Tien jaar lang stonden energieprestatie en binnenklimaat (EPB) centraal in de bouwsector. De concrete uitvoering van de Europese plannen voor een verminderd energieverbruik en de omschakeling van het woningenbestand op hernieuwbare energie zijn echter naar de achtergrond gedrongen, ook al is het einddoel nog lang niet in zicht. Iedereen heeft tegenwoordig de mond vol van de verdichting van het grondgebied, ook wel gewoon "de terugkeer naar de stad" genoemd. Onze ecologische voetafdruk verkleinen door gegroepeerd en compact te wonen, zo dicht mogelijk bij het werk, scholen of diensten - daar ligt ...

Tien jaar lang stonden energieprestatie en binnenklimaat (EPB) centraal in de bouwsector. De concrete uitvoering van de Europese plannen voor een verminderd energieverbruik en de omschakeling van het woningenbestand op hernieuwbare energie zijn echter naar de achtergrond gedrongen, ook al is het einddoel nog lang niet in zicht. Iedereen heeft tegenwoordig de mond vol van de verdichting van het grondgebied, ook wel gewoon "de terugkeer naar de stad" genoemd. Onze ecologische voetafdruk verkleinen door gegroepeerd en compact te wonen, zo dicht mogelijk bij het werk, scholen of diensten - daar ligt tegenwoordig de prioriteit bij het zoeken naar een woning. Hoewel een deel van de bevolking nog steeds de voorkeur geeft aan een vrijstaande villa op het platteland, hebben de jongere generaties de meest alarmerende milieufeiten wel degelijk gehoord: "Zo kan het niet verder!", vinden zij. Zoals gebruikelijk gaf Vlaanderen de aanzet met de goedkeuring van het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen - in de volksmond ook wel de "betonstop" genoemd - eind 2016. Het voornemen krijgt echter al snel navolging. Met de nieuwe Code de développement territorial (CoDT, wet op de ruimtelijke ontwikkeling) die in juni vorig jaar werd gepubliceerd, en het recente Schéma de développement territorial (ruimtelijk ontwikkelingsplan) treedt Wallonië in de voetsporen van zijn noorderbuur. Beide regionale plannen hebben hetzelfde doel: het "ruimtebeslag" binnen relatief korte tijd - 2040 voor Vlaanderen en 2050 voor Wallonië - een halt toeroepen. Momenteel zien wij dagelijks enkele hectaren natuurlijk leefmilieu verloren gaan - zes in Vlaanderen en drie in Wallonië - aan de bouw van nieuwe woningen, de implementatie van nieuwe economische activiteiten of de aanleg van nieuwe verkeerswegen. Na de vooropgestelde deadlines zal het niet langer mogelijk zijn om menselijke activiteiten te ontplooien ten koste van het milieu, tenzij elders wordt hersteld wat op een bepaalde plek is ontnomen. We moeten de bestaande woongebieden en economische activiteitenzones dan ook verdichten door "holle kiezen" te vullen: braakliggende industriële terreinen, verlaten openbare gebouwen, kernen van huizenblokken, bruikbare daken... De meeste steden nemen al maatregelen om de nieuwkomers te verwelkomen. Terwijl de projectontwikkelaars elkaar de loef proberen af te steken met de bouw van duurzame wijken, stellen de politieke verantwoordelijken zich als doel de stad aantrekkelijker en leefbaarder te maken met het plannen en inwijden van verfraaiingswerken voor de openbare ruimte en met de bouw van servicecomplexen. Wie aandachtig is, ziet duidelijk dat we een ingrijpende overgangsperiode meemaken - sommigen spreken zelfs van een heuse revolutie - in onze manier van leven en wonen. Deze speciale editie van Ik ga Bouwen & Renoveren geeft meer tekst en uitleg bij die grote omwenteling.