Partijen aan beide kanten van het politieke spectrum hebben van de Belgische economie dé inzet van deze verkiezingen gemaakt. Hun argumenten zetten de ideologische tegenstellingen op scherp. Ons systeem is onhoudbaar, vindt rechts. Een voortzetting van de gestage veranderingen van de regering- Di Rupo volstaat, vindt links.
...

Partijen aan beide kanten van het politieke spectrum hebben van de Belgische economie dé inzet van deze verkiezingen gemaakt. Hun argumenten zetten de ideologische tegenstellingen op scherp. Ons systeem is onhoudbaar, vindt rechts. Een voortzetting van de gestage veranderingen van de regering- Di Rupo volstaat, vindt links. Omdat politici in verkiezingstijd slechte objectieve graadmeters zijn, is er behoefte aan een blik van buitenaf op de staat van ons economische bestel. Knack vroeg het aan zes vertegenwoordigers van internationale economische spelers: de OESO, het Internationaal Monetair Fonds, de ratingbureaus Moody's en Standard & Poor's, de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en de Nederlandse bank ING. En wat blijkt? Niemand luidt de alarmklokken. Integendeel. SARAH CARLSON (MOODY'S): Natuurlijk zijn er uitdagingen. Maar we gaan ervan uit dat ze haalbaar zijn. De Belgische economie is robuust en erg gediversifieerd gebleken. Er zijn economieën die het veel slechter hebben gedaan. Zo heeft de redding van de Belgische banken, ook die van Dexia, de overheidsschuld veel minder doen stijgen dan elders. Wij hebben de rating van België in februari dan ook aangepast, van een negatief naar een stabiel vooruitzicht. CARLSON: Qua overheidsschuld doen jullie het niet zo goed als Nederland, dat een veel lagere schuldenlast torst. Maar België heeft historisch bewezen dat het flexibel kan omspringen met zijn belastingen als de nood hoog is. Er is dus geen groot risico dat de schulden op zeker ogenblik niet meer afgelost kunnen worden. Daarvoor zijn de instellingen die de fiscaliteit sturen te sterk. CARLSON: Natuurlijk kennen we de gevoeligheden tussen de regio's. Maar zelfs als de onderhandelingen zo lang duren als bij de vorige regeringsvorming denk ik niet dat de markten zullen twijfelen aan de Belgische kredietwaardigheid. Ook het ratingbureau Standard & Poor's ligt niet wakker van een eventueel lange regeringsvorming. MARIE-FRANCE RAYNAUD (STANDARD & POOR'S): Het institutionele is grotendeels achter de rug, en we gaan ervan uit dat het opstellen van een gedetailleerd economisch hervormingsplan net behoorlijk lang kan duren. RAYNAUD: Er is de laatste jaren een consensus gegroeid over de aard van de economische hervormingen onder een groot deel van de partijen, ook de N-VA. Wij verwachten dan ook dat die consensus - over een pensioenhervorming, begrotingsdiscipline, concurrentiekracht en de arbeidsmarkt - tot uiting zal komen in de volgende regering. De komende jaren verwachten wij een graduele stabilisering van het economische beleid. Ook Peter Vanden Houte, hoofdeconoom van ING België, denkt niet dat de financiële markten alarm zullen slaan als de politieke kaarten na de verkiezingen weer even moeilijk zullen liggen als in 2010. VANDEN HOUTE (ING): Ik krijg er weleens een vraag over van internationale klanten, maar van ongerustheid is geen sprake. Vergeet niet dat de markten vandaag veel stabieler zijn dan toen het land 500 dagen geen regering had. Men is niet meer op zoek naar de volgende zwakke schakel in de rij. Maar zelfs als de eurocrisis zou opflakkeren, ziet het er nog altijd goed uit voor ons land. 'Voor internationale investeerders is België niet langer een van de opvallende schuldenlanden', zegt Alvaro Pina, die ons land volgt voor de OESO. 'Dat komt omdat de overheidsschuld tijdens de crisis minder is gestegen dan in andere landen. Samen met de inspanningen van de regering om de overheidsuitgaven te beperken, is dat de reden waarom België steeds vaker wordt gerekend bij de fiscaal gezondere Europese kernlanden.' Wat de aanpak van de crisis betreft, krijgt premier Elio Di Rupo krediet van de internationale experts - al hoeden ze zich voor expliciete lofbetuigingen om geen positie in te nemen in binnenlandse aangelegenheden. Een definitief oordeel hangt af van de economische groei in de komende jaren. 