Van Nigel Kennedy mag je nooit een alledaagse opname verwachten. De violist met de hanenkam heeft er een extravagante carrière opzitten. Als zestienjarige speelde hij samen met de grote jazzviolist Stéphane Grapelli in Carnegie Hall. Achter het punkkapsel, het namaak cockney-accent en de vreselijke shirts gaat een getalenteerd violist schuil, wiens opname van de Vier seizoenen van Vivaldi de meest verkochte klassieke cd aller tijden is. Na 1992 trok hij zich terug van het klassieke podium om jazz te gaan spelen. Maar een paar m...

Van Nigel Kennedy mag je nooit een alledaagse opname verwachten. De violist met de hanenkam heeft er een extravagante carrière opzitten. Als zestienjarige speelde hij samen met de grote jazzviolist Stéphane Grapelli in Carnegie Hall. Achter het punkkapsel, het namaak cockney-accent en de vreselijke shirts gaat een getalenteerd violist schuil, wiens opname van de Vier seizoenen van Vivaldi de meest verkochte klassieke cd aller tijden is. Na 1992 trok hij zich terug van het klassieke podium om jazz te gaan spelen. Maar een paar maanden geleden bracht hij toch weer een nieuwe klassieke cd uit en vorige maand speelde hij een Promsconcert met het Polish Chamber Orchestra, dat hij in de barokke traditie zelf leidt. Een solist om op te hemelen of te verguizen: het is moeilijk om hem op zijn verdiensten in te schatten. Die heeft hij nochtans, zo blijkt uit zijn opname van het vioolconcerto van Beethoven op de nieuwe cd. Een zeer lyrische, heldere en persoonlijke versie waarbij zoals altijd de extreme kanten van de Guarneriviool worden uitgetest, ook al lijdt de zuiverheid daar soms een tikje onder. Ongewoon, maar verdedigbaar, is dat hij het orkest soms hetzelfde laat doen. Kennedy kiest vaak voor snelle tempi, maar durft soms zelfs bijna stil te vallen. Een interpretatie die bedoeld is om de aandacht gevangen te houden, wat meer de liefhebber dan de geoefende melomaan zal aanspreken. Vioolconcerto nr. 4 van Mozart is een ander verhaal. Kennedy heeft naar eigen zeggen meer dan 25 jaar lang geen Mozart gespeeld omdat hij er de rijpheid niet voor had. Maar dit is allerminst een 'rijpe' versie: veeleer afgeborsteld zoals we dat van Kennedy niet gewoon zijn, met twee uitschieters in de cadenza's. Dit soort los uitgeschreven solopassages is bestemd om de solist de kans te geven al improviserend te tonen wat hij in huis heeft. Voor Beethoven werkte Kennedy cadenza's uit die perfect aansluiten bij de sfeer van het concerto. Niet zo met Mozart: daar koos hij op twee plaatsten voor iets wat hij een jazzimprovisatie noemt, gespeeld op een ijle elektrische viool en begeleid door een geplukte contrabas. Op zich is er veel te zeggen voor stijlvermenging, maar deze relatief korte passages in een voor de rest erg 'klassiek' opgevatte cd vallen koud op de maag. Bovendien zijn de langoureus fladderende melodieën te weinig origineel als tegenwicht voor dit hoogst geraffineerde concerto. De jonge wolf van toen is er intussen 51 geworden. Niet dat hij zijn haren en zijn streken heeft verloren, maar de drang om buiten de roedel te lopen klinkt hier toch geforceerd. NIGEL KENNEDY EN HET POLISH CHAMBER ORCHESTRA, VIOOLCONCERTO VAN BEETHOVEN, VIOOLCONCERTO NR. 4 VAN MOZART EN CREEPIN' IN VAN HORACE SILVER, EMI CLASSICS. Peter Vandeweerdt