Het aantal Nederlandse studenten aan de Vlaamse universiteiten stijgt fors. Hoog- uit een op drie slaagt in het eerste jaar. Bij de Vlamingen slagen er twee op drie.
...

Het aantal Nederlandse studenten aan de Vlaamse universiteiten stijgt fors. Hoog- uit een op drie slaagt in het eerste jaar. Bij de Vlamingen slagen er twee op drie.In tegenstelling tot de ons omliggende landen bestaat er in België geen numerus fixus voor de academische opleiding geneeskunde. Tot dit academiejaar kon iedere Nederlandse student uit het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (VWO, vergelijkbaar met het algemeen secundair onderwijs) zich dus inschrijven in de eerste kandidatuur van de Vlaamse opleidingen geneeskunde, diergeneeskunde en tandheelkunde. Dat gebeurt massaal, omdat bij onze noorderburen een numerus fixus de instroom van studenten aan de universiteiten sterk beperkt. Een zogenaamde gewogen loting bepaalt in Nederland wie wordt toegelaten tot de studie geneeskunde of niet. De loting houdt deels rekening met de resultaten behaald in het secundair onderwijs en ze sluit studenten uit die geen specifieke vooropleiding volgden. Om te vermijden dat de uitgelote Nederlandse studenten (die niet aan de opleiding mogen beginnen) massaal naar Vlaanderen zouden afzakken, selecteerde de Leuvense universiteit tot het academiejaar 1990-'91 de buitenlandse studenten. ?Toen werd een arrest van het Europees Hof van kracht. Dat verbiedt het toepassen van toelatingscriteria die verschillen voor Belgen en andere ingezetenen van de Europese Unie. Als enige beperking wordt een voldoende kennis van het Nederlands geëist,? zegt professor Boudewijn Van Damme die aan de KU Leuven een studie maakte over de instroom en de slaagcijfers van de Nederlanders. Uit zijn onderzoek blijkt dat het aantal Nederlanders in het eerste jaar geneeskunde van de Leuvense universiteit sinds '91 is gestegen van ongeveer 10 procent tot om en bij de 45 procent van het totaal aantal generatiestudenten (de groep die zich voor het eerst aan de universiteit inschrijft). Aan de Gentse universiteit (UG) en in het Limburgs Universitair Centrum (LUC) schommelt het aantal Nederlandse generatiestudenten geneeskunde om de 20 procent. Aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) bedraagt het ongeveer 30 procent. Het Ruca, dat de kandidaturen geneeskunde organiseert aan de Universteit Antwerpen, spant de kroon met 59 procent Nederlandse generatiestudenten in het eerste jaar artsenopleiding. MERKWAARDIGE VERSCHILLEN?Het vorig academiejaar gaf een aanzienlijke stijging te zien. Dit jaar is het aantal Nederlandse generatiestudenten in Antwerpen licht gedaald. Dit past in de lichte golfbeweging van de jongste vijf jaar,? aldus Cis Van den Bogaert, wetenschappelijk hoofdmedewerker van de dienst studie en studentenbegeleiding aan het Ruca. Dit jaar komt het hoge aantal Nederlanders dat aan Vlaamse universiteiten geneeskunde volgt weer in de belangstelling. Vooral omdat de Vlaamse Interuniversitaire Raad (Vlir) de universiteiten om een zelfstudierapport vroeg, ter voorbereiding van de doorlichting van de faculteiten geneeskunde door de Visitatiecommissie. Deze doorlichting focust onder andere op de slaagcijfers van de studenten. En die vertonen merkwaardige verschillen. In Leuven slaagt gemiddeld 55 procent van de generatiestudenten in de eerste kandidatuur geneeskunde. Tot het academiejaar '90-'91 waren de slaagcijfers voor Belgen en Nederlanders ongeveer gelijk. Vanaf het moment dat elke Nederlander met een VWO-diploma hier mocht beginnen aan de opleiding geneeskunde, zakte het slaagcijfer van de Nederlanders in een klap van 60 naar 20 procent. ?Die plotse daling is het gevolg van het niet meer selecteren op grond van de cijfers behaald voor wetenschappen in het Nederlandse VWO,? zegt Boudewijn Van Damme. Na '91-'92 steeg het aantal geslaagden licht, tot ongeveer 25 procent. Wat nog steeds opmerkelijk laag is. Antwerpen signaleert een gelijkaardige tendens. Daar slaagde de jongste vijf academiejaren een derde van de Nederlandse generatiestudenten. Dit cijfer contrasteert met de resultaten van de Vlamingen. De jongste vijf jaar mocht gemiddeld 63 procent van de Vlaamse generatiestudenten overgaan naar de tweede kandidatuur. De rampzalige scores van de Nederlanders beperken zich overigens niet tot de faculteit geneeskunde. Uit een studie van de Vlaamse Interuniversitaire Raad blijkt dat drie op vier Nederlandse generatiestudenten in het eerste jaar aan Vlaamse universiteiten onvoldoende haalt. Het gros van hen zit in de opleidingen tandheelkunde, geneeskunde en diergeneeskunde. PROBLEEMOPLOSSENDE AANPAKDe Belgische studenten geneeskunde komen vooral uit de zware, veeleer wiskundige richtingen van het secundair onderwijs. Professor Van Damme : ?Uit vroeger onderzoek blijkt dat vooral de moeilijkheidsgraad van de secundaire schoolopleiding het slaagpercentage van de student bepaalt, meer dan de specifieke voorkennis van de wetenschappen.? Ook onder de Nederlandse studenten bestaat een rechtstreekse relatie tussen de gevolgde vooropleiding en de scores aan de Vlaamse universiteiten. Cis Van den Bogaert : ?Er is een correlatie tussen de prestaties in het Nederlandse VWO en de resultaten in het eerste jaar aan de Antwerpse universiteit. Studenten met betere VWO-examencijfers slagen meer dan studenten met minder goede cijfers.? Slechts 16 procent van de Nederlandse generatiestudenten uit een ?zwakkere? VWO-richting met ?wiskunde A? slaagde in de eerste kandidatuur geneeskunde in Antwerpen. Wie uit een richting met een pakket ?wiskunde B? komt, te vergelijken met een Vlaamse vooropleiding met vier tot zes uur wiskunde, heeft duidelijk meer slaagkansen. 