Nederland wordt slapend rijk door de enorme aardgasbel in zijn ondergrond. Maar we hoeven niet jaloers te zijn. België verdient ook heel wat aan Europa en de NAVO. Een studie die de Brusselse gewestminister Jos Chabert (CVP) liet maken raamt dat de aanwezigheid van de Europese instellingen goed is voor 217 miljard frank per jaar. Daarvan komt 172 miljard in de Belgische en vooral de Brusselse economie terecht. Brussel doet als hoofdstad van Europa het bruto binnenlands product nog heel wat procenten stijgen. Vreemd dan toch dat uit onderzoek telkens weer blijkt dat niet eens de helft van de Belgen positief staat tegenover Europa.
...

Nederland wordt slapend rijk door de enorme aardgasbel in zijn ondergrond. Maar we hoeven niet jaloers te zijn. België verdient ook heel wat aan Europa en de NAVO. Een studie die de Brusselse gewestminister Jos Chabert (CVP) liet maken raamt dat de aanwezigheid van de Europese instellingen goed is voor 217 miljard frank per jaar. Daarvan komt 172 miljard in de Belgische en vooral de Brusselse economie terecht. Brussel doet als hoofdstad van Europa het bruto binnenlands product nog heel wat procenten stijgen. Vreemd dan toch dat uit onderzoek telkens weer blijkt dat niet eens de helft van de Belgen positief staat tegenover Europa.Naast de centen is er het imago. Brussel zet België op de wereldkaart. De Europese hoofdstad is bekender dan het land waarin ze ligt. De invloedrijke internationale televisiezender CNN bericht haast dagelijks uit Brussels. Sinds de oorlog in Kosovo kent heel de wereld de ingang van het NAVO-hoofdkwartier in Evere. Dat is niet weinig belangrijk voor een economie met een kleine binnenmarkt en veel buitenland. Belgische zakenlui die in Azië of Latijns-Amerika exportmarkten aanboren, hebben dankzij Brussel een mooi visitekaartje: ze komen niet uit een minuscuul landje, maar uit het dynamische centrum van Europa. Brussel 'had alles' om een rustige ingeslapen provinciestad te blijven, maar Europa heeft er een wereldcentrum van gemaakt. Het Washington-achtige overheidsapparaat heeft een krachtig aanzuigeffect. In geen enkele Europese stad zitten meer hoofdkwartieren en kerncentra van multinationale ondernemingen bijeen. Dat gaat van het gigantische hygiënebedrijf Procter & Gamble tot het intussen overbekende koerierbedrijf DHL. Zelfs de Japanse autoconstructeur Toyota vindt België de meest geschikte vestigingsplaats, hoewel zijn productiefabriek in Frankrijk staat. Bedrijfsconsultants McKinsey en Arthur Anderson en advocatenkantoren à la De Bandt en Van Hecke hebben een omvang die het Belgische werkterrein ver overschrijdt. ZEVENHONDERD JOURNALISTENNaar schatting biedt Europa en alles wat daarmee samenhangt werk aan 60.000 tot 70.000 mensen, waarvan ongeveer de helft Belgen. Gezinsleden meergerekend levert dat een veelvoud aan consumenten op. Het gaat om een heel heterogeen internationaal gezelschap, met één gemeenschappelijk kenmerk: hoge lonen. De betere restaurants leven van hen, net als veel sport- en golfclubs. En ook de dure winkelzaken aan de Louisalaan en de antiekhandelaars rond de Zavel rekenen de eurocraten tot hun beste klanten. De internationale en Europese gemeenschap kent de weg naar het Palais des Beaux Arts. Het buitenlandse volkje houdt van Brussel en zijn Bourgondische levenswijze. Euroambtenaren bestempelen Brussel als kosmopolitisch, slecht georganiseerd, vuil en met veel verkeer, maar toch groen en met een goed cultureel aanbod. De eurocratie is 16.000 mensen sterk. Daarrond