De overwinning van Mahmoud Abbas is geen verrassing. Als opvolger van Yasser Arafat aan het hoofd van de Fatah-beweging was hij de gedoodverfde favoriet van de verkiezingen. Het ging er alleen nog om of hij z'n uitdagers met een al dan niet stalinistische score zou verpletteren. Met ongeveer tweederde van de stemmen achter zich heeft hij van de bevolking nu een stevig mandaat gekregen om de grote problemen aan te pakken waar de Palestijnse Autoriteit mee te kampen heeft.
...

De overwinning van Mahmoud Abbas is geen verrassing. Als opvolger van Yasser Arafat aan het hoofd van de Fatah-beweging was hij de gedoodverfde favoriet van de verkiezingen. Het ging er alleen nog om of hij z'n uitdagers met een al dan niet stalinistische score zou verpletteren. Met ongeveer tweederde van de stemmen achter zich heeft hij van de bevolking nu een stevig mandaat gekregen om de grote problemen aan te pakken waar de Palestijnse Autoriteit mee te kampen heeft. Mahmoud Abbas, of Abu Mazen zoals hij vaak wordt genoemd, genoot als presidentskandidaat ook de voorkeur van de Israëlische, de Amerikaanse en de Egyptische regering. Hij is, zo vermoeden ze daar, geen man van avonturen. Shimon Peres, de leider van de Israëlische Arbeiderspartij die maandag tot de regering van Ariel Sharon toetrad, omschreef Abbas als 'wijs en bedachtzaam'. Peres en Abbas kennen elkaar van de onderhandelingen die Israël en de PLO in de jaren negentig met elkaar voerden. Abu Mazen werd in 1935 geboren in een stadje dat vandaag in Israël ligt. Tijdens de eerste Arabisch-Israëlische oorlog eind jaren veertig vluchtte hij met zijn familie naar Syrië. Hij liep school in het vluchtelingenkamp en werd later advocaat. Zoals veel Palestijnen van zijn generatie vond Mahmoud Abbas daarna werk in de Golfstaten. Daar leerde hij Yasser Arafat kennen, met wie hij de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie oprichtte. De nieuwe president van de Palestijnse Autoriteit gold decennialang als de rechterhand van de man die hij nu opvolgt. Hij werd beschouwd als het brein van de organisatie, waarvan Arafat de charismatische leider was. In tegenstelling tot Arafat verkoos de diplomaat Abbas een maatpak boven het dragen van een uniform. Hij hanteerde, voor zover bekend, ook nooit een wapen. Zijn favoriete werkwijze heeft hij zelf treffend samengevat in de titel van het boek dat hij schreef over de onderhandelingen die in 1993 tot de akkoorden van Oslo leidden: Through Secret Channels ('via geheime kanalen'). In 2003 kregen de oude strijdmakkers Abbas en Arafat het met elkaar aan de stok. In een poging om de patstelling te doorbreken waarin het vredesproces zich bevond, werd Arafat door Israël en de VS gedwongen om een deel van zijn macht uit handen te geven en een eerste minister aan te stellen. Dat werd Abu Mazen, maar reële bevoegdheden heeft die nooit gehad. Hij zat gevangen tussen de Israëlische veiligheidseisen en de weigering van Arafat om de macht over de Palestijnse ordediensten aan hem over te dragen. Na nauwelijks 127 dagen gaf hij er de brui aan. Abbas ging op zijn bek en voelde zich vernederd. Tussen hem en Arafat kwam het nooit meer goed. Maar in die vier maanden was wel duidelijk geworden dat Abbas een einde wou maken aan de gewapende intifada, die volgens hem een vergissing is. Hij zei na zijn verkiezing dat hij snel een gesprek wil met Ariel Sharon. Die antwoordde dat hij met Abbas eerst wil praten over alle vraagstukken die met veiligheid te maken hebben - de rest moet wachten. In die zin is het Israëlische standpunt na de dood van Yasser Arafat niet veranderd: eerst moeten de intifada en de aanvallen op Israëlische doelwitten stoppen en pas daarna kan er worden gepraat over de punten die de Palestijnen op de agenda willen zetten. Op 1 en 2 maart roept Tony Blair in Londen een internationale conferentie bijeen over hervormingen van de Palestijnse overheid. Die conferentie moet voor de opbouw van een geloofwaardige staat zorgen, die sterk genoeg is om het gesprek met Sharon aan te gaan. De nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice zal er zijn, net zoals vertegenwoordigers van de Verenigde Naties, Rusland en Europa. De exit polls die zondag de overwinning van Abbas aankondigden, wilden van de Palestijnse kiezers ook weten wat hun nieuwe president nu éérst moet doen. Werk maken van de Palestijnse economie, het vredesproces weer op de sporen zetten en de Palestijnse Autoriteit hervormen, luidde het antwoord. Dat wil concreet zeggen: corrupte ambtenaren ontslaan, onafhankelijke rechters benoemen en de veiligheidsdienst in de pas laten lopen. Een moeilijke en gevaarlijke klus. Als Abbas slaagt in die opdracht, heeft hij binnenkort meer vijanden dan hij kan tellen. Als hij faalt, maakt hij zich onmogelijk voor Israëlische en Amerikaanse gesprekspartners en ontgoochelt hij de mensen die hem hebben verkozen. Algemeen wordt aangenomen dat Mahmoud Abbas goed zes maanden de tijd heeft om te laten zien wat hij kan. H.v.H.