38 procent van deze Nederlandse studenten kon naar de tweede kandidatuur geneeskunde. Toch komen alle Nederlandse studenten in Vlaanderen uit wetenschappelijke humaniorarichtingen, die ze ook toegang zou verschaffen aan Nederlandse universteiten. Professor Pascal Remmerie, de ombudsman van de KU Leuven voor de eerstejaars geneeskunde, is ervan overtuigd dat vooral studenten met minder goede resultaten in het Nederlandse secundair onderwijs naar de Vlaamse universiteiten afzakken. ?Bij onze noorderburen worden studenten op basis van hun resultaten ingedeeld in categorieën. Negentig procent van de Nederlandse studenten die vorig academiejaar een beroep deden op de ombudsdienst hadden minder goed gescoord in het VWO. We merken op het eind van het academiejaar ook dat hoofdzakelijk Vlaamse studenten hogere graden behalen. Nederlanders met een grote onderscheiding zien we hier zelden. Ze werken doorgaans probleemoplossender. Aan Vlaamse universiteiten wordt gevraagd dat ze, afgezien daarvan, grotere stukken leerstof kunnen reproduceren. En daar hebben ze het blijkbaar moeilijk mee.? GEEN TWEERICHTINGSVERKEERRobin Lemmens (19), Nederlands tweedekandidatuurstudent geneeskunde, slaagde vorig jaar in Leuven met onderscheiding in de eerste zit. Hij relativeert het niet zo vaak behalen van graden door zijn landgenoten. ?Nederlanders hebben niet zo'n strebersgeest als Vlamingen. Goede blokbeesten zijn niet noodzakelijk betere artsen. In Leuven staat kennis verwerven ver boven het sociale aspect van het arts-zijn. Ook de Vlaamse studentenvereniging Medica heeft daar kritiek op. In Nederland staat het sociale aspect van het arts-zijn veeleer gelijk met het kennisaspect.? De ?streversmentaliteit? van de Vlamingen valt te verklaren. Er worden hen in het zevende jaar van de artsenopleiding strengere eisen gesteld om toegang te krijgen tot de specialisatierichtingen. Behaalde graden spelen minder mee als Nederlanders willen specialiseren in eigen land. Nederlandse studenten zouden ook minder studie-uren kloppen dan Vlaamse. Ombudsman Pascal Remmerie : ?De eerste maanden van het academiejaar denken de Nederlandse studenten dat ze erdoor zullen vliegen, vanwege hun specifiekere wetenschappelijke vooropleiding. Ze spelen met de leerstof. Sommige Vlamingen geraken zelfs ontmoedigd omdat veel zelfverzekerde Nederlanders de indruk wekken dat ze alles al kennen. Na enkele weken wordt de leerstof zwaarder. Als ze op dat moment weinig blijven studeren, geraken ze nooit door hun eerste jaar.? In eigen land krijgen de Nederlandse studenten een praktijgerichtere opleiding geneeskunde. Volgens Michelle Michels, Nederlandse geneeskundestudente in Leuven en lid van het praesidium van de studentenvereniging Medica, is de opleiding in Vlaanderen in het eerste jaar algemeen wetenschappelijk. De Nederlandse universiteiten geven een specifiekere opleiding vanaf het eerste jaar, ze voorzien meteen in een huisartsenstage. Voorts krijgen de eerstejaars in Nederland al van bij het begin dissecties (onderzoek op lijken) en gesprekken met patiënten. De praktischer georiënteerde studie sluit beter aan bij de Nederlandse vooropleidingen. ?Heel wat Nederlanders komen hier een jaartje iets doen in de hoop het volgend jaar wel in eigen land ingeloot te worden,? aldus professor Van Damme. ?Ze schatten de studie aan onze faculteit geneeskunde te licht in.? Van de 250 Nederlandse eerstejaars geneeskunde in Leuven zou een derde na het eerste examen in juni in het Nederlandse systeem ingeloot geraken. ?In dat geval zakt natuurlijk de motivatie,? repliceert Robin Lemmens. ?Als het slaagpercentage zou berekend worden op Nederlanders die alle examens volledig afleggen, dan zou het Nederlandse slaagpercentage wellicht 40 procent halen,? denkt Pascal Remmerie. Een eerstejaars geneeskunde kost de Vlaamse gemeenschap 200.000 frank de toelage die de universiteit per student van de overheid ontvangt. ?En er studeren nauwelijks Vlamingen in Nederland,? werpt Remmerie op. ?In een Nederlands eerste jaar geneeskunde zullen nooit 60 procent Vlaamse studenten te vinden zijn. Wij maken veel minder kans om ingeloot te worden.? Bovendien ligt de financiële drempel voor Vlamingen die in Nederland willen studeren hoger. Het inschrijvingsgeld aan de Nederlandse universiteiten is dubbel zo hoog als in Vlaamse instellingen en de Nederlandse kamers zijn heel wat duurder dan de Belgische. Bruno De Keyser Hoe moeilijker het secundair onderwijs, hoe hoger het slaagpercentage aan de universiteit. Specifieke voorkennis speelt een kleinere rol in de opleiding geneeskunde.