De nationale volleybalploeg staat alweer voor een cruciale EK-campagne. ?Maar toch een beetje minder cruciaal?, zegt volleybalbondsvoorzitter Philip Berben.
...

De nationale volleybalploeg staat alweer voor een cruciale EK-campagne. ?Maar toch een beetje minder cruciaal?, zegt volleybalbondsvoorzitter Philip Berben.KOMENDE ZATERDAG speelt de Belgische volleybalploeg in Roemenië zijn eerste kwalificatiewedstrijd voor het Europees Kampioenschap '97 in Nederland. Een richtinggevende wedstrijd meteen. In een groep met voorts nog het normaal ongenaakbare Griekenland en Macedonië, lijkt het verjongde Roemenië voor de Belgen de grootste concurrent voor de tweede plaats die ook uitzicht biedt op de eindronde. In december volgen dan de wedstrijden tegen Macedonië en Griekenland, de rest van de voorronde wordt na de competitie afgewerkt. Bondsvoorzitter Philip Berben, die zichzelf een geboren optimist noemt, heeft er een goed oog in. Hij is vooral tevreden over de voorafgaande goede werking van de door hem in het leven geroepen vzw Topvolley, met mensen van de bond en van de clubs èn met zogenaamde buitenstaanders met commerciële knowhow. De voorzitter heeft het graag over een bevruchtende samenwerking. Berben en Willy Bruyninckx, voorzitter van de Vlaamse vleugel (?Onze dochteronderneming,? zegt Berben), volgen de werking van de vzw, gericht op de peilers beachvolleybal, topcompetities en nationale ploegen, en dragen de eindverantwoordelijkheid. In Nederland, intussen Olympisch kampioen, was eerder al dergelijke stichting geïnstalleerd. Bij ons coördineert op zelfstandige basis Michel Henno de werking van de vzw ; zodra er voldoende middelen zijn, moet Henno fulltime kunnen worden aangesteld. Het was ook Henno die uiteindelijk de gesprekken met de nieuwe bondscoach, Marc Spaenjers afrondde. Enige tijd werd voor de na het vertrek van Dominique Baeyens vacante functie van bondscoach gedacht aan een buitenlander. Maar, zegt Berben, ?buitenlanders hebben minder interesse in de jeugd èn rekenen in andere budgetten.? Later leek Jan De Brandt de meest geschikte kandidaat, maar die werd niet vrijgegeven door zijn club Zonhoven. Tenslotte ondertekende diens geestesgenoot Marc Spaenjers, die onze nationale ploeg op het EK in eigen land in '87 al leidde, na moeizame onderhandelingen een contract tot het jaar 2001. Tot eind mei '97 combineert hij zijn taak bij de bond met zijn werkzaamheden als coach bij Knack Roeselare. Een wat gewrongen constructie, maar Spaenjers heeft inmiddels zijn eerste selectie van achttien afgeroomd naar twaalf man. Ingegeven door de drang naar onmiddellijk succes, koos hij onvoorwaardelijk voor het Maaseik-concept daarom was een terugkeer van Ben Croes niet mogelijk en ziet mogelijkheden. En de voorzitter is ook alweer optimistisch. Maar dat was hij vòòr de start van voorgaande, mislukte, campagnes ook al. En vlak voor de kwalificatiewedstrijden voor het EK '95 zei hij nog in dit blad : ?Ik durf er niet aan denken dat de nationale ploeg zou falen.? De nationale ploeg faalde. BERBEN : Ons vorige gesprek besloot ik met : als het nu niet lukt, zie ik het niet meer zitten. Dat herinner ik mij, ja. We zijn toen ultiem gestruikeld over Israël, dat kwam hard aan. Maar we zijn niet blijven stilzitten, hebben het over een totaal andere boeg gegooid. De vzw Topvolley was de enige weg om ook buitenstaanders èn clubleiders bij de werking van de nationale ploeg te betrekken. Binnen de kanalen van de klassieke bond, met de mechanismen van de twee vleugels, was dat moeilijk. Hoewel niemand binnen de federatie de twee vleugels