opereren nog 10.000 lobbyisten en hun aantal blijft maar stijgen. Allerlei pressiegroepen volgen de besluitvorming van nabij en proberen haar te beïnvloeden. Anderen komen af op de grote subsidiepotten. Een ongelooflijk aantal van zo'n 450 niet-gouvernementele internationale instellingen is in de hoofdstad present: vertegenwoordigingskantoren van regio's, nationale en internationale federaties, beroepsverenigingen, humanitaire organisaties, multinationale ondernemingen, consumenten, boeren, vissers, jagers... Hoewel het sociale Europa nauwelijks bestaat, betrekken de Europese vakorganisaties een gigantisch hoofdkwartier aan de Albert II-laan. Brussel huisvest een flink uit de kluiten gewassen diplomatencorps. Want er zijn niet alleen diplomaten voor België maar ook voor Europa en voor de NAVO. Alleen in Washington zijn er meer buitenlandse journalisten dan in Brussel. Met zevenhonderd zijn ze. Ze hebben geen belangstelling voor de in hun ogen lilliputtige Belgische politiek, maar een affaire-Dutroux of dioxinecrisis krijgt door hun toedoen een internationale weerklank.BELASTINGGELD IS INVESTERINGDe Europese aanwezigheid in Brussel biedt België een economisch comparatief voordeel ten opzichte van de handelspartners. Zakenkringen vinden dat de overheid dat onvoldoende uitspeelt. Zelfs de Belgisch-Japanse Vereniging is erover verwonderd dat België Europa zo weinig gebruikt in zijn verkooppolitiek. Dat heeft te maken met het ongecoördineerde beleid, dat versnipperd is over de federale overheid, het Brusselse Gewest, de negentien gemeenten van de hoofdstad en een aantal gemeenten in de periferie. Het legertje eurocraten vindt de overheden hardleers met arbeids- en verblijfsvergunningen. Het is verwonderd over de geringe zorg voor urbanisatie en mobiliteit. Het Verbond van Belgische Ondernemingen krijgt Europese commissarissen en zelfs Europa-bezoekende staatshoofden over de vloer. Dat is zijn buitenlandse confraters zelden gegund. De werkgevers willen die troef sterker uitspelen. Het VBO start binnenkort een internationale campagne om Brussel te promoten als hét centrum van het Europese zakenleven en de Europese beleidsvoering. En de kosten? Europa en de NAVO worden door de Belgische overheid op hun wenken bediend. Er zit een massa Belgisch belastinggeld in de Europese paleizen. De NAVO krijgt in Evere een splinternieuw hoofdkwartier, als een anker om in België te blijven. Maar economen rekenen anders met de kosten. Investeringen dragen bij tot de economische activiteit, ze creëren omzet en werk. Projectontwikkelaars als de Groep De Pauw, Blaton of de Compagnie Immobilière de Belgique zullen dat niet ontkennen. De hele Europese activiteit bezet in Brussel 1,2 miljoen vierkante meter kantoor, dat is dertien procent van de beschikbare oppervlakte. Ook de residentiële bouw vaart er wel bij. Ruim de helft van de eurocraten - hun inkomen ligt drie keer hoger dan het vergelijkbaar Belgisch gemiddelde - heeft een woning of een appartement gekocht. De 50.000 van Europa nestelen zich in de beide Woluwe's en Elsene en ten oosten van Brussel in de streek van Overijse of ten zuiden rond Waterloo. Zij stuwen de vastgoedprijzen omhoog.DE BRUSSELAARS ZIJN ARMEuropa heeft grote gaten geslagen in het Brusselse stedelijke weefsel. Vanaf het Eeuwfeestpark tot in de Leopoldswijk is het één grote kantoorzone. Tijdens de dag overbevolkt, dichtgeslibd met auto's, 's avonds en tijdens de weekends doods. Buurtcomités, zoals dat van de Stevinstraat, voerden tevergeefs