Ivo van Hove regisseert bij de Opéra National de Paris een van dé operaklassiekers: Don Giovanni (1787), Mozarts opera over womanizer Don Juan.
...

Ivo van Hove regisseert bij de Opéra National de Paris een van dé operaklassiekers: Don Giovanni (1787), Mozarts opera over womanizer Don Juan. Bent u de prachtige aria Mi tradi, quell'alma ingrata, waarin Donna Elvira haar gebroken hart laat zingen, al beu gehoord? Ivo van Hove:(enthousiast) Nooit! Mozarts transparante, toegankelijke muziek verveelt nooit. Ik houd ervan sinds de jaren tachtig. Toen zag ik op televisie Mozarts La clemenza di Tito in een uitgepuurde regie van Karl-Ernst Herrmann in De Munt, dat toen geleid werd door Gerard Mortier. Het was een vrij saaie videoregistratie, besef ik nu, maar ik werd omvergeblazen. Vanaf dan trachtte ik in zoveel mogelijk operahuizen de generale repetities mee te maken. Dat was gratis: ik had toen geen geld voor een kaartje. Sindsdien houd ik van opera én geloof ik in het belang van liveregistraties. Ze zorgen ervoor dat je mensen bereikt voor wie de drempel naar de opera te hoog is. Waarom brengt u Don Giovanni? Van Hove: Het is een opdracht van de Opéra National de Paris. Enkele jaren geleden nodigden ze me uit voor twee regies: Modest Moessorgski's Boris Godoenov - dat vorig jaar in première ging - en Don Giovanni. Ik had absoluut geen bedenktijd nodig. (lacht) Samen met Leos Janacek, die een eeuw jonger is, is Mozart mijn favoriete operacomponist. Allebei vertellen ze sterke verhalen. Janacek verweefde de dialogen echt in de muziek, terwijl Mozart zijn personages nog recitatief liet zingen. Wat hebben die personages ons te vertellen? Van Hove: Veel. Kent u de oorspronkelijke titel van Don Giovanni? Il dissoluto punito, vrij vertaald: 'de liederlijke gestraft'. Pas in de 19e eeuw, waarin men dweepte met helden, werd voor Don Giovanni gekozen. Men suggereerde toen ook dat de vrouwen wel wat voelden voor Don Juan. Onzin! Ik wil een geloofwaardige, hedendaagse opera maken. Dus veegde ik de negentiende-eeuwse interpretaties van tafel. Mijn versie wordt een opera die machtsmisbruik onomwonden veroordeelt. Hoe? Door van Don Giovanni geen rijke, sympathieke verleider te maken maar een roofdier. Een roofdier dat zich zowel aan seksueel, emotioneel als sociaal machtsmisbruik bezondigt. Hij bedriegt zijn vriendin Donna Elvira, hij misbruikt het boerenmeisje Zerlina en hij minacht Zerlina's man Masetto. Masetto is een rechtgeaard man die Don Giovanni wantrouwt. Vandaag zou hij wellicht een geel hesje dragen en door de straten van Parijs lopen. Dat thema werk ik verder uit in mijn volgende opera: Kurt Weills The Rise and Fall of the City of Mahagonny.Ook in België woedt sociale onrust. De verkiezingsuitslag bewijst dat. Van Hove: Ik kén de generatie politici die nu de extreemrechtse koers varen. Voor ik naar de theaterschool ging, studeerde ik rechten en zat ik met hen in de schoolbanken. Ik sprak altijd de mildste straffen uit tijdens oefeningen. Omdat ik me wél wilde inbeelden wat het was om 24 uur in een cel te zitten. Als kunstenaar kun je de wereld niet verbeteren. Maar je kunt wel een andere, nieuwe wereld tonen. Dat doe ik met Don Giovanni, en daarna met The Rise and Fall of the City of Mahagonny. ... en door te solliciteren als Toneelhuisdirecteur? Van Hove: Welnee. Ik leid Internationaal Theater Amsterdam. Ik ga mijn negentiende jaar in, wie had dat ooit gedacht? (lacht) Ik wens Toneelhuis een even geweldige artistiek leider als Guy Cassiers toe, iemand met wie we opnieuw graag samenwerken.