Van 5 tot 18 mei vinden de sociale verkiezingen plaats. In zowat 6000 ondernemingen (met meer dan 50 werknemers) wijzen 1,35 miljoen personeelsleden hun vertegenwoordigers in de comités voor preventie en bescherming op het werk aan. In de helft van deze bedrijven (met meer dan 100 werknemers) beslissen ze ook over de nieuwe samenstelling van de ondernemingsraden. De christelijke vakbond ACV brengt 68.000 kandidaten in stelling. Het socialistische ABVV heeft 50.000 leden overtuigd om op een lijst te staan en de liberale ACLVB 20.000.
...

Van 5 tot 18 mei vinden de sociale verkiezingen plaats. In zowat 6000 ondernemingen (met meer dan 50 werknemers) wijzen 1,35 miljoen personeelsleden hun vertegenwoordigers in de comités voor preventie en bescherming op het werk aan. In de helft van deze bedrijven (met meer dan 100 werknemers) beslissen ze ook over de nieuwe samenstelling van de ondernemingsraden. De christelijke vakbond ACV brengt 68.000 kandidaten in stelling. Het socialistische ABVV heeft 50.000 leden overtuigd om op een lijst te staan en de liberale ACLVB 20.000. Deze oefening in economische democratie wordt om de vier jaar gehouden in de privésector. Waar er evenveel kandidaten als mandaten zijn, hoeven de stemlokalen niet te worden ingericht. Dat gebeurt ook niet in de bouwsector, omdat werkgevers en vakbonden afspraken over de vakbondsmandaten maken. In overheidsdiensten en -bedrijven zoals de NMBS zijn er geen sociale verkiezingen. Daar beslist de getalsterkte van de vakbonden over de omvang van hun delegaties voor het overleg over wedden en werkvoorwaarden. Bij de sociale verkiezingen in 2004 bevestigde het ACV zijn positie als grootste en sterkste vakbond (zie grafiek). De ACLVB ging eveneens licht vooruit. Het ABVV leed verlies. In grotere ondernemingen namen de Nationale Confederatie van het Kaderpersoneel en enkele bedrijfslijsten opnieuw met een bescheiden resultaat deel voor de ondernemingsraden. In tegenstelling tot de ACLVB, die zijn beste scores in Brussel behaalde (13 procent van de stemmen voor de ondernemingsraden en 14,3 procent voor de preventiecomités), leverde stemmenwinst het ACV wél veel extra zetels in de twee overlegorganen op. Het ABVV verloor ook bij de zetelverdeling. De dominantie van de christelijke vakbond gold voor alle werknemersgroepen (arbeiders, bedienden, jongeren en kaderleden). Ze was in 2004 opnieuw het duidelijkst in Vlaanderen (57,7 procent van de stemmen en 63,2 procent van de zetels in de ondernemingsraden, en nog hogere percentages voor de preventiecomités). Maar ook in Wallonië, lang een 'rode regio', zette het ACV zijn opmars voort. In 1991 al had de christelijke vakbond het ABVV daar in zetels ingehaald. In 2004 zag de socialistische vakbond in Wallonië het verschil in het voordeel van het ACV, zowel inzake stemmen als mandaten, nog groter worden. De organisatie van de sociale verkiezingen dit jaar hing geruime tijd aan een zijden draad door een aanslepend conflict tussen vakbonden en werkgevers. Dat had te maken met de omzetting van een Europese richtlijn van maart 2002 over een informatie- en raadplegingsplicht in alle ondernemingen met minstens 50 werknemers en in vestigingen vanaf 20 werknemers. Voor de vakbonden was deze richtlijn, uitgevaardigd in de nasleep van de sluiting van Renault-Vilvoorde, een breekijzer om de uitvoering van de Bedrijfsorganisatiewet van 1948 te eisen. Die wet gaf een wettelijk statuut aan ondernemingsraden in bedrijven vanaf 50 werknemers, maar in een uitvoeringsbesluit werden er dat 100. De vakbonden drongen ook aan op een vertegenwoordiging in kleinere ondernemingen. Maar de werkgevers kantten zich fel tegen meer personeel met een beschermd statuut. Ze gingen helemaal uit hun dak toen aftredend minister van Werk Peter Vanvelthoven (SP.A) in de week na de parlementsverkiezingen in juni 2007 'bewarende' besluiten wou nemen - opgejaagd als hij was door een Europese veroordeling van ons land en door een advies van de Raad van State om de wet van 1948 toe te passen. Premier Guy Verhofstadt (Open VLD) vroeg aan de koning om die besluiten niet te ondertekenen en na die politieke rel gingen de sociale partners weer rond de tafel zitten. Eind november bereikten ze tot hun eigen opluchting een akkoord. Daardoor verlopen de sociale verkiezingen vanaf komende week volgens de 'oude regels', maar kunnen de bedrijfsoverlegorganen in hun nieuwe samenstelling op dat compromis steunen. Het laat alles bij het oude voor ondernemingen vanaf 100 werknemers. In bedrijven met 50 tot 100 werknemers krijgen de preventiecomités alle sociaaleconomische informatie van de bedrijfsleiding. Voor een vakbondsafvaardiging in