Vanuit het kantoor van secretaris-generaal Benoît Remiche, met uitzicht op de parmantige vieux rose Koningsgalerij, bekijkt Karel Van Miert de Japanners die onder hem door dwalen. Voor hen is Brussel de hoofdstad van Europa, hoewel daar in de stad zelf bitter weinig van te merken is. Over een aantal jaren kunnen ze terecht in het Museum van Europa, waarvan Van Miert samen met Antoinette Spaak voorzitter is.
...

Vanuit het kantoor van secretaris-generaal Benoît Remiche, met uitzicht op de parmantige vieux rose Koningsgalerij, bekijkt Karel Van Miert de Japanners die onder hem door dwalen. Voor hen is Brussel de hoofdstad van Europa, hoewel daar in de stad zelf bitter weinig van te merken is. Over een aantal jaren kunnen ze terecht in het Museum van Europa, waarvan Van Miert samen met Antoinette Spaak voorzitter is. Om alle misverstanden te vermijden: het Museum van Europa bestaat voorlopig nog niet echt. Het moet een modern, interactief museum worden, met beelden en projecties waar de bezoeker een objectief beeld van de Europese geschiedenis krijgt. Een ode aan de historische kritiek. Het krijgt onderdak in een nieuwe vleugel van het Europees parlement. Als alles goed gaat met de bouwplannen, vergunningen, financiering en bouwwerken, gaan de deuren in 2006 open. De honderdduizenden toeristen die elk jaar Brussel bezoeken, kunnen er dan hun honger naar Europa stillen. Nu moeten ze het met een kijkje in de gangen en zalen van het Europees parlement stellen. In tegenstelling tot het museum zelf is de vzw ondertussen al druk in de weer. In 1999 organiseerde ze een eerste internationaal colloquium, wat het fraaie boek Grenzen van Europa opleverde. Daarnaast loopt de eerste tentoonstelling Europa in Euforie op zijn eind en staat er een tweede colloquium op het getouw. Ronkende namen als Ryszart Kapuscinski, Etienne Davignon en Pascal Lamy gaan op 18 en 19 april in het Marie Haps Instituut met elkaar in debat over Europa. ?Het colloquium dient als smaakmaker voor het museum?, zegt Karel Van Miert. ?Als voorproefje van de onderwerpen waarvan wij vinden dat ze in het museum aan bod moeten komen. Geen onderwerpen die veel met instellingen te maken hebben, maar thema?s over mondialisering, waarden, beschavin-gen. Mensenrechten bijvoorbeeld. Daar-van wordt vaak gezegd dat ze een Europese uitvinding zijn. Met de geschiedenis die we achter de rug hebben, is dat een beetje pretentieus. Maar toch: zijn ze zo universeel dat we ze aan anderen kunnen opleggen? Het programma is ook een mengeling van algemene en actuele onderwerpen die Europa bezig houden. Bijvoorbeeld: hebben we een eigen lijn als het op mondialisering aankomt of volgen we gewoon de Verenigde Staten?? Karel Van Miert: Het wordt toch stilaan duidelijk dat Europa noodzakelijkerwijs een eigen plaats in de wereld moet innemen. Dat zie je, bijvoorbeeld, in het Midden-Oosten. Een goed georganiseerd Europa moet daar een rol spelen. Niet alleen in het licht van zijn eigen belangen, maar ook voor een beter evenwicht in de wereld in het algemeen. Op de bijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie in Doha onderscheidde Europa zich met betrekking tot de handel in medicijnen van de Verenigde Staten. Als er nu goedkopere geneesmiddelen voor Afrika zijn, dan is dat het resultaat van een gevecht dat vooral Europa geleverd heeft. Dat is ook nodig: het is niet goed als één supermacht alles domineert. Van Miert: Om zwaarder te wegen, is samenwerking nodig. Waarom tellen we wel mee als het over handel gaat? Omdat Europa daar met één stem spreekt. Waarom werkt het concurrentiebeleid wel? Omdat de commissaris namens het geheel kan optreden, macht en instrumenten heeft. Als Europa zou samenwerken en zich behoorlijk zou organiseren, kan het een veel positievere rol spelen in de wereld van vandaag. Van Miert: Dat is zeker op het vlak van het buitenlands beleid het geval. De basis daarvan wordt nog altijd door het intergouvernementele