als een probleem beschouwt : uiteindelijk wordt onze raad van bestuur, op de voorzitter na, helemaal bevolkt door de topmensen van de beide vleugels. Het is een juridische afbakening, maar in praktijk loopt het allemaal wat door elkaar. Om terug te komen op de vzw : die was weliswaar noodzakelijk, maar dat wil niet zeggen dat we in de voorgaande campagnes hebben gefaald. Er werd steeds gesproken en geschreven over een koelkast-politiek, maar ik blijf erbij dat de programma's die we toen konden voorleggen, voldoende hadden kunnen zijn. Uiteindelijk hebben we in voorgaande jaren budgetten van twingtig miljoen frank gespendeerd, kon geen enkele speler meer klagen over financiële problemen. Eén keer aanwezig zijn op een EK had alles inzake sponsoring en geloofwaardigheid naar het BOIC toe veel gemakkelijker kunnen maken. Overigens zal het olympisch comité binnen afzienbare tijd concrete initiatieven ontwikkelen om de ploegsporten meer middelen te geven voor het uitwerken van structuren die het moeten mogelijk maken zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen. We hebben de knowhow en de technische kaders, als we nu ook extra steun kunnen krijgen vanuit het BOIC, moet dat mogelijk zijn. Het gezamenlijk organiseren van de bekerfinales volleybal, basketbal en handbal was een eerste aanzet. De opbrengsten daarvan gaan rechtstreeks naar de nationale ploegen. En voor de financiële partners is dit een uitstekende zaak. Marc Spaenjers is al jàren VIV-jeugdtrainer en krijgt nu de bevoegdheid over alle nationale ploegen, wat consequenties heeft voor Julien Vleminckx, technisch directeur bij de Vlaamse Volleybalbond. BERBEN : Het lijkt een logische deductie, en het is ook zo dat de VIV voor een stuk Marc zal betalen. Maar het terugtreden van Julien heeft formeel niks te maken met de komst van Marc. Ik wil daar evenwel liever niet verder op ingaan. Waar het om gaat, is dat nu tenminste een lijn kan worden getrokken van de jongsten tot de seniors. Vroeger stond daar een Berlijnse muur tussen. Volgens Jan De Brandt, bijna-bondscoach, was dat een essentieel probleem : geen doorstroming van de overigens succesvolle lichting junioren naar de A-ploeg. BERBEN : Daar speelden ook politieke redenen in mee. De jeugd ressorteerde vroeger, met subsidies van Bloso en Adeps, onder de beide vleugels, maar valt vanaf komend seizoen, onder Spaenjers, grotendeels onder de nationale koepel. Met onze gelden van het BOIC komen we dan al aan een pot, waarmee we kunnen werken. Als we het EK halen, draait dat volgend jaar voor de heren alleen al rond de tien miljoen frank. Spreken we dan over wat u noemt een Italiaans, een correct of een minimumprogramma ? BERBEN : In '94 hebben we ook al een normaal programma kunnen opzetten, waren we toch ook meteen na de competitie twee maanden onafgebroken bezig, hadden we een oefenkamp in Tsjechië, speelden we overal in het land oefenwedstrijden. Dat kostte ook tien miljoen, en spelers noch clubs konden langer zeuren over financiële en organisatorische problemen. Uiteindelijk is het niet gemakkelijk een programma van de nationale ploeg uit te werken : de clubs spelen negen maanden en dan is er nog het beachvolleybal, een eigen product, dat kunnen we zeker niet voor de voeten lopen. Volgens De Brandt zouden de clubs met spelerscontracten van acht, negen maanden kunnen werken. De overige maanden kunnen dan worden ingevuld door beachvolleybal of nationale ploeg. En Spaenjers heeft het ook over perioden competitie, afgewisseld met perioden nationale ploeg. BERBEN : Jan en Marc spreken natuurlijk vanuit