Zelfs in vergelijking met de Kamerverkiezing van 13 juni 2010 is er eigenlijk niets fundamenteels veranderd. De volgorde van de partijen is nagenoeg dezelfde: N-VA ligt ver voor, CD&V is altijd tweede. En vervolgens zijn er altijd paartjes van één linkse(re) en één rechtse(re) partij: SP.A en Open VLD spelen haasje-over, dat doen VB en Groen ook, zij het met een paar procenten minder. En helemaal beneden proberen LDD en PVDA+ zich minstens in één Vlaamse provincie naar de kiesdrempel te knokken. Geen enkele van de peilingen kegeld...

Zelfs in vergelijking met de Kamerverkiezing van 13 juni 2010 is er eigenlijk niets fundamenteels veranderd. De volgorde van de partijen is nagenoeg dezelfde: N-VA ligt ver voor, CD&V is altijd tweede. En vervolgens zijn er altijd paartjes van één linkse(re) en één rechtse(re) partij: SP.A en Open VLD spelen haasje-over, dat doen VB en Groen ook, zij het met een paar procenten minder. En helemaal beneden proberen LDD en PVDA+ zich minstens in één Vlaamse provincie naar de kiesdrempel te knokken. Geen enkele van de peilingen kegelde die interne positionering door elkaar. Daardoor kun je een vroege gok wagen: behoudens een nieuwe dioxinecrisis blijft ook op 25 mei 2014 die pikorde gerespecteerd. Toch kan dezelfde volgorde tot andere winnaars en verliezers leiden. CD&V probeert natuurlijk te knagen aan haar achterstand op N-VA. Maar hoe dicht kan Wouter Beke de concurrentie naderen? In de peiling van De Standaard en VRT ligt CD&V nog 8,9 procent achter, volgens die van De Morgen en co. moet CD&V al 13,7 procent goedmaken. CD&V relativeert de (hoe dan ook wat tegenvallende) peilingen met de uitslag van de provincieraadsverkiezingen van 2012. Die leert dat N-VA, op de Antwerpse monsterscore van 35,9 procent na, in alle andere provincies 25 à 26 procent haalde, waardoor CD&V in Limburg en West-Vlaanderen groter was dan N-VA. Over heel Vlaanderen werd de onderlinge afstand teruggebracht tot een kloof van een dikke 5 procent. Wouter Beke weet dat hij de verkiezingen 'gewonnen' heeft als zijn partij 20 procent haalt, Bart De Wever zet in op 30 procent - 19,9 is onvoldoende voor CD&V, en 29,5 eigenlijk ook voor N-VA. Voor SP.A en Open VLD is 15 procent die magische grens, voor Groen en VB 10 procent, en LDD en PVDA+ hoeven in heel Vlaanderen niet de kiesdrempel te overschrijden: het komt erop aan in één provincie één zetel te halen. Het is het grote belang van het kleine verschil. En dat geldt voor elke partij, van N-VA tot PVDA+. Winning moodBijgevolg wordt voor elke stem geknokt. Elke week zijn er wel specifieke peilingen om het succes van de ene of de populariteit van de andere te bewijzen, en wisselt een krantenkop als 'Helft van de ondernemers stemt N-VA' af met de titel 'Studenten lusten N-VA niet meer'. Want ook in de media leidt N-VA de dans. Ook weer afgelopen maandag. Daags na het partijcongres van Open VLD, waarbij de Vlaamse liberalen wat winning mood probeerden op te wekken, kondigt het liberale parlementslid Annick De Ridder haar overstap naar N-VA aan. Die timing is natuurlijk geen toeval en is bedoeld om Open VLD te kwetsen. Waarmee N-VA alle andere partijen het signaal geeft: het wordt een verkiezingsstrijd zonder beleefdheden.