbehoud is het misschien niet slecht dat al die mensen ook eens geconfronteerd worden met de gevolgen van zo'n milieuramp. Waar zit het dan fout? Van de honderden vogels die vanuit Bretagne werden overgebracht, waren de meeste zo erg in de olie gedrenkt dat geen enkele redding mogelijk was. Hoe erg ook: het enige wat voor die dieren kon worden gedaan, was ze met een spuitje uit hun lijden verlossen. Vele tientallen waren bij aankomst trouwens al overleden. Waarom moesten die dieren dan nog een extra lijdensweg en een transport naar België ondergaan? Beweringen in de pers als zou tot de helft van de vogels gered kunnen worden, scheppen - bij vrijwilligers en publiek - daarenboven de indruk dat het probleem van stookolielozingen uiteindelijk wel te verhelpen is als maar zoveel mogelijk vogeltjes gereinigd worden. Dat is onjuist en het leidt de aandacht af van de enig mogelijke oplossing van het probleem: het eindelijk toepassen van de internationale wetten en verdragen die olierampen en lozingen onmogelijk moeten maken."Opgetekend door Misjoe Verleyen