Als gewezen oostfronter was Oswald Van Ooteghem aanwezig op het veelbesproken feest van het Sint-Maartensfonds in Antwerpen dat ook door Johan Sauwens werd bijgewoond. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog was Van Ooteghem onderluitenant in het Vlaamse jeugdbataljon van de Waffen SS-Division Langemarck. Na zijn terugkeer in België kreeg hij drie jaar cel. Vanaf het ontstaan van de partij militeerde hij in de VU. Hij werd achtereenvolgens Oost-Vlaams provincieraadslid, Gents gemeenteraadslid en senator.
...

Als gewezen oostfronter was Oswald Van Ooteghem aanwezig op het veelbesproken feest van het Sint-Maartensfonds in Antwerpen dat ook door Johan Sauwens werd bijgewoond. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog was Van Ooteghem onderluitenant in het Vlaamse jeugdbataljon van de Waffen SS-Division Langemarck. Na zijn terugkeer in België kreeg hij drie jaar cel. Vanaf het ontstaan van de partij militeerde hij in de VU. Hij werd achtereenvolgens Oost-Vlaams provincieraadslid, Gents gemeenteraadslid en senator.Oswald Van Ooteghem : Mocht ik de zoon van een jood zijn geweest, dan zat ik in een concentratiekamp. Was ik de zoon van een communist, dan had ik in het verzet gestaan. Maar ik was de zoon van Herman Van Ooteghem, militant VNV'er, vriend van de familie Daels - mijn oorlogspeter - en van Staf De Clercq. Mijn vader leidde de Werfbrigade, de militie van het VNV; mijn moeder was een leidster van de Vlaams Nationale Meisjesbond. Vanaf mijn zesde was ik lid van de Blauwvoetvendels. In die kringen gold de regel: de leider beveelt en je gaat. En de oproep van Reimond Tollenaere luidde woordelijk: 'Naar het oostfront gaan om voor Vlaanderen een gelijkberechtigde plaats te verwerven in het nieuwe Europa' - dat willen we nog altijd: als Vlamingen een plaats verwerven binnen Europa. De oproep van Tollenaere, gesteund door Frans Daels, zette mij in vuur en vlam. Bij mijn aanmelding voor het oostfront op 1 augustus 1941 was ik 16. Toen ik veertien dagen later in Polen arriveerde, was ik net 17 geworden. Meteen werden we geconfronteerd met het Duitse bedrog. Ik had me gemeld voor het Vlaams legioen. Maar ter bestemming bleken de Duitsers niets af te weten van een Vlaams legioen. Het was duidelijk dat ze ons slechts als kanonnenvlees beschouwden. Kanonnenvlees in ruil voor politieke macht die de Duitsers het VNV voorspiegelden.U was aanwezig op het feest van het Sint-Maartensfonds, maar u bent geen lid van die organisatie?Van Ooteghem : Waarom ga je naar zo'n bijeenkomst? Om oude kameraden te ontmoeten die je in geen twintig, dertig jaar meer hebt gezien. Mannen met wie je ooit in de sneeuw hebt geploeterd. De folklore, de uniformen, het vlaggenvertoon, je bekijkt dat met enige ironie. Want je hebt er daar natuurlijk voor wie de klok in 1945 stil is blijven staan. Maar de oorlog is voorbij. Daarom koos ik destijds een andere weg: het engagement in de Vlaamse emancipatiebeweging.Is het de gewoonte dat op bijeenkomsten van gewezen oostfronters extreem-rechtse groeperingen zoals het VMO aantreden?Van Ooteghem : Ik had van tevoren nog gebeld met de mensen van het Sint-Maartensfonds. Er was me verzekerd dat alleen de muziekkapel van het Vlaams Nationaal Jeugdverbond was toegelaten. Alle andere uniformen en vaandels werden geweerd. Maar die VMO'ers storen zich daar niet aan. Die komen gewoon. Zou je willen dat die ouwe mannen van het fonds daar hardhandig tegen optreden? Toch verbaasde het u dat Johan Sauwens