trainersstandpunt, clubsponsors en politiekers als ik ( grijnst) spreken anders. Het is natuurlijk wel zo dat volleybal heel wiskundig in elkaar steekt. De nationale voetbalploeg kan best drie dagen vooraf bijeen komen voor een interland, maar in het volleybal is dat moeilijk. Daarom moet binnen de CEV worden geijverd voor vaste weekends gedurende het jaar, waarop de competities kunnen worden afgestemd. Werkt het succes van het Nederlands model, waarin de competitie en de clubbelangen totaal ondergeschikt worden gemaakt aan de nationale ploeg, niet inspirerend ? BERBEN : Ik ben geen technicus, maar ik vraag mij toch af of we hetzelfde potentieel hebben. Uiteindelijk kan de Nederlandse volleybalbond rekruteren uit zo'n tweehonderdduizend leden, wij uit zestigduizend leden. Daar zijn studies over gemaakt, en onze juniorenploeg was inderdaad al succesvol, en daarboven staan inderdaad al grote talenten als Wout Wijsmans en Frank Depestele, maar is dat voldoende ? En op beleidsvlak zit de Nederlandse bond met identiek dezelfde financiële problemen als wij, moest ook een stichting van vier, vijf man, worden opgericht, die alles wat betreft de nationale ploeg naar zich toetrekt. Dat zou de verdere evolutie van onze vzw kunnen worden, met een vast aangestelde directeur. Dat kan de volgende stap zijn, als we het EK halen. Want dan kunnen we tenminste niet alleen een plateau, maar een plateau met koekjes aanbieden. Dat we nu tenminste tijdens het jaar al drie EK-wedstrijden spelen, is een eerste positieve punt. Vroeger kwam de nationale ploeg veel te weinig in de picture. Hoe cruciaal is de kwalificatie voor het EK deze keer ? BERBEN : Cruciaal. Maar er is nu ook een lange-termijnplanning, dat is het verschil met vorige campagnes. Lukt het niet : oké, het programma gaat door. Zo'n uitspraken vond Dominique Baeyens, de vorige bondscoach, typerend. Het duidt op een gebrek aan winnaarsmentaliteit. BERBEN : Ach, Baeyens weet beter dan wie ook dat wij na de vorige uitschakeling in zak en as zaten. Maar dat wil niet zeggen dat je dan niet mag zeggen : we gaan door. We werken verder aan een financieel en structureel klimaat waarin de nationale ploeg zich de volgende keer wèl kan kwalificeren. Ook op clubniveau lijkt zich eindelijk een stabiel klimaat, zonder verdere financiële onrusten, te ontwikkelen. BERBEN : Dat is heel duidelijk. Op een bepaald moment leefde het volleybal duidelijk boven zijn stand, maar we zijn, met schokken weliswaar, terug op onze plaats terechtgekomen. Er is tientallen keren gezegd geweest : spring niet verder dan uw stok lang is ; de beheerders zijn op hun aansprakelijkheden gewezen, de bond heeft ook in zijn reglementering proberen tussen te komen,... Maar nu kan ik toch zeggen dat geen enkele club tegenover de bond nog schulden heeft. De clubs hebben eindelijk een financiële geloofwaardigheid gevonden, de competitie verloopt heel spannend, er komt veel publiek op af. En nu moet de nationale ploeg ook kunnen aanhaken. De toevloed van buitenlanders, bijna drie per ploeg, wordt ook een probleem voor de nationale ploeg. BERBEN : Daarom ook hebben we het statuut met Belg gelijkgestelden al afgeschaft. Vanaf volgend seizoen wordt elke niet-genaturaliseerde speler van buiten de Europese Unie, al speelt hij hier al tien jaar. U ziet, we maken overal werk van ( lacht). Als nu toch een keer die koekjes er konden bijkomen. Frank Buyse Actiefoto uit de wedstrijd België-Finland in het kader van de kwalificatie voor het EK'95 : De uitschakeling kwam hard aan. Philip Berben : Lukt het niet ? Oké, het programma gaat door.