strijd voor hun overleving. De eurocratische olievlek is niet in te dammen. Tegelijkertijd is er de Brusselse paradox. Brussel is een van de rijkste regio's van Europa, in termen van bruto stedelijk product. Dat is te danken aan de hoge concentratie van Belgische en buitenlandse ondernemingen. Maar het gemiddeld inkomen per inwoner ligt zeven procent onder het Belgische gemiddelde. De welvarenden verlaten de negentien gemeenten, zij vestigen zich in de rand. In de stad blijven de ouderen en de jongeren over en de migrantengemeenschappen - dertig procent van het klein miljoen inwoners is niet-Belg, waarvan de helft origines heeft buiten de Europese Unie. De beroepskwalificatie is laag, zodat de Brusselse werkloosheid blijft stijgen. De Europese hoofdstad concentreert dienstenbedrijven, er komt geen nieuwe industriële bedrijvigheid die ongeschoolden aan de slag kan helpen. Brussel-Hoofdstad heeft een drievoudige financiële handicap. De welvaart van de eigen bevolking ligt laag. 350.000 van de 630.000 banen in de hoofdstad zijn bezet door pendelaars, twee derde daarvan komt uit Vlaanderen en vooral uit Vlaams-Brabant. Hun belastingen komen niet in de Brusselse pot terecht. Ten slotte genieten de Europese instellingen en de diensten daarrond van ruime fiscale voordelen. In uitvoering van de wetten op de staatshervorming krijgt de hoofdstad straks nog subsidies uit Vlaanderen. In een vorig jaar gepubliceerd advies waarschuwde de Sociaal-Economische Raad Vlaanderen (dat zijn de Vlaamse werkgevers en werknemers) ervoor het stadsgewest niet aan zijn lot over te laten. Brussel, als Europese hoofdstad, is ook voor de Vlaamse economie een poort op de wereld. Niemand is gebaat met een witte vlek in het midden van het land. Terwijl op politiek gebied het Costa-overleg moeilijk verloopt, vinden de sociale partners van de drie gewesten mekaar. In de lente beraden de sociaal-economische raden van Vlaanderen, Wallonië en Brussel zich over hun economische relaties.DE BEURS IS TE KLEINBrussel is drie keer hoofdstad: van Europa, van België en van Vlaanderen - het Waalse gewest trok zich in Namen terug. Brusselse economische kringen redeneren daar rationeler over dan de Brusselse politiek. Dat Vlaanderen Brussel als hoofdstad verkoos, tenminste dat het Vlaamse overheidsapparaat er gevestigd is, is een bijkomende economische zegen. Het was vanzelfsprekend dat het door Europa goedbedeelde Brussel nooit de Europese Centrale Bank op zijn grondgebied kon krijgen. Die zit in het Duitse Frankfurt, dat al een financieel centrum was. Hoewel veel internationale en Europese banken en verzekeringsmaatschappijen in Brussel neerstreken, vaak met kleine kantoren om het internationaal publiek te bedienen, groeit Brussel niet uit tot het financieel centrum waar de voormalige minister van Financiën Philippe Maystadt van droomde. De hoofdstad blijft financieel provinciaals. Zelfs de aandelenbeurs laat pluimen. Grote bedrijven zoals de Generale Maatschappij, Tractebel, Royale Belge, BBL, die in buitenlandse handen terechtkwamen, verdwenen van de noteringslijst. Fortis-baas Maurice Lippens beschreef Brussel als een Disney-beurs. Topman Karel Vinck van Union Minière klaagt erover dat de beurshandel te klein is voor zijn internationale non-ferrogroep. De samenwerking tussen de Europese beurzen komt moeilijk op gang. Zelfs als het er ooit van komt, zal de grote Europese beurs geen Brusselse realiteit zijn, maar veeleer een virtuele handel via computerschermen.Guido Despiegelaere