Hubert van Humbeeck
...

Hubert van HumbeeckIn de dagen tussen kerst en nieuwjaar ruimde de krant De Standaard veel plaats in voor een bijdrage van de socioloog Stefaan Walgrave en de communicatiewetenschapper Peter Van Aelst. Vier dagen na elkaar onderzocht het duo het samenspel tussen de politiek en de media. Bepalen de media de politieke agenda? Zetten ze aan tot antipolitiek? Vervlakken ze het publieke debat? Politici en journalisten zijn als het ware tot elkaar veroordeeld, maar wie zet in de samenleving vandaag de boventoon? Voor wie een beetje nadenkt, lag de conclusie eigenlijk voor de hand. In de driehoek die wordt gevormd door de Wetstraat, de media en het publiek, heeft het publiek de hoofdrol van de Wetstraat overgenomen. De ontzuiling van de maatschappij heeft de concurrentie zowel in het politieke als in het mediatieke veld zoveel scherper gemaakt. De mondige burger zapt en laat politici en journalisten als het moet aan een touwtje dansen.Dat zou ze allebei, zowel politici als journalisten, eigenlijk zeer moeten verheugen. Ze zijn toch met de democratie begaan. Maar het maakt er de zaken ook niet eenvoudiger op. Het wil zeggen dat de twee beroepsgroepen meer dan ooit tevoren permanent op hun marktwaarde moeten letten. Het verklaart, bijvoorbeeld, de zoektocht naar de meligheid van een 'volkspartij' of de soms al te hardnekkige jacht op scoops in de media. Het leert waarom sommige van de nieuwe duidingsprogramma's op Canvas van de marketeers toch in een zogenaamd 'pretmoment' moeten voorzien: de boog mag ook niet te lang gespannen staan. Walgrave en Van Aelst pleiten voor politici die standvastiger zijn en bij hun project blijven. Ze vertellen er niet bij dat hetzelfde eigenlijk net zo goed voor de media geldt. Ze waarschuwen er ook niet voor dat het voor de argeloze consument van nieuws best verwarrend kan zijn, als blijkt dat de politieke commentatoren van de belangrijkste twee kwaliteitskranten meedraaien in een opzet om een deel van een politieke partij naar een andere te laten overstappen. Want daar ging het toch om, bij die gesprekken in Toscane tussen Karel De Gucht en Johan Van Hecke?In werkelijkheid heeft die zo machtige wereld van journalisten en ander mediavolk iets van een reus op lemen voeten. De uitgevers van kranten en tijdschriften hebben een beroerd jaar achter de rug - het is ook anders al een sector van rijden en omzien. De krantengroep die het essay publiceerde, bespaart de komende maanden ruim op, onder meer, personeelskosten. Een kleine honderd journalisten wordt bedankt, vaak mensen met een grote ervaring. Maar ook bij andere persgroepen is het op dit moment armoe troef. Het moet allemaal met minder papier, minder mensen en minder middelen.Dat is de paradox van het verhaal. Terwijl de invloed van journalisten op het oog groter wordt, hun 'macht' toeneemt, staat hun sociale positie onder zware druk. Het zijn ook hier de uitzonderingen die de regel bevestigen.Die situatie zou een overheid die het goed meent met de verspreiding van informatie zelfs zorgelijk moeten stemmen. De woordvoerster van het Antwerpse gerecht, bijvoorbeeld, stelde onlangs vast dat het persvolk waarmee ze te maken heeft zeer snel wisselt en almaar jonger wordt. Dat komt de kwaliteit van het werk dat ze leveren niet ten goede, besloot ze.De vaststelling is niet typisch voor Vlaanderen. In Nederland pleitte het christen-democratische CDA enkele weken geleden bekommerd voor een vorm van overheidssteun voor de kranten. De sociaal-democratische regeringspartij PvdA steunt het voorstel om een verschraling van het nieuwsaanbod tegen te gaan.Vlaamse kranten en tijdschriften hebben het immense nadeel dat ze werken in een klein taalgebied, in een nog kleinere markt. Met de middelen die er zijn, mag de Vlaming niet klagen over de kwaliteit van de journalistiek die hij krijgt. Maar essays over macht en invloed mogen ook niet verdoezelen dat de doorsneejournalist en zijn blad tegenwoordig economisch zo sterk zijn als een kasplantje. Dat is de realiteit en ze is helaas niet anders.