Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog leefde algemeen de overtuiging dat de toen gepleegde misdrijven niet ongestraft mochten blijven. Mensen moesten persoonlijk aansprakelijk gesteld kunnen worden voor hun daden, ook al werden ze verricht in oorlogstijd. Dit principe werd meteen in de praktijk gebracht tijdens de processen in Neurenberg en Tokio, waarin een aantal van de belangrijkste oorlogsmisdadigers zoals Hermann Göring, Joachim von Ribbentrop en Rudolf Hess berecht en bestraft werden.
...

Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog leefde algemeen de overtuiging dat de toen gepleegde misdrijven niet ongestraft mochten blijven. Mensen moesten persoonlijk aansprakelijk gesteld kunnen worden voor hun daden, ook al werden ze verricht in oorlogstijd. Dit principe werd meteen in de praktijk gebracht tijdens de processen in Neurenberg en Tokio, waarin een aantal van de belangrijkste oorlogsmisdadigers zoals Hermann Göring, Joachim von Ribbentrop en Rudolf Hess berecht en bestraft werden. Spoedig daarna gaf de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een commissie de opdracht om de bestaansmogelijkheid van een internationaal strafhof te bestuderen. Er werd echter geen overeenstemming bereikt over het begrip 'agressie' en daarop liet men het plan voorlopig varen. In de daaropvolgende jaren kwam het onderwerp geregeld ter sprake, maar telkens zonder concrete resultaten. Vreemd genoeg was het Trinidad en Tobago dat in 1989 de oprichting van zo'n internationaal strafhof opnieuw onder de aandacht bracht. Dat land hoopte de internationale drugshandel in de regio aan banden te kunnen leggen door de handelaren voor een internationaal strafhof aan te klagen. Opnieuw ging een commissie van de VN aan de slag. De behoefte aan een internationale rechtsinstantie werd in de loop van de jaren negentig in een stroomversnelling gebracht door de oorlogen in voormalig Joegoslavië en in Rwanda. Voor beide landen werden eenmalige, tijdelijke tribunalen opgericht die duidelijk beperkt waren qua tijd en plaats. Dit roept de vraag op waarom er wel een tribunaal kwam voor die twee landen, maar bijvoorbeeld niet voor Cambodja, waar twee miljoen mensen omkwamen onder het bewind van de Rode Khmer. De beslissing lijkt nogal willekeurig. Een ander nadeel van een ad-hoctribunaal is dat het een tijd duurt voordat het helemaal op orde is. In de tussentijd kan er kostbaar bewijsmateriaal worden vernietigd, kunnen daders onderduikadressen zoeken en kunnen getuigen worden bedreigd of geïntimideerd. Dit soort problemen verdwijnt wanneer er een permanent strafhof is. Een dergelijk strafhof maakt bovendien duidelijk dat de internationale gemeenschap oorlogsmisdaden niet langer zal tolereren. In 1998 was het dan zover. Tijdens een conferentie in Rome werd het statuut voor de oprichting vastgesteld. Het zogenaamde Verdrag van Rome werd door 139 landen ondertekend, waaronder de Verenigde Staten en Israël. Amerikaans president Bill Clinton tekende - weliswaar niet geheel van harte - enkele dagen voor het einde van zijn ambtsperiode en verwees naar de 'traditie van moreel leiderschap van de VS en de belangrijke rol die Amerika tijdens de processen in Tokio en Neurenberg had gespeeld'. Het Verdrag zou drie maanden nadat het door 60 landen geratificeerd was in werking treden. Dat aantal werd in april van dit jaar bereikt, maar enkele belangrijke landen zoals de VS, Israël, Rusland, China en India hebben zich nog niet aangesloten. Sterker nog, de VS wendt alle mogelijke middelen aan om het Hof te torpederen. Totnogtoe zonder succes en dus heeft de wereld sinds 1 juli 2002 een Internationaal Strafhof, gevestigd aan de Maanweg in Den Haag. De keuze voor Den Haag lag nogal voor de hand omdat daar al het Internationaal Gerechtshof van de VN - dat alleen zaken tussen staten behandelt - en het Internationale Tribunaal voor Joegoslavië gevestigd zijn. Voorlopig is het Strafhof nog niet meer dan een kantoor en vier personeelsleden, het zogenaamde 'advance team'. Hun taak is beperkt tot het in ontvangst nemen van aanklachten en het geven van informatie. Alleen misdrijven gepleegd na 1 juli 2002 komen voor behandeling in aanmerking. Begin volgend jaar worden er achttien rechters, een onafhankelijke aanklager en griffiers benoemd. De rechters en aanklager worden op democratische wijze gekozen door de lidstaten, waarbij ieder land één stem heeft. De eerste rechtszaak wordt eind 2003 verwacht. Het Strafhof gaat zich over een beperkt aantal misdaden buigen, namelijk genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Welke misdrijven daar precies mee worden bedoeld, staat nauwkeurig omschreven in het