overleg gelegd. Iedereen behoudt zijn bewegingsvrijheid en grote landen hebben de illusie dat ze een eigen rol kunnen spelen. Die traditionele ingesteldheid van de Franse en Britse diplomatie blijft nog wel een tijd nawerken. Helaas willen de Duitsers dat nu nadoen. In werkelijkheid is geen enkel van die landen nog bekwaam om wat dan ook alleen te doen, ook de Britten niet. Zelfs het probleem van Gibraltar kunnen ze niet alleen oplossen. Die tijden zijn voorbij. Ze kunnen wel als onderaannemer van de Amerikanen optreden, maar daarmee is het dan zo ongeveer gezegd. Van Miert: De meeste willen wel als een geheel naar buiten treden, maar als er een paar op de rem gaan staan, is dat voldoende om alles te blokkeren. Je moet dat ook in historisch perspectief zien, en dat is mede de bedoeling van het museum. Europa is een heel complex continent, met een enorm bloedige geschiedenis. Soms vormen eeuwenoude problemen plotseling weer springstof. Denk aan de problemen die bij de onafhankelijkheid van Macedonië ontstonden met de vlag en de naam van dat land: Griekenland wou daar niet van weten. Zoiets gaat eeuwen terug en plotseling borrelt het op en groeit er weer een conflict. Gelukkig is er nu de Unie om zo?n situatie te ontmijnen, of om dat te proberen te doen. Ze kan er haar waarde mee bewijzen. Maar of dat altijd goed lukt, is nog een andere vraag. Van Miert: Ja, het is ook een oefening in respect voor wat anderen zijn, voor andere culturen. Met het museum willen we vooroordelen elimineren, proberen mensen kritisch over het verleden te laten denken. Zonder dat we de pretentie hebben om, zoals vroeger in de Sovjet-Unie, een nieuwe mens te scheppen. We willen laten zien hoe relatief de eigen geschiedenis is. Tonen hoe kan worden vermeden om fouten uit het verleden te herhalen. Het Joegoslavische drama heeft ons geleerd dat er op dat vlak nog veel werk aan de winkel is. Europa heeft een grote rol gespeeld in de wereld, maar we moeten ook durven te bekennen dat het er daarbij niet altijd zo netjes is toegegaan. We moeten, bijvoorbeeld, de confrontatie met ons koloniale verleden durven aan te gaan. We hebben iets goed te maken. We zouden ook vanuit die ingesteldheid in de wereld moeten optreden. Nu kennen ze ons meestal alleen als er betaald moet worden. Van Miert: Ik zei al dat het met het oog op onze geschiedenis van veel pretentie getuigt om ze aan anderen als universeel voor te houden. Waarden zijn ontstaan in een bepaalde regio en een bepaalde periode. Je moet er zowel de negatieve als de positieve kanten van durven te zien. Zoals de sociale strijd hebben ze te maken met een bepaalde opvatting over samenleving en solidariteit. Wat hebben we geleerd? Waartoe hebben ze geleid? Pas dan kan je met enig recht over waarden praten. Over hoe ze tot stand zijn gekomen en waarom het de moeite waard is om ze ook elders te verdedigen. Anders doe je hetzelfde als de markteconomie opleggen aan de Russen, die net zeventig jaar communisme achter de rug hebben. Wij hebben er tientallen en tientallen jaren over gedaan om de markteconomie met vallen en opstaan enigszins te laten werken. Daarom huiver ik soms als het over die Europese waarden gaat. Ze worden vaak zo absoluut gesteld. We verlangen van de anderen dat ze die zonder meer naleven en respecteren. Terwijl ze bij ons dikwijls met veel bloedvergieten zijn ontstaan. Van Miert: We moeten af van die eenzijdige geschiedschrijving, zoals alle landen die hebben gekend. De geschiedenis is permanent vervalst. Het museum moet een antidotum, een medicijn zijn tegen een eng nationalistische redenering. De bedoeling is om met een beetje meer relativiteitszin naar de geschiedenis te kijken. En vooral jongere generaties een beter gevoel te geven over waar we vandaan komen. Ze moeten zich tenslotte afvragen of al die slagvelden wel nodig waren. Hubert van Humbeeck Lieve Reynebeau ?Zelfs het probleem van Gibraltar kunnen de Britten niet meer alleen oplossen.?