ondernemingen vanaf 20 werknemers hebben sommige bedrijfssectoren al een regeling getroffen en kunnen de andere dat voorbeeld volgen. Over de praktijk oordelen vakbonden en werkgevers in 2010. Door de hoogoplopende discussies tot aan het finale akkoord bleef een andere stoorzender enigszins in de schaduw. De drie vakbonden moeten zich al enkele jaren juridisch verweren tegen procedures van het Vlaams Belang. Die partij haalt fel uit naar de vakbonden wegens het schrappen van leden die verkiezingskandidaat voor haar geweest zijn of die als militant voor haar optreden. Ook probeert het Vlaams Belang via het Grondwettelijk Hof hun 'monopolisering van de sociale verkiezingen' te doorbreken. Maar tot nog toe zonder resultaat. ACV, ABVV en ACLVB hebben integendeel opnieuw in een protocol afgesproken om geen kandidaten te aanvaarden die lid zijn van extreemrechtse, antidemocratische of racistische organisaties. Sociale verkiezingen zijn voornamelijk een zaak van de militanten en kandidaten in de ondernemingen en van de problemen waarmee ze op de werkvloer te maken krijgen. Maar het doen en laten van de vakbondsleiding in Brussel straalt ook af tot op dat niveau. Het zal ze daar in elk geval niet ontgaan zijn dat de top van de drie vakbonden in de voorbije jaren niet altijd op dezelfde golflengte zat. De brutale stakingsstrategie van het ABVV tijdens de onderhandelingen over het Generatiepact in 2005 verzuurde de verhouding met het ACV en zijn voorzitter Luc Cortebeeck. Na het aantreden van Rudy De Leeuw als nieuwe ABVV-voorzitter werden de plooien weer enigszins gladgestreken. Dat bleek tijdens het overleg over de concretisering van de nieuwe brugpensioenafspraken en over een eerste advies dat de sociale partners in het najaar van 2006 aan Paars II uitbrachten over de welvaartsaanpassing van de sociale uitkeringen. In de daaropvolgende zware onderhandelingen over het centrale loonakkoord voor 2007-2008 trokken de drie vakbonden eveneens één lijn. Ook de persoonlijke relaties lijken verbeterd. Zo wonen Cortebeeck, De Leeuw en ook directeur-generaal Pieter Timmermans van het Verbond van Belgische Ondernemingen en gedelegeerd bestuurder Karel Van Eetvelt van de Unie van Zelfstandige Ondernemers al eens samen een voetbalwedstrijd bij en trakteren ze elkaar achteraf op een pint. Dat heeft De Leeuw niet belet om in de voorbije maanden fors uit te halen naar de werkgevers. Dat het voor hem als ABVV-voorzitter de eerste sociale verkiezingen zijn en dat hij het verlies van 2004 wil rechtzetten, werkt deze profilering mee in de hand. Aan werkgeverszijde wordt ze niet op prijs gesteld. 'Ik hoop dat het ABVV hiervoor bij de sociale verkiezingen niet beloond wordt. Anders breken er voor het sociaal overleg donkere tijden aan', liet een geïrriteerde Van Eetvelt twee weken geleden in Knack optekenen. Met dat 'stemadvies' konden ze dan weer niet lachen bij het ABVV. Van een recente enquête van het dienstenbedrijf Randstad bij 2000 werknemers onthouden de vakbondsleiders intussen dat er in de bedrijven veel waardering voor het vakbondswerk is, maar ook matige tevredenheid over de werking van de overlegorganen. In hun verkiezingscampagnes hanteren ACV, ABVV en ACLVB uiteenlopende stijlen, maar inhoudelijk zijn de verschillen niet zo groot - met thema's zoals de koopkracht, de kwaliteit van het werk, het inperken van tijdelijke contracten, vorming en opleiding, de eindeloopbaan, de gelijkheid van man en vrouw, duurzame ontwikkeling. Tot grote verschuivingen in de onderlinge krachtsverhoudingen leiden de sociale verkiezingen van 2008 allicht niet. Maar de uitslag zal hoe dan ook een invloed hebben op de komende afleveringen van het sociaal overleg. Dat wordt meegezogen in een almaar somberder sfeer van economische groeivertraging, stijgende inflatiecijfers en een wankel begrotingsverhaal van een federale regering die niet uitblinkt door visie en samenhang. Op de overlegagenda staan onder meer een nieuw advies over welvaartsvaste uitkeringen tegen 15 september en het bepalen van een loonnorm voor de komende twee jaar. Op het einde van het jaar volgen dan de onderhandelingen over een nieuw centraal loonakkoord voor 2009-2010, een gegarandeerde botsing tussen vakbonden (koopkracht) en werkgevers (loonmatiging) incluis. Daarnaast zal premier Yves Leterme (CD&V) solliciteren bij de sociale partners met regeringsvoorstellen over 'de modernisering van de arbeidsmarkt'. De Rerum Novarum- en 1 meitoespraken van deze week steken daarom niet alleen de vakbondskandidaten in de bedrijven een hart onder de riem. Ze schetsen ook de krijtlijnen van de vakbondsinzet voor een warme sociale herfst. DOOR PATRICK MARTENS