Al geruime tijd is Paul Kagame, de sterke man van Rwanda en niet eens 44 jaar oud, een levende legende. Hij is intelligent, leeft als een asceet en is bikkelhard. Wegens zijn onverzettelijkheid en doortastendheid wordt hij niet alleen door zijn vijanden gevreesd. Kagame is een man van weinig woorden, niet te veel morele scrupules en ongetwijfeld de beste Afrikaanse leerling van Nicolò Machiavelli. Tijdens zijn driedaags bezoek aan Brussel, begin 1998, hield hij slechts één persconferentie en ook toen vond hij het niet eens nodig eerst zijn verhaal te doen: de journalisten konden meteen met de vragen beginnen, dat was tijd gespaard. Tijdens dat bezoek werd hij drie uur lang door het Europees parlement aan de tand gevoeld en niet één keer kon er een grapje of een lach af. Kagame maakte toen grote indruk, maar kon niet verbergen dat hij de dood te veel in de ogen had gekeken.
...

Al geruime tijd is Paul Kagame, de sterke man van Rwanda en niet eens 44 jaar oud, een levende legende. Hij is intelligent, leeft als een asceet en is bikkelhard. Wegens zijn onverzettelijkheid en doortastendheid wordt hij niet alleen door zijn vijanden gevreesd. Kagame is een man van weinig woorden, niet te veel morele scrupules en ongetwijfeld de beste Afrikaanse leerling van Nicolò Machiavelli. Tijdens zijn driedaags bezoek aan Brussel, begin 1998, hield hij slechts één persconferentie en ook toen vond hij het niet eens nodig eerst zijn verhaal te doen: de journalisten konden meteen met de vragen beginnen, dat was tijd gespaard. Tijdens dat bezoek werd hij drie uur lang door het Europees parlement aan de tand gevoeld en niet één keer kon er een grapje of een lach af. Kagame maakte toen grote indruk, maar kon niet verbergen dat hij de dood te veel in de ogen had gekeken.Kagame had al voor hetere vuren gestaan. Hij was nauwelijks twee jaar toen zijn ouders bij een nieuwe uitbarsting van anti-Tutsipogroms in Rwanda naar Oeganda vluchtten. Hij groeide er op in een vluchtelingenkamp en nam aan de zijde van Yoweri Museveni deel aan de guerrillaoorlogen tegen de militaire dictaturen van Idi Amin Dada en zijn opvolger Milton Obote. Na gedane en succesrijke arbeid in Oeganda - Museveni kwam in 1986 aan de macht - concentreerden Kagame en de legendarische Fred Rwigyema, de Afrikaanse Che Guevara, zich op het corrupte Hutu-regime van president Juvénal Habyarimana. Als het Front Patriotique Rwandais (FPR) in 1990 Rwanda binnenvalt, is Kagame er echter niet bij. Op dat ogenblik volgt hij een officierscursus in Forth Leavenworth in Kansas en om meer dan één reden is die Amerikaanse trip een intrigerend moment in Kagame's carrière. Dankzij Franse en Zaïrese steun blijft Habyarimana overeind, terwijl de regering van Wilfried Martens (CVP) op uitdrukkelijk (schriftelijk) verzoek van koning Boudewijn vijfhonderd neutrale para's naar Rwanda stuurt. Ondanks de nederlaag slaagt Kagame erin, mede onder westerse druk, om in augustus 1992 met Habyarimana onderhandelingen te beginnen. Op 4 augustus 1993 wordt in Arusha een vredesakkoord ondertekend dat door Habyarimana en zijn naaste omgeving echter nooit werd aanvaard. Nogal wat vertrouwelingen van de president reisden toen het land rond om de 'Apocalyps' voor te bereiden. Onder hen Léon Mugesera, Hutu-ideoloog en vice-voorzitter van het MRND ( Mouvement Révolutionnaire Nationale pour le Développement). Maanden voor de genocide begon, riep hij de Hutu's in Kabaya op om onmiddellijk aan het werk te gaan: 'Weet dat diegene van wie je de kop nog niet hebt afgehakt, diegene zal zijn die jouw kop afhakt. De kakkerlakken moeten zo snel mogelijk verdwijnen.' Als op 6 april 1994 het vliegtuig van Habyarimana boven Kigali wordt neergeschoten, breekt de hel los. Een dag later worden de tien Belgische para's vermoord en begint een afschuwelijke slachtpartij. In enkele weken worden honderdduizenden Tutsi's en gematigde Hutu's afgemaakt. Hoewel de fundamenten voor de genocidaire logica en organisatie al lang voordien waren gelegd, gaat iedereen ervan uit dat de aanslag op Habyarimana de doodsmachine op gang heeft gebracht. Drie onbewezen en niet gecontroleerde getuigenissen in een pas bekend geraakt VN-rapport van 1997 wijzen in de richting van Kagame als vermoedelijke opdrachtgever. In enkele Vlaamse media was deze (bekende) hypothese over de tot dusver onopgehelderde moord aanleiding om de polemiek over de Rwanda-commissie te heropenen en de opportuniteit van het bezoek van de regeringstop aan Kigali in twijfel te trekken. Zoals bekend, probeerde de CVP in 1997 met alle middelen de oprichting van de Rwanda-commissie, een idee van toenmalig VLD-voorzitter Guy Verhofstadt, te verhinderen. Het feit dat een deel van de katholieke Vlaamse rechterzijde zich verregaand met het regime van Habyarimana en de promotoren van Hutu-power identificeerde, verklaart waarom de CVP zich toen in een bedenkelijke positie manoeuvreerde. Ook toenmalig premier Jean-Luc Dehaene (CVP) - weliswaar om andere redenen dan Rika De Backer en toenmalig senator Jan Van Erps - wou van zo'n commissie niet weten en spande zich in om haar oprichting te verhinderen. KOELE ONTVANGSTVerhofstadt zal niet de eerste Belgische regeringsleider zijn die de sterke man van Rwanda de hand schudt. Uitgerekend Dehaene deed het hem in januari 1998 al voor. Kagame kreeg toen van Dehaene - weliswaar niet van harte, maar wel na lang beraad - een "full treatment", dat in principe alleen staatshoofden te beurt valt en waar een ontvangst op het paleis bij hoort. Het enige wat over het gesprek tussen Kagame en Albert II uitlekte was de gelegenheidsfoto. Kagame, graatmager en doodernstig, in donker burgerpak, Albert, mollig en verkrampt lachend, in bruine outfit. Dehaene zelf hield toen een lange werkvergadering met de voorzitter van het FPR. Omdat Kagame geen leukerd is en een deel van de CVP hem uitspuwt, werd de ontmoeting een kille bedoening. Voor en na de reünie schudden beiden elkaar de hand en dat moet zowat de meest zichtbare blijk van belangstelling van Dehaene voor Rwanda, zoniet Centraal-Afrika geweest zijn. De uitnodiging van Kagame voor een tegenbezoek in Rwanda werd zonder veel complimenten in de vuilbak gekieperd. Toch ontlokte die koele ontvangst bij Kagame niet één onvertogen woord. 'De algemene geest van het gesprek was positief. We begrijpen elkaar zeer goed', zei hij. Het bezoek van de Belgische regeringstop aan Kigali komt het Rwandese regime en zeker Kagame goed uit. Hoewel Verhofstadt er alleen de slachtoffers van de genocide en de tien Belgische para's wil herdenken en zich ver van de politiek wil houden, zal Kagame dit bezoek gebruiken om zijn internationale prestige op te krikken. Er gebeuren immers rare dingen in Kigali. Begin dit jaar vluchtte parlementsvoorzitter Joseph Sebarenzi naar Oeganda, in februari moest eerste minister Rwigyema wegens een corruptieaffaire ontslag nemen, begin maart werd een topadviseur van president Pasteur Bizimungu vermoord en een week geleden nam de president zelf ontslag. Zo werd Kagame interim-president en lijkt het erop dat een staatsgreep in slow motion aan de gang is. Het doet het regime geen goed en het bezoek van zoveel prominente Belgen is bijgevolg welkom. Uitgerekend de obscure advocaat Luc De Temmerman vond dit het goede moment om bij de Brusselse rechtbank een klacht in te dienen tegen Kagame wegens misdaden tegen de menselijkheid en genocide. De Temmerman die destijds tot de hofhouding van Habyarimana behoorde en kopstukken van de Interahamwe-militie verdedigde, ontkent dat er in Rwanda een genocide heeft plaatsgevonden. Op 4 oktober 1996 verklaarde hij in Arusha: 'Er waren massamoorden en iedereen doodde iedereen. De echte slachtoffers zijn bijgevolg de Hutu's, omdat ze ten onrechte van genocide worden beticht.' Een jaar later verdedigde hij de stelling dat het in Arusha om een politiek proces gaat. 'Vermits iedereen hier over een genocide praat en uitgerekend de aanslag op Habyarimana het moorden op gang bracht.' Ook Alison Des Forges van Human Rights Watch heeft het in haar vorig jarig verschenen boek over de moord op Habyarimana. Ze vermeldt de hypothese dat het FPR er de hand in heeft, maar haalt vervolgens feiten aan die deze stelling erg onwaarschijnlijk maken. Ze concludeert: 'De verantwoordelijkheid voor de dood van Habyarimana is een belangrijk stuk in het dossier, maar het gaat wel om een andere verantwoordelijkheid dan die voor de genocide. We weten weinig over de moordenaars van Habyarimana, terwijl we behoorlijk geïnformeerd zijn over de lui van Hutu-power die zijn dood als voorwendsel gebruikten om met een slachting die al maanden was voorbereid, te beginnen.' Paul Goossens