Op weg van Jeruzalem naar Ramallah, hoofdstad van de Westelijke Jordaanoever en hoofdkwartier van Yasser Arafat, passeren we haast ongemerkt de green line aan het Israëlische checkpoint. Wat verder aan de Palestijnse controlepost staat Georges, vrijwilliger van het Palestinian Land Defense Committee. Hij heeft een legerescorte geregeld tot in het gonzende hart van Ramallah. Arik Ascherman, onze chauffeur en coördinator van "Rabbi's for Peace", zou wel eens voor een kolonist gehouden kunnen worden en stenen op zijn auto krijgen. Enkele dagen geleden werd een jonge Palestijn uit Ramallah door Israëli's doodgeschoten tijdens een demonstratie tegen de aanleg van nieuwe Israëlische wegen in de Westbank. Zijn beeltenis prijkt op de kruispunten van Ramallah. De gemoederen zijn grimmig.
...

Op weg van Jeruzalem naar Ramallah, hoofdstad van de Westelijke Jordaanoever en hoofdkwartier van Yasser Arafat, passeren we haast ongemerkt de green line aan het Israëlische checkpoint. Wat verder aan de Palestijnse controlepost staat Georges, vrijwilliger van het Palestinian Land Defense Committee. Hij heeft een legerescorte geregeld tot in het gonzende hart van Ramallah. Arik Ascherman, onze chauffeur en coördinator van "Rabbi's for Peace", zou wel eens voor een kolonist gehouden kunnen worden en stenen op zijn auto krijgen. Enkele dagen geleden werd een jonge Palestijn uit Ramallah door Israëli's doodgeschoten tijdens een demonstratie tegen de aanleg van nieuwe Israëlische wegen in de Westbank. Zijn beeltenis prijkt op de kruispunten van Ramallah. De gemoederen zijn grimmig. Ramallah is een moderne stad, met alle plagen van dien: files, parkeerproblemen, vervuilde lucht, en een onophoudelijke stroom mensen in zowel traditioneel Arabische als moderne klederdracht die elkaar verdringen. De voetpaden zijn deels ingenomen door handelaars die er hun groenten, fruit, brood en drankjes slijten. In een onderkomen gebouw heeft het Palestinian Land Defense Committee haar kantoor. Achter het bureau van Issa Samandar, die de dagelijkse coördinatie waarneemt, hangt een grote, kleurige kaart van de Westbank. De rode vlakken markeren sector A, gebied onder volledige Palestijnse controle; geel staat voor B, op administratief vlak door Palestijnen maar op veiligheidsvlak door Israëli's gecontroleerd; en wit is sector C, volledig onder Israëlische controle. Het wit ligt bezaaid met blauwe vlekken: joodse nederzettingen. BLAUWE VLEKKEN VOOR PALESTINAHet zijn zere plekken op de trots van de Palestijn. En het blauw is nog niet aan het einde van zijn opmars. Na ondertekening van de Wye-Plantationakkoorden, enkele maanden geleden, worden de uitbreiding van joodse nederzettingen in de Westbank en de aanleg van nieuwe wegen blijkbaar als strategische "wapens" ingezet: bij de onderhandelingen over de finale status van de Westbank, Gaza en Jeruzalem zullen de blauwe vlekken door de Israëli's als faits accomplis op tafel gegooid worden. De Palestijnen knijpen hun vuisten in woede samen en doen moeite om hun frustratie in de hand te houden. Het uitroepen van de Palestijnse Staat is nabij. Arafat wil het spel diplomatisch spelen, de realisatie van de Oslo-akkoorden uit 1993 niet in het gedrang brengen door de Israëli's nu voor het hoofd te stoten. Onder druk van de Israëlische premier Benyamin Netanyahu en van de Verenigde Staten bezorgt hij tegenstanders van de vredesakkoorden een gratis verblijf achter de tralies. Het rommelt in de straten van Ramallah. Er klinkt gemor over de Palestijnse gezagsdragers, al wordt die verdekter geformuleerd dan de kritiek op de Israëli's. Nepotisme, corruptie en een erg losse interpretatie van rechtsregels maken veel Palestijnen afkerig van hun eigen leiders. Wie tot het machtsechelon behoort, kan ongehinderd over de green line rijden, terwijl de gewone Palestijn meer dan een maand moet wachten op een permissie om naar het nabije Jeruzalem te gaan. Een hooggeplaatst belastingontvanger liet doodgemoedereerd betalingen op zijn persoonlijk rekeningnummer binnenlopen, en sommige politiemensen malen er niet om mensen zonder vertoning van een arrestatiebevel mee te tronen en hen, al dan niet met een portie fysiek geweld, dagenlang vast te houden zonder juridische bijstand of procedure. De Palestijnse mensenrechtenorganisatie People's Rights stelt deze praktijken, maar ook de overtredingen van de Israëli's, te boek en probeert waar ze kan juridische bijstand te verlenen. Ook andere activisten doen hun duit in het zakje. Het Palestinian Land Defense Committee legt klacht neer tegen joodse kolonisten die er niet voor terugdeinzen Palestijnse olijfgaarden plat te leggen, tegen de Israëlische administratie die de voorbije jaren in sector C vierhonderd Palestijnse woningen platgewalst heeft, en tegen de "etnische zuivering" van de bedoeïenen. De Palestijnse activisten vinden steun bij joodse organisaties, zoals die van Arik Ascherman, die hun eigen volk een geweten willen schoppen maar evenzeer mensenrechtenovertredingen door Palestijnen aanklagen. Arik Ascherman: "In 1995 had onze organisatie een ontmoeting met Arafat. Zijn antwoord op onze bezorgdheid over mensenrechten: Wat willen jullie dan? Israël wil dat ik het terrorisme bedwing, maar tegelijkertijd moet ik mensenrechten beschermen. Ik kan niet beide tegelijk doen." DE DEFINITIE VAN VREDEOp de agenda van de vergadering in Ramallah met vertegenwoordigers van onder andere de Palestinian Land Defense Organisation, Rabbi's for Peace, People's Rights en de Christian Peacekeeping Team staat: "Actieplan voor een Palestijns-Israëlische Coalitie voor een rechtvaardige vrede". Issa Samander, na de vergadering: "Vrede kan geen luchtledige term blijven, we moeten het definiëren. Bedoelen we met vrede het stichten van een Palestijnse staat, of wat? Wanneer Netanyahu het woord vrede in de mond neemt, heeft hij het in een adem over de aanleg van nieuwe wegen in de Westbank. Er is geen betere manier om een historische kans naar de knoppen te helpen. In hun almacht denken de Israëlische leiders dat de Palestijnen maar te nemen hebben wat ze aangeboden krijgen, en dat ze hen naar believen hun wil kunnen opleggen. Misschien kan zo'n "vrede" voor een of twee jaar afgedwongen worden, maar geen enkele Palestijn accepteert zo'n werkwijze op termijn. Ik geef je twee voorbeelden van de dagelijkse vernederingen hier. Palestijnse veiligheidstroepen kregen van Israeli's verbod om een wegblokkade over te steken. Het compromis: de Palestijnen moesten hun uniformen uitdoen en in de Israëlische truck klimmen om te geraken waar ze moesten zijn. In een ander geval moesten Palestijnen een hele berg omcirkelen om aan de andere kant van de weg te geraken. Vernedering is een slechte voorloper op vrede. Er heerst bijzonder veel wrevel hier. De mensen worden onrustig en zenuwachtig." Issa troont ons mee naar een woning die vandaag nog rechtstaat maar morgen misschien niet meer. Misbah en zijn vrouw hebben negen kinderen. Ze wonen een tiental kilometer buiten Jeruzalem in sector C. Hier mag niet gebouwd worden zonder toestemming van de administratie. Rondom hem zijn 38 huizen afgebroken door Israëlische bulldozers. Misbah's gezin leeft letterlijk tussen puinhopen. Wanneer heeft Misbah hier een huis gebouwd en waarom? Misbah: "Ik werk in Jeruzalem, maar het is moeilijk om daar betaalbare huisvesting te vinden. Ik heb dit stuk grond gekocht in 1985 en heb er in 1993 een huis op gebouwd. De vredesakkoorden van Oslo waren net ondertekend en er was een terugtrekking van Israëlische troepen aan de gang. Ik dacht net als vele anderen: 'binnenkort zullen ze hier allemaal buiten zijn'. Mijn gezin werd groter en groter en ik moest wel bouwen." Een aanvraag tot permissie werd geweigerd. Voor 1985 zat de kans op toestemming om te bouwen er wel degelijk in, maar vanaf 1986 werden aanvragen geweigerd met de laconieke opmerking 'stop de Intifada en je krijgt een permissie'. Misbah heeft nooit iets te maken gehad met de Intifada. Hij zet zich sinds jaar en dag in als chauffeur voor de islamitische tegenpool van het Rode Kruis. Het bevel tot vernietiging van Misbah's huis is al uitgevaardigd. Het bulldozerteam komt gewoonlijk op dinsdag. Dat betekent dat hij dinsdag- en woensdagnacht relatief rustig slaapt, om de nachten erna weer telkens wakker te schieten: gaan ze volgende week mijn huis neerleggen? Kreeg de man van de administratie ook een reden waarom zijn huis hier niet kan blijven? Misbah: "Eerst werd gezegd dat ze weigerden omdat ze me het lawaai van de luchthaven in de buurt niet wilden aandoen. Het was met andere woorden een gunst dat ze me een bouwpermissie ontzegden. Maar het vernietigingsbevel zegt dan weer dat mijn huis op landbouwgrond ligt en er daarom niet gebouwd mag worden. Maar alle joodse nederzettingen liggen toch ook op landbouwgrond?" Misbah ziet de toekomst somber in. "We zijn zo gefrustreerd nu het vredesproces in het slop geraakt is. We worden niet gehoord. De samenwerking met Israëlische vrienden is reden voor hoop, en verder ligt de toekomst in de handen van God."HULP VAN ISRAELISCHE VRIENDENEen tiental kilometer verderop ligt Anatta. Ook daar zijn bulldozers aan het werk geweest. Saleem El-Shawamre was minder fortuinlijk dan Misbah. Op het stuk land, dat hij in 1992 gekocht had, zette hij twee jaar later een woning neer voor zijn familie. Vier jaar lang woonde hij daar met zijn vrouw en zes kinderen, tot de bulldozers arriveerden op 2 augustus 1998. Saleem kreeg tien minuten tijd om het huis met have en goed te ontruimen. Daarna werd de familiewoning met de grond gelijk gemaakt. Jeff Halper van het International Comittee Against Home Demolitions, vrijwilligers van het Christian Peacemaking Team en van Rabbi's for Peace gingen in de daaropvolgende dagen aan de slag om Saleems huis weer op de bouwen. Saleem: "Ik kon mijn ogen niet geloven. Met honderd Israëli's kwamen ze van over de green line en op drie dagen tijd was ons huis opnieuw opgebouwd! De film van de werken werd bijna uit de wagen van Jef gestolen door een Palestijnse dief. Ik kon hem nog net op tijd bij de kraag vatten. 'Wat doe je toch?' vroeg ik. 'Het is toch een Israëli', antwoordde hij. Ik kon hem wel door elkaar schudden: 'Man, dit is een vriend!' Het is van de Israëli's dat we hulp krijgen, meer dan van wie ook." De daaropvolgende dagen bleven Jeff Halper en vrijwilligers van het Christian Peacemaking Team logeren in de buurt. Twee dagen later waren ze getuige van de nieuwe afbraak door de Israëlische administratie en veiligheidsdiensten. Inpraten op de bevoegde officieren mocht niet baten. Hand in hand met de familie El-Shawamre keken ze machteloos toe. Een vrijwilliger van het Christian Peacemaking Team, die op het dak gekropen was, werd er hardhandig afgegooid, met drie gebroken ribben als gevolg. Sinds de laatste afbraak leeft de familie bij buren, maar acht extra personen erbij is op de lange duur niet houdbaar. Saleem wil zijn huis herbouwen met de hulp van zijn Israëlische vrienden, maar wacht nog op een permissie. Aanvankelijk kreeg hij van de Israëlische autoriteiten te horen dat twee andere familieleden als co-eigenaars van de plaats een papier moesten ondertekenen. Om welke familieleden het dan wel ging, werd hem nooit duidelijk gemaakt. Later vernam Saleem dat zijn dossier verloren geraakt was. De toekomst is onzeker. "Als we nog geen huizen meer mogen bouwen op ons eigen land, waar dan wel? We zijn niet tegen de Israëlische regering, we willen gewoon een huis voor ons gezin. Een huis is toch geen geweer? Onze jongste wordt's nachts nog altijd wakker met het beeld van machinegeweren die op haar gericht zijn. Hoe kan ik haar de boodschap overbrengen dat we moeten leren samenleven met de Israëli's? Gelukkig hebben we ook andere ervaringen: de steun die we van de Israëlische vrienden ontvangen hebben, is tien keer groter dan die van Fatah, Hamas of de Palestijnse Autoriteit."Ria Goris