'België heeft de crisis goed doorstaan door een systeem van overheidstransfers en premies om jobs te behouden', zegt Edward Gardner, assistent-directeur van IMF Europa. 'En het spaargeld van de Belgische gezinnen en de bedrijven zorgt ervoor dat de markten zich vandaag weinig zorgen maken over de kredietwaardigheid van het land. Maar het is niet omdat die gezinnen veel geld op hun rekening hebben staan dat ze dat geld ook zullen investeren mocht de overheid ooit obligaties uitschrijven om de schuld intern te financieren. Het internationale vertrouwen is in de eerste plaats gebaseerd op de veronderstelling dat de economie zal groeien en de schuld zal verminderen.' Maar er wordt ook gewezen op de klassieke structurele tekortkomingen: jobcreatie en het belang van export. 'België heeft de crisis goed doorstaan, maar tegelijkertijd zien we ook dat de werkgelegenheidsgraad bij de laagste is in de geïndustrialiseerde wereld', merkt Gardner op. 'Dat gebrek aan jobs vermindert het belang van inkomens voor de economie, en vergroot de druk op degenen die wel werken om te betalen voor sociale uitgaven en overheidsuitgaven.' 'De Belgische overheid heeft de daling van banen in de privésector opgevangen met door de overheid beschermde arbeid', oordeelt Vanden Houte. 'Ook tijdens de oliecrisis in de jaren zeventig heeft ze dat gedaan. Ook toen dempte men de putten in de privésector met gesubsidieerde arbeid. De stijging in werkgelegenheid vandaag komt dus helemaal op rekening van de overheid. Maar het geld om die mensen te betalen, moet je wél verdienen.' Maar is dat erg, dat de overheid de belangrijkste werkgever is in een economie? We vragen het aan Raymond Torres, hoofd van de studiedienst van de Internationale Arbeidsorganisatie in Genève, die wereldwijd strijdt voor de rechten van wie werkt. 'Op zich is het geen probleem dat de overheid jobs creëert. Waarom zou dat intrinsiek minder goed zijn dan dat de privésector het doet? De waarde van een job, wie 'm ook creëert, hangt af van wat die baan produceert. Dat is de enige barometer. Als er geen, of een te kleine waarde door een baan wordt gecreeerd, is er geen economisch nut. Jobcreatie door de overheid mag dus geen manier zijn om werkloosheid op te lossen.' 'België houdt de binnenlandse vraag op peil door arbeid te subsidiëren, maar teert daarvoor via belastingen op het geld van zijn eigen burgers', vult Vanden Houte aan. 'Dat verkleint de exportkracht.' Dat laatste punt halen zowat alle experts aan. Gardner: 'De Belgische exportcapaciteit, nochtans cruciaal voor de groei en de werkgelegenheid, is de afgelopen jaren gedaald ten opzichte van de belangrijkste handelspartners - Duitsland, Nederland en Frankrijk. Daar zijn de loonkosten en het gebrek aan flexibiliteit op de arbeidsmarkt verantwoordelijk voor.' Pina: 'Het belang van export in de economie is de laatste tien jaar sneller gedaald in België dan in de meeste andere Europese landen. Bovendien gaat het vooral om export naar mature markten, en te weinig naar opkomende economieën.' Vanden Houte: 'De daling van de Belgische exportcapaciteit tijdens de laatste jaren is vrijwel uniek in Europa. Alleen Frankrijk deed even slecht. Vooral qua laaggeschoolde arbeid verliest België concurrentiekracht doordat het uit de markt wordt geprijsd. België is een open economie die zich gedraagt alsof ze stopt aan de grens.' Zijn de loonkosten dan toch de inzet van deze verkiezingen? 'Deels wel', bevestigt Torres. 'Maar net zo goed gaat het om de organisatie van de arbeidsmarkt. Hét probleem van België is de werkloosheid van jongeren en ouderen. Stem het onderwijs dus beter af op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld met arbeidsperiodes tijdens studies. En zorg ervoor dat oudere werknemers op flexibele manieren - zoals deeltijds en op zelfstandige basis - hun carrière werkend kunnen afsluiten.' DOOR JELLE HENNEMANMoody's: 'Er is dus geen groot risico dat de schulden op zeker ogenblik niet meer afgelost kunnen worden.' Standard & Poor's: 'De komende jaren verwachten wij een graduele stabilisering van het economisch beleid.'