Over de Koningskwestie is een aardig bibliotheekje bij elkaar geschreven. De protagonisten van 1950 spraken af dat iedereen er alles bij te winnen had om over het verloop en de afwikkeling van de zaak alle discretie te bewaren. Raison d'état oblige. Daarom blijven nog altijd tal van archieven - zoals die van koning Leopold III zelf, die in het bezit zijn van diens weduwe prinses Lilian - ontoegankelijk voor onafhankelijk onderzoek. Ook in hun gedenkschriften houden de spelers van toen - zoals Gaston Eyskens in ...

Over de Koningskwestie is een aardig bibliotheekje bij elkaar geschreven. De protagonisten van 1950 spraken af dat iedereen er alles bij te winnen had om over het verloop en de afwikkeling van de zaak alle discretie te bewaren. Raison d'état oblige. Daarom blijven nog altijd tal van archieven - zoals die van koning Leopold III zelf, die in het bezit zijn van diens weduwe prinses Lilian - ontoegankelijk voor onafhankelijk onderzoek. Ook in hun gedenkschriften houden de spelers van toen - zoals Gaston Eyskens in "De memoires" (1993) - zich vaak op de vlakte. Zo bleef de kwestie lang het voorwerp van discussies die meer te maken hadden met het politieke gelijk dan met geschiedschrijving. Toch is het archiefprobleem slechts relatief. Vooreerst blijkt een doorgedreven, kritische lectuur van de beschikbare bronnen al veel informatie op te leveren. Bovendien werd lange tijd te weinig onderzoek gedaan in andere archieven, vooral in het buitenland. Een van de eersten die de polemieken rond de houding van de koning in mei 1940 kritisch behandelde, was Luc Schepens in "1940. Dagboek van een politiek conflict" (1970), dat vooral op gepubliceerd werk steunde. Met een minutieus onderzoek van in de eerste plaats Duitse archieven zorgde Albert de Jonghe met zijn "Hitler en het politieke lot van België" (1972) voor een historiografische doorbraak door te bewijzen dat de "leopoldistische" versie van de feiten niet strookte met de feiten. Even belangrijk voor de kennis van Leopolds houding tijdens de bezetting was "Léopold III et le gouvernement. Les deux politiques belges de 1940" (1980) van Jean Stengers, waar Jean Vanwelkenhuyzen met "Quand les chemins se séparent" (1988) nog enkele puzzelstukken over de periode mei-juli 1940 aan toevoegde. In "Leopold III. De l'an 40 à l'effacement" (1991) brachten Jules Gérard-Libois en José Gotovitch een originele synthese over de Koningskwestie. De afloop van de affaire werd diepgaand geanalyseerd door Paul Theunissen in "1950: ontknoping van de koningskwestie" (1984). De recentste en ook meest diepgaande studie over de Koningskwestie is het lijvige en uiterst gedetailleerde "Leopold III. De koning, het land, de oorlog" (1994) van Jan Velaers en Herman Van Goethem. Memoires van sommige ooggetuigen en medespelers wierpen een (al dan niet gekleurd) licht op de gebeurtenissen, zoals die van Leopolds secretaris Robert Capelle ( "Dix-huit ans auprès du roi Léopold", 1970) of diens militaire adviseur Raoul van Overstraeten ( "Sous le joug", 1986). De toenmalige premier Jean Duvieusart getuigde in "La question royale" (1975) hoe zijn kabinet de koningscrisis afwikkelde. Jacques Van Offelen vertelde in "Les libéraux contre Léopold III" (1988) na hoe de liberalen voor het anti-leopoldistische kamp kozen. Andere publicaties, onder andere van Roger Keyes, Jean Cleeremans of Christian Koninckx, vallen op door hun apologetische, pro-leopoldistische toon, maar bezitten soms een zekere waarde omdat ze geprivilegieerde bronnen konden aanboren. M.R.