Het blijft een klein mirakel. Ieder jaar opnieuw wordt het onooglijke dorpje Watou, aan de Frans-Belgische grens, op zijn kop gezet en trekken tienduizenden poëzieminnaars en kunstliefhebbers op bedevaart naar de westhoek. Op zondagmiddagen in augustus zie je op het marktplein van Watou meer Nederlandse dan Belgische nummerborden. De combinatie van poëzie en beeldende kunst wérkt, maar is niet onomstreden. 'Je verplaatst niet zomaar de grenspalen tussen twee kunstdisciplines', zegt organisator Gwy Mandelinck, 'en je eigent...

Het blijft een klein mirakel. Ieder jaar opnieuw wordt het onooglijke dorpje Watou, aan de Frans-Belgische grens, op zijn kop gezet en trekken tienduizenden poëzieminnaars en kunstliefhebbers op bedevaart naar de westhoek. Op zondagmiddagen in augustus zie je op het marktplein van Watou meer Nederlandse dan Belgische nummerborden. De combinatie van poëzie en beeldende kunst wérkt, maar is niet onomstreden. 'Je verplaatst niet zomaar de grenspalen tussen twee kunstdisciplines', zegt organisator Gwy Mandelinck, 'en je eigent je als organisator zeker niet het statuut van douanier toe. De dichter Slauerhoff schreef ooit: Alleen in mijn gedichten kan ik wonen. Het is niet onlogisch dat zowel de dichter als de beeldende kunstenaar zich door hun confrontaties tijdens de Poëziezomers wat dakloos voelen. Maar door beeld en woord naar elkaar toe te schuiven, ontstaan onvoorspelbare associaties. Het gaat in de Poëziezomers om zintuiglijkheid en we waken erover dat het nooit een praatje bij een plaatje wordt. De dichter is geen suppoost van de beeldende kunst.' In het verleden werkte Mandelinck vaak samen met Jan Hoet en het Gentse SMAK; voor de vijfentwintigste editie, die op 2 juli van start gaat, werd vooral geput uit privé-collecties. De gepassioneerde collectioneur Lieven Declerck is samen met Cis Bierinckx (curator video-installaties) verantwoordelijk voor de selectie van de beeldende kunst. Mandelinck koos als vanouds de gedichten die werden 'gevisualiseerd' door architect Koen Van Synghel. 'We steken dit jaar voor het eerst de taalgrens over', zegt Mandelinck. 'Ik heb ook een aantal Franse dichters geselecteerd. Eigenlijk is het de logica zelve: Watou grenst over een strook van tien kilometer aan Frankrijk. Maar voor Nederlandstaligen is de Waalse of Franse poëzie van de voorbije dertig jaar in diepe duisternis gehuld. En als je, omgekeerd, een geroutineerde Franse poëzielezer vijf namen vraagt van Nederlandstalige dichters, komt hij ook niet veel verder dan Hugo Claus. We hebben dat willen doorbreken. Het motto van deze Poëziezomer is Nous le passage - naar het vers van de Franse dichter Henri Meschonnic.' De foto's op deze pagina's brengen een paar hoogtepunten van voorbije Poëziezomers in herinnering. De gedichten komen uit een bibliofiel uitgaafje met vijfentwintig speciaal voor Watou geschreven gedichten, dat organisator Gwy Mandelinck en zijn vrouw Agnes Hondekijn werd aangeboden ter gelegenheid van deze jubileumeditie van de Poëziezomer. Het gedicht Dood van Eddy van Vliet staat op het grensland in Watou, waar conform de laatste wilsbeschikking van de dichter, zijn as is uitgestrooid. n P.P.