oprichtingsverdrag. Aanvankelijk zouden ook daden van agressie worden opgenomen, maar opnieuw zijn de deelnemende landen er niet in geslaagd een eenduidige definitie van het begrip te vinden. Voorlopig valt het daarom nog buiten de bevoegdheid van het Hof. In 2009 zal er opnieuw over worden vergaderd. Dan wordt ook bekeken of zaken als terrorisme en internationale drugshandel aan de rechtsmacht toegevoegd kunnen worden. De rechtsmacht van het Strafhof is echter niet alleen beperkt wat betreft de misdrijven, maar ook wat betreft de personen die het kan vervolgen. Alleen onderdanen van staten die het Verdrag hebben geratificeerd kunnen worden vervolgd, evenals personen die een van de omschreven misdaden hebben gepleegd op het grondgebied van een deelnemende staat. Staatshoofden die nog in functie zijn of hooggeplaatste militairen genieten geen immuniteit. Het Hof neemt een zaak alleen in behandeling wanneer de betreffende staat 'niet bereid of niet in staat is' om die te behandelen. Alle lidstaten kunnen aangifte doen bij het Hof. Er hoeft daarvoor geen verband te bestaan tussen dat land en het vermeende misdrijf. De aanklager kan ook uit eigen beweging een onderzoek openen en is daartoe verplicht wanneer de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties daarom vraagt. De aanklager legt een verzoek tot het openen van een onderzoek voor aan een kamer van drie rechters. Deze kamer beoordeelt het verzoek op grond van de feiten. Aanklachten op louter politieke gronden zullen worden afgewezen. Ook de Veiligheidsraad kan een begonnen onderzoek stilleggen. Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat een onderzoek van het Strafhof pogingen van de Veiligheidsraad om de internationale vrede te bewaren zou dwarsbomen. Maar in de praktijk komt het erop neer dat alle permanente leden van de Veiligheidsraad het werk van de aanklager kunnen tegenhouden. Het Strafhof kan eigenlijk dezelfde straffen opleggen als nationale rechtbanken, namelijk gevangenisstraffen - waaronder levenslang -, geldboetes en verbeurdverklaring van goederen. Veel landen zouden het Verdrag niet hebben ondertekend wanneer de doodstraf opgelegd kon worden en daarom is die buiten de macht van het Hof gebleven, tot groot ongenoegen van veel Arabische landen. De gevangenisstraffen worden uitgezeten in een staat die aangewezen wordt door het Hof en die zich bereid heeft verklaard veroordeelden te aanvaarden. In noodgevallen zitten ze hun straf uit in het gastland Nederland. Het oprichtingsverdrag lijkt voldoende te garanderen dat de soevereiniteit van de lidstaten niet in het gedrang komt en dat politiek gekleurde processen geen kans krijgen. Toch vreest de Amerikaanse regering dat het Hof juist gebruikt zal worden voor dat soort rechtszaken en dat verdachten niet dezelfde rechten krijgen als in hun vaderland. Ze denkt met name aan het recht om berecht te worden door een jury en het recht om toegang te krijgen tot het bewijsmateriaal. De regering-Bush wil koste wat het kost voorkomen dat Amerikanen die hun leven op het spel zetten door deel te nemen aan vredesmissies, ook nog eens het risico lopen vervolgd te worden door een strafhof waarvan ze de bevoegdheid niet erkend hebben. George Bush begon zijn campagne tegen het Strafhof met het opzeggen van het Verdrag. Vervolgens keurde de Senaat de, vooral in Nederland zwaar bekritiseerde, 'invasiewet' goed. Deze wet geeft de president het recht om 'met alle middelen' te voorkomen dat Amerikanen berecht worden door het Strafhof. In het uiterste geval zou deze wet er dus toe kunnen leiden dat de VS Nederland met geweld binnenvalt. Verder probeert de VS zoveel mogelijk landen ertoe te bewegen een bilateraal akkoord te tekenen, waarin het betreffende land garandeert dat het geen Amerikaanse onderdanen zal aanklagen. Gezien de enorme macht en invloed van Amerika, komt dit in het bijzonder bij veel arme landen intimiderend over. De Amerikaanse strijd tegen het Strafhof bereikte begin juli een voorlopig hoogtepunt, toen Amerika dreigde niet meer deel te zullen nemen aan internationale VN-vredesmissies wanneer de Veiligheidsraad geen garantie zou geven dat Amerikanen die deel uitmaken van zo'n missie nooit voor het Strafhof zullen verschijnen. Om dit dreigement kracht bij te zetten, sprak Amerika een veto uit over de resolutie van de Veiligheidsraad om de vredesmissie in Bosnië met een half jaar te verlengen. Amerika is dus bereid het zeer hoog te spelen en dat terwijl de kans dat een Amerikaan ooit door het Hof berecht zal worden zeer klein is. Alleen wanneer een Amerikaan op het grondgebied van een van de deelnemende landen een van de omschreven misdaden pleegt en de Amerikaanse rechtbanken de zaