Met het decreet op de ruimtelijke ordening erft opvolger Steve Stevaert (SP) een beladen dossier van partijgenoot Eddy Baldewijns. De minister van Ruimtelijke Ordening bouwde eerst als bestendig afgevaardigde en later als burgemeester van Hasselt aan een groen imago. Nu riskeert Stevaert de geschiedenis in te gaan als de bewindsman die het mini-decreet gedeeltelijk weer invoert en zo de open ruimte verder aantast die het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen wil vrijwaren. Regeringspartner CVP kijkt geamuseerd toe.
...

Met het decreet op de ruimtelijke ordening erft opvolger Steve Stevaert (SP) een beladen dossier van partijgenoot Eddy Baldewijns. De minister van Ruimtelijke Ordening bouwde eerst als bestendig afgevaardigde en later als burgemeester van Hasselt aan een groen imago. Nu riskeert Stevaert de geschiedenis in te gaan als de bewindsman die het mini-decreet gedeeltelijk weer invoert en zo de open ruimte verder aantast die het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen wil vrijwaren. Regeringspartner CVP kijkt geamuseerd toe. Het was Theo Kelchtermans (CVP) die een einde maakte aan de ruimtelijke ordening van de afwijking. Maar onder druk van zijn eigen burgemeesters en de CVP-fractie in het Vlaams parlement kwam het nadien tot een compromis met Baldewijns: woningen in een gebied waar ze planologisch niet thuishoren (in een landbouw- of parkgebied, bijvoorbeeld), mogen weer worden verbouwd, heropgebouwd of uitgebreid. Dat is de inhoud van het voorontwerp-decreet op de ruimtelijke ordening. Onder meer omwille van deze passage over de zonevreemde woningen, maar ook omwille van de onduidelijkheid over de planbaten en het grondbeleid, formuleerde de Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening (Vlacoro) een scherp advies. Liever geen dan een slecht decreet, zo klinkt het. Precies omdat de kleinste bouwvallige stal in een of andere godvergeten wei kon worden omgebouwd tot een riant landhuis, groeide het mini-decreet van Paul Akkermans (CVP) uit tot een symbool van onze ruimtelijke wanorde. Sinds Kelchtermans hield de Vlaamse overheid zich gedurende enkele jaren aan strengere normen. Maar in het voorontwerp geldt weer vrijheid, blijheid. De heropbouw wordt de regel en moet niet langer verantwoord worden. Nogal wat burgemeesters en zeker de vastgoedsector wrijven zich tevreden in de handen. De kassa rinkelt. GEEN KENNIS OF PERSONEELAls het decreet er komt, krijgen de gemeenten een grotere autonomie om vergunningen af te leveren. De functie van gemachtigde ambtenaar (van het gewest in de provincie) wordt afgeschaft. Om te controleren of de gemeenten vergunningen afleveren die overeenstemmen met de filosofie van het structuurplan, komt er een stedenbouwkundig inspecteur. Maar niemand gelooft dat die in staat zal zijn om foefelende of falende gemeenten tot de orde te roepen. Daar zal ook het aangekondigde gemeentelijk vergunningen- en plannenregister niets aan veranderen. De stedenbouwkundige inspecteur moet, steekproefsgewijs, als een soort vliegende brigade bij de gemeenten afstappen om te kijken welke vergunningen werden toegekend. Een onmogelijke opdracht. Heel wat ambtenaren en burgemeesters van vooral kleinere gemeenten beseffen overigens zelf dat ze niet zijn opgewassen tegen hun nieuwe taak. Niet de idee dat de gemeenten een grotere autonomie zouden krijgen, staat ter discussie. Tenslotte is iedereen gebaat bij een sneller en eenvoudiger vergunningssysteem. De twijfels slaan op de inhoud. Vlaanderen werkte jaren aan een ruimtelijk structuurplan en straks volgen er op provinciaal en gemeentelijk niveau. De bedoeling is om de open ruimte te beschermen en de kernen van dorpen en steden meer kansen te geven. Maar met een uitgehold decreet op de ruimtelijke ordening krijgen lokale potentaten opnieuw de kans om met de ruimte te morsen. Of ze straks de principes van het Vlaams structuurplan respecteren, valt moeilijk te controleren. De Vlaamse overheid gaat er immers van uit dat de gemeenten in vijf jaar tijd een inhaalbeweging maken, door onder meer de opmaak van een structuurplan en de indienstneming van geschoold personeel. Maar na een overgangsperiode van vijf jaar zou elke Vlaamse gemeente verondersteld zijn die inspanningen te hebben geleverd, en dus grote autonomie krijgen inzake vergunningen. Gemeenten die het ernstig doen, zoals het West-Vlaamse Staden, vragen zich af waar ze mee bezig zijn, als de onwilligen worden beloond. Minister Stevaert heeft voor zijn decreet alvast weinig politieke marge. Misschien daarom dat hij bij voorkeur over gratis openbaar vervoer praat.P.R.