Het communautaire debat zit op een dood spoor. De opvolger van de regering-Leterme moet dan maar een sociaaleconomisch kabinet worden, zeggen velen, onder wie ook Didier Reynders. Er is al een sociaaleconomisch akkoord en een meerjarenbegroting, luidt het, en dat is toch een goede basis. Niets is minder waar.
...

Het communautaire debat zit op een dood spoor. De opvolger van de regering-Leterme moet dan maar een sociaaleconomisch kabinet worden, zeggen velen, onder wie ook Didier Reynders. Er is al een sociaaleconomisch akkoord en een meerjarenbegroting, luidt het, en dat is toch een goede basis. Niets is minder waar. Het sociaaleconomische programma van Leterme is een lijst van weinig concrete ideeën, een herhaling van oude beloftes die niet zijn gedekt door inkomsten. De meerjarenbegroting (2009-2011) die Leterme op de valreep voor zijn ontslag in elkaar bokste, vermeldt alleen hoe de inkomsten zullen worden verdeeld. Maar ze rept met geen woord over hoe die inkomsten bereikt kunnen worden. Het is dan ook totaal onduidelijk hoe de regering de besliste verhoging van het belastingvrije minimum met 1000 euro tegen 2011, de vermindering van het aantal belastingschalen of de verhoging van de pensioenen zal financieren. Zo is het makkelijk koekjes bakken. De gordiaanse knoop van de huidige politieke crisis is dat het sociaaleconomische beleid niet gescheiden kan worden van het communautaire. Kijken we naar de belangrijkste drie domeinen die in het regeerakkoord van Leterme staan: meer mensen aan het werk zetten, de lasten op werken en ondernemen verlagen en de sociale bescherming versterken. Nemen we het eerste domein. Hoe krijgen we in België meer mensen aan het werk? Het antwoord is fundamenteel verschillend in Vlaanderen en Wallonië. In Vlaanderen is de krapte op de arbeidsmarkt in bijna alle regio's erg nijpend. In Wallonië is er in veel regio's nog een stevige werkloosheid. Daarom werken de Waalse recepten niet in Vlaanderen. Het beleid blijft versnipperd. De regio's geven geld uit voor de activering van werklozen, maar als de werklozen een job hebben gevonden is het de federale overheid die hun werkloosheidsuitkeringen uitspaart en dus met de baten van het regionale beleid gaat lopen. Daarom moeten de deelstaten het arbeidsmarktbeleid volledig zelf kunnen voeren. Met andere woorden, het meest cruciale sociaaleconomische thema kan enkel opgelost raken als er een communautair akkoord wordt gesloten. Tweede hoofdthema uit het regeerakkoord van Leterme: lasten op werken en ondernemen verlagen. Hier zijn er meer mogelijkheden in het federale kader. Maar jammer genoeg is de federale kas leeg. En de financieringswet hangt als een strop om de nek van het federale niveau. Er stroomt te veel geld naar de regio's, te weinig blijft op het federale niveau. De federale regering moet uit dat keurslijf raken en de regio's moeten meer autonomie krijgen om met hun geld ook fiscale impulsen te geven. De regio's moeten fiscale kortingen kunnen geven. Zonder deze hervorming van de financiële basis van onze overheid zijn lastenverlagingen onmogelijk. Conclusie: een doortastend beleid van lastenverlagingen kan niet gevoerd worden zonder communautair akkoord. Derde hoofdthema: de sociale bescherming versterken. Hier gaat het om het optrekken van pensioenen en andere uitkeringen. Dit is de bevoegdheid van de sociale zekerheid en dus opnieuw federale materie. De sociale zekerheid kan dat geld enkel vinden als ze zou besparen in allerlei royale systemen, maar daarover is de consensus tussen Walen en Vlamingen ver zoek. Logisch ook, want Wallonië steunt veel meer op uitkeringen voor zijn talrijkere werklozen dan Vlaanderen. Wat niet betekent dat het onder Vlamingen een makkie zou zijn om te besparen in de sociale zekerheid. Dus ook hier is een staatshervorming noodzakelijk om stappen te kunnen ondernemen. Het is duidelijk dat een zuiver sociaaleconomische regering een fata morgana is. We kunnen niet echt vooruit zonder belangrijke communautaire beslissingen. GUIDO MUELENAER IS HOOFDREDACTEUR VAN trends door Guido Muelenaer