'Ja, ahum.' Jürgen Verstrepen, de anders altijd zo radde presentator van het zondagmiddagprogramma Zwart-Wit, schraapt zich nu toch de keel voor de volgende, moeilijke vraag. 'Jullie zijn een stel, euh, fraaie jonge vrouwen. Wat moet een man voor jullie hebben?' Geen nood. Minutenlang giechelen de roze Freya Van den Bossche en de groene Chantal Pauwels zich enthousiast door het onderwerp. Een straaltje humor is een must en er mag wat spier aan zitten, maar zo'n Michael Schumacher - nee! De formule-1-rijder ontlokt de twee schepenen slechts een kreet van afgrijzen. Hoe zou het komen dat er aan, bijvoorbeeld, Freya Van den Bossche zo weinig serieuze vragen worden gesteld?
...

'Ja, ahum.' Jürgen Verstrepen, de anders altijd zo radde presentator van het zondagmiddagprogramma Zwart-Wit, schraapt zich nu toch de keel voor de volgende, moeilijke vraag. 'Jullie zijn een stel, euh, fraaie jonge vrouwen. Wat moet een man voor jullie hebben?' Geen nood. Minutenlang giechelen de roze Freya Van den Bossche en de groene Chantal Pauwels zich enthousiast door het onderwerp. Een straaltje humor is een must en er mag wat spier aan zitten, maar zo'n Michael Schumacher - nee! De formule-1-rijder ontlokt de twee schepenen slechts een kreet van afgrijzen. Hoe zou het komen dat er aan, bijvoorbeeld, Freya Van den Bossche zo weinig serieuze vragen worden gesteld? Een ander programma, ongeveer op hetzelfde moment. De Zevende Dag heeft het over de vraag of scholen zich straks door het bedrijfsleven mogen laten sponsoren. Nee, vindt onder meer een ongeveer vijftienjarige vertegenwoordiger van de scholieren bij het gesprek. Want: stel dat zo'n bedrijf zich elders in de wereld schuldig maakt aan kinderarbeid - dat bestaat, het is bekend. 'Daar hebben we het niet over', vermaant de moderator hem bijna streng: zo diep moet de babbel nu ook weer niet gaan. Waarmee de scholier zich alvast kritischer opstelde dan een gelouterde VRT-vedette als Siegfried Bracke. Van John Maynard Keynes in de jaren dertig tot Milton Friedman diep in de jaren tachtig, er was een tijd - schreef het tijdschrift New Statesman vorige week - dat economen in de omgeving van politici de dienst uitmaakten. Hun plaats is vandaag ingenomen door politieke wetenschappers, voor zover die al niet de baan hebben moeten ruimen voor communicatiespecialisten. Het medium is televisie en de boodschap moet in de eerste plaats vlot maar vooral simpel worden gebracht. De machtige televisie heeft goed uitziende mensen nodig, en gevoelens: mond- en klauwzeer wordt pas echt interessant als er, ocharme, geitjes het slachtoffer van worden. Van belang is niet de werkelijkheid, maar de werkelijkheid zoals ze op televisie wordt getoond. Het leven zoals het leven is: goed gemixte reality-tv is het beste infotainment. Politici die bij de les zijn, leren in slogans spreken. De New Statesman sneed het onderwerp aan naar aanleiding van het bezoek van Harvard-professor Robert Putnam aan Tony Blair. Putnam had in Londen recht op een vorstelijke ontvangst: hij deed New Labour in het verleden genoeg ideeën aan de hand om de verkiezingen te winnen. Putnam kwam bij Blair zijn nieuwe boek toelichten, dat al enkele maanden furore maakt in Amerikaanse politieke kringen. Bowling kan de democratie redden, vereenvoudigt Putnam op gepaste wijze zijn boodschap in Bowling Alone: the collapse and revival of American community. Veertig jaar geleden, schrijft hij, speelden de Amerikanen bowling in georganiseerd verband. Nu doen ze dat alleen, of toevallig met enkele vrienden of collega's. De Fransman Alexis de Tocqueville wist in 1835 al dat de kracht of de zwakheid van de Amerikaanse democratie ligt in de manier waarop de mensen er met elkaar omgaan en zich verenigen. Zoals bij het bowlen is het sociaal kapitaal van de organisatie zoek geraakt. Robert Putnam kent ook de cijfers. Het aantal keren dat gezinnen samen de maaltijd gebruiken, is over de voorbije 25 jaar met een derde verminderd. Vriendenbezoek ging er met 45 procent op achteruit. Lidmaatschap van het verenigingsleven zakte met de helft. Het resultaat daarvan is, volgens Putnam, een zwakkere democratie met minder mensen die gaan stemmen en een politiek systeem dat in de handen glijdt van lobbygroepen en regelrechte carrièrepolitici.Het verhaal van Bowling Alone klinkt ons zeer bekend in de oren. VUB-professor Mark Elchardus maakte vorig jaar ophef met zijn studie over het belang van het verenigingsleven in het proces van burgerschapsvorming. Maar ook Patrick Dewael had het in zijn recente tekst over de toekomst van Vlaanderen nauwelijks over iets anders: aandacht voor het tot voor kort door de liberalen nog zo vermaledijde middenveld en voor het gezin. Samenleven in respect voor elkaar. Er waren er veel die na een eerste lectuur dachten dat de minister-president eigenlijk alleen de CVP vliegen wou afvangen. Waarschijnlijker is dat Dewael ogen en oren goed heeft opengehouden voor wat er politiek beweegt. Als Putnam het bijvoorbeeld over het gezin heeft, houdt dat niet noodzakelijk een verwijzing in naar de traditionele waarden die wij daar vanouds aan vastknopen. Het gezin staat daar voor een samenlevingsverband. Een oord waar houvast, rust en onthaasting mogelijk is. Een plek waar mensen aan elkaar denken en niet alleen aan zichzelf. Misschien heeft Patrick Dewael gewoon begrepen dat de slinger langzaam terugslaat: weg van het ik-tijdperk.Hubert van Humbeeck