op die bijeenkomst aanwezig was?Van Ooteghem : De minister zelf arriveerde toen het feest al aan de gang was. Maar hij is vrij snel weer weggegaan. Ik heb met hem staan praten bij de uitgang, samen met enkele militanten. Er werd gediscussieerd over de VU, over Lambermont. Sauwens heeft daar nog vrij lang staan kletsen. Intussen hield Jan Jambon van de Vlaamse Volksbeweging op het spreekgestoelte een vlammend betoog tegen Lambermont. Hij riep op om een dag later in Gent te gaan betogen tegen dat communautair akkoord. Sauwens was duidelijk ontstemd over wat daar gebeurde. Daarop is hij weggegaan. Maar ondertussen stond hij al op de gevoelige plaat. Zijn aanwezigheid veroorzaakte enige opschudding. Ik zag daar een dame die de vlaggen en emblemen filmde en die ook voortdurend haar camera op Sauwens richtte. Overduidelijk was iemand eropuit om Sauwens te compromitteren. Ik had meteen het voorgevoel dat dit mis zou lopen. Temeer omdat hij al een tijdlang door De Morgen werd geviseerd. Het blijft toch opmerkelijk die één-twee tussen De Morgen die het bericht bracht, en het Vlaams Blok dat de videotape van het feest leverde die het lot van Sauwens bezegelde? Van Ooteghem :De Morgen en het Blok waren op dat moment objectieve bondgenoten. Maar Sauwens heeft een vergissing begaan en heeft zich daarvoor verontschuldigd. Hij trad daar niet op als minister. Hij heeft daar niet het woord genomen. Ik kan me zelfs voorstellen hoe zoiets kon gebeuren. Sauwens kwam al een aantal keren naar de bijeenkomsten van het Limburgse Sint-Maartensfonds. Want daar zitten tal van zijn militanten. Dat hij af en toe de noodzaak voelt om zich daar te tonen, kan ik begrijpen. Ook elders lopen volksvertegenwoordigers en senatoren van de VU al eens langs op bijeenkomsten van het fonds. Er bestaat tenslotte een sterke verwevenheid tussen de slachtoffers van de repressie en de VU. Hier in Gent is Maurits Coppieters nog komen spreken voor oud-oostfronters. Er is toch niemand die er maar aan denkt Coppieters als een fascist af te schilderen? Toch heeft de VU een ambigue verhouding met dit soort organisaties.Van Ooteghem : Toen Frans Van der Elst de Volksunie stichtte, was de amnestie-eis de klaroenstoot waarmee verzamelen werd geblazen. Oud-leden van VNV, DeVlag en Verdinaso hebben hun veten begraven en sloten aan bij de VU. Het merendeel van de oostfronters waren gewone arbeiders, voor Van der Elst gedroomde militanten, plakkers en kiesdravers. De eerste VU-mandatarissen kwamen haast allemaal uit de repressie: Leo Wouters en Leo Elaut in Gent, Hector Goemans in Antwerpen, de Limburger Hendrik Ballet. Die brachten hun clientèle mee. Gaandeweg zijn daar andere mandatarissen bijgekomen, met progressievere ideeën. Met af en toe verdeeldheid tot gevolg. Terwijl anderen wegbleven, liep ik mee in de rakettenbetogingen, samen met de VU, ook al ergerde ik me aan de rode vlaggen van de moorddadige sovjet- en Mao-regimes in diezelfde betoging. Uiteraard werd de VU steeds vaker met haar verleden geconfronteerd. Maar de partij had een democratische keuze gemaakt. Er zitten daar geen neonazi's. Mijn relaties met de Oost-Vlaamse VU'ers als Frans Baert, Paul Van Grembergen, Karel Van Hoorebeke zijn voortreffelijk. Zij wisten dat ik nooit de VU in opspraak zou brengen. Ik ben een kind dat z'n vingers verbrand heeft. Kinderen met verbrande vingers schuwen het vuur. Maar ik heb mijn verleden niet verzwegen. Ze zullen over mij geen onthullingen moeten doen.Rik Van Cauwelaert