Kannibalisme is van alle tijden. Het lijkt er sterk op dat er tijdens de prehistorie vrolijk van lijken gesmuld werd. Gemakkelijk beschikbaar vlees, en van zodra we ons daarover zorgen maakten, werd er wel een ritueel verzonnen om het aanvaardbaar te maken. Zoals nu in enkele als primitief omschreven stammen nog altijd het geval is.
...

Kannibalisme is van alle tijden. Het lijkt er sterk op dat er tijdens de prehistorie vrolijk van lijken gesmuld werd. Gemakkelijk beschikbaar vlees, en van zodra we ons daarover zorgen maakten, werd er wel een ritueel verzonnen om het aanvaardbaar te maken. Zoals nu in enkele als primitief omschreven stammen nog altijd het geval is. De moderne mens echter walgt van kannibalisme. Steeds meer moderne mensen walgen zelfs van álle vlees - het summum van maatschappelijke verwendheid: wij zorgen zo goed voor onszelf dat we geen vlees meer nodig hebben om probleemloos in leven te blijven. Daarom hoeft het niet te verwonderen dat aantijgingen van (ritueel) kannibalisme in burgeroorlogen (zoals die in de Democratische Republiek Congo) wereldwijde aandacht krijgen. Maar wat fervente tegenstanders van genetische manipulatie van landbouwgewassen nu verzonnen hebben om een nieuwe ontwikkeling aan te vallen, tart toch wel elke verbeelding. Japanse onderzoekers brengen binnenkort in de Journal of Agricultural and Food Chemistry verslag uit van hun pogingen om de weerstand van rijst tegen onkruidverdelgers te verhogen door een menselijk gen in de plant te brengen. Het gaat om een enzym uit de lever (met de naam CYP2B6) dat scheikundige stoffen afbreekt, en blijkbaar in staat is om in rijstplanten zeventien soorten onkruidverdelgers aan te pakken. Waarmee het een stuk efficiënter is dan vergelijkbare enzymen uit planten en andere dieren. Het zou makkelijker worden om velden te besproeien, want de rijst zelf zou immuun worden tegen de verdelgers. Milieuactivisten zagen hun kans schoon om met nieuwe wapens ten strijde te trekken tegen deze verregaande vorm van wat zij technologisch misbruik noemen. Ze hameren erop dat dit naar kannibalisme neigt, dat niemand rijst zal willen eten waarin genen van mensen zitten. Een onwaarschijnlijk dom argument, dat afbreuk doet aan het feit dat wij de meeste van onze genen gemeen hebben met andere dieren, en zelfs met planten. Dat wij in feite voortdurend 'eigen' genen eten. En zelfs als het om een gen zou gaan dat alleen bij mensen voorkomt: een gen is niets anders dan een stukje DNA, een molecule met een universele structuur. Wij krijgen trouwens voortdurend genen van (andere) mensen binnen, bijvoorbeeld tijdens het kussen. Tot dusver beschuldigde niemand kussers van kannibalisme. Milieuactivisten zouden zich beter volop bekommeren om het échte gevaar van deze ontwikkeling: dat de sterke resistentie tegen onkruidverdelgers op het onkruid zelf zou overgaan, dat vervolgens niet te verdelgen zou worden. En zou woekeren, net als de mens zelf. Dirk DraulansTot dusver beschuldigde niemand kussers van kannibalisme.