INFO : De auteur is schrijver en publicist in Brussel.
...

INFO : De auteur is schrijver en publicist in Brussel.De kracht van minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht is zijn rationaliteit. Mogelijk dringt zich een dilemma op: overleeft het Belgische federalisme een falen van het Europese federalisme? In de Wetstraat hoor je vaak dat België op den duur 'verdampt' in een federaal Europa. Typisch Belgische problemen, zoals B-H-V, zouden zich vanzelf oplossen. Die redenering verdampt als het Europese federalisme strandt op de mislukking van de Europese grondwet (Frankrijk, Nederland). Belgische politici zijn dolenthousiaste Europeanen, de premiers voorop: Leo Tindemans (CVP), Wilfried Martens (CVP), Jean-Luc Dehaene (CVP) en Guy Verhofstadt (VLD). Ze konden Belgische problemen naar Europa exporteren (extra subsidie voor Wallonië) of Europa gebruiken als drukmiddel voor de begrotingsdiscipline die ze in eigen huis niet verkocht kregen. Belgische premiers dromen van een 'federaal Europa' als remedie voor eigen kwalen. Tindemans en de politieke unie. Verhofstadt en de Verklaring van Laken. Dehaene met het monnikenwerk op de Conventie. Zelfs bij een Europese belasting zeggen Belgische premiers: ja, graag! Ze zijn de enigen. De Europese retoriek is niet consistent. België is voor een Europese defensie, maar laat het eigen leger verkommeren tot een fanfare. België is voor Europese regelgeving, maar past ze zelf niet goed toe. Belgische politici waren lid van de Conventie, maar ze kwamen zelden. Belgische ministers, zowel federale als regionale, prediken over Europa, maar laten dikwijls verstek gaan op Europese ministerraden. Ze hebben het 'te druk' met hun dorp. Toch is Europa voor de Wetstraat een psychologische vluchtheuvel: we gaan op in Europa! Het is geruststellend. Hoe ingewikkeld de problemen ook zijn, ze verdwijnen vanzelf. De eigen grondwet is niet meer dan een 'vodje papier', zoals Tindemans in 1978 proclameerde. Een schone gedachte. Maar schone schijn. Een 'neen' aan de grondwet is niet het einde van Europa, maar wel het einde van het Europese federalisme, dat België als canonieke waarheid omhelst. Frankrijk en Nederland behoren tot de oudste naties van Europa. Zij vinden een grondwet, ten onrechte, bedreigend. Frankrijk vreest een Constitution ultralibérale en Nederland vreest een 'Nieuwe Europese Orde'. Een 'neen' blokkeert een 'Verenigde Staten van Europa'. We gaan verder met een 'Verenigd Europa van Staten'. Daar wringt de schoen: België is geen natiestaat, zelfs geen verenigde staat, maar een lat-relatie tussen twee bevolkingsgroepen. Hoe kan het Belgische 'fédéralisme à deux' werken als het Europese 'fédéralisme à 25' niet lukt? Tindemans kan gelijk krijgen: een federalisme van twee is de canapé voor een scheidingslogica. Er is steeds meer 'apart' en steeds minder 'samen'. Wat blijft over als de mentale vluchtroute 'Europa' is gesloten? Een 'neen' werpt België terug op zichzelf. Belgen moeten zelf de grenzen formuleren van hun samenlevingsmodel. B-H-V blijft sudderen tot een volgende communautaire ronde. Vlaams onbehagen zal sociaal-economische dossiers in communautair vaarwater brengen: splitsing van fiscaliteit of van de sociale zekerheid. Subsidies naar Wallonië drogen op. Het Bergen van Elio Di Rupo (PS) heeft een werkloosheid van 35 tot 40 procent. Franstalige politici juichten te vroeg: Wallonië is hulpverslaafd, terwijl sociaal-economische kerndossiers in 2007 of eerder de communautaire breuklijn zullen raken. Vluchten kan niet meer. Toen Karel De Gucht lid was van het Vlaams parlement pleitte hij voor een Belgische confederatie. De tien punten van het Belgische stemgewicht in Europa konden volgens hem worden gesplitst in 6 voor Vlaanderen en 4 voor Wallonië. Een prikkelende gedachte. Wellicht kan hij als minister van Buitenlandse Zaken deze denkpiste nader uitwerken zodra het 'federale dilemma' zich voordoet. Derk Jan Eppink