Atoomenergie is altijd de nachtmerrie geweest van de milieubeweging: massavernietiging, radioactief afval dat millennialang gevaarlijk blijft, de ultieme overwinning van de meedogenloze technologie op de kwetsbare mensheid. En niet eens zo goedkoop. De tijden veranderen: de bezorgdheid is dezelfde, maar moet een nieuwe bedreiging onder ogen zien. In de jaren zestig en zeventig werd immers nog geen melding gemaakt van het broeikaseffect. Sirenenzang van de kernindustrie vandaag: kernreactoren produceren kooldioxidevrije elektriciteit in grote en bet...

Atoomenergie is altijd de nachtmerrie geweest van de milieubeweging: massavernietiging, radioactief afval dat millennialang gevaarlijk blijft, de ultieme overwinning van de meedogenloze technologie op de kwetsbare mensheid. En niet eens zo goedkoop. De tijden veranderen: de bezorgdheid is dezelfde, maar moet een nieuwe bedreiging onder ogen zien. In de jaren zestig en zeventig werd immers nog geen melding gemaakt van het broeikaseffect. Sirenenzang van de kernindustrie vandaag: kernreactoren produceren kooldioxidevrije elektriciteit in grote en betrouwbare hoeveelheden die niet afhangen van geografische omstandigheden. De herinnering aan catastrofes als Three Mile Island en Tsjernobyl laat zich echter niet makkelijk verdrijven. Daarom heeft de kernindustrie er veel voor over om de veiligheid te verbeteren. Het ordewoord heet vandaag 'passieve veiligheid'. Dat betekent dat in een noodsituatie veiligheidsmaatregelen automatisch in werking treden, en niet hoeven te worden geactiveerd. Dat kan zoiets simpels zijn als het configureren van de regelstaven die de snelheid van een reactie regelen, zodat ze door de zwaartekracht uitvallen in plaats van te moeten worden ingebracht. Modulariteit is nog zo'n nieuw toverwoord in de kernindustrie. Toshiba, een grote Japanse bouwer, plant iets wat bekendstaat als nucleaire batterijen: afgesloten fabrieksmodules met een capaciteit van 10 megawatt en een levensduur van 15 tot 30 jaar. Als ze stoppen met werken stuur je ze gewoon terug naar de fabriek om te worden weggeruimd. Voor het neusje van de zalm inzake modulair, fabrieksmatig, passief veilig reactorontwerpen, moeten we naar Zuid-Afrika. Daar wordt al lang geëxperimenteerd met hogetemperatuurreactoren. Ze hopen er eentje klaar te hebben tegen 2010. Een hogetemperatuurreactor wordt aangedreven door kleine bollen, eigenlijk minireactoren. De passieve veiligheid lijkt gewaarborgd door het Doppler Broadening-fenomeen, dat de snelheden van de neutronen verandert, de kans kleiner maakt dat ze een splitsing veroorzaken, en de boel automatisch sluit bij oververhitting. Critici vrezen dat bij het gebruikte procedé de kans bestaat dat het grafiet vuur vat, en dat het benodigde helium zo onbetrouwbaar is dat er mogelijk lucht in het systeem binnendringt en een brand veroorzaakt. Afwachten, en in het achterhoofd houden dat de kwestie van het nucleair afval niet is opgelost. Maar dat is veeleer een politiek dan een technisch probleem. Er zit voorlopig nog altijd niets anders op dan het te begraven. Dat moet gebeuren op plaatsen waar het gemakkelijk kan worden teruggehaald voor recyclage, wanneer de technologie dat eenmaal mogelijk maakt. Het dient ook gezegd dat begraven, ongerecycleerd afval niet kan worden gebruikt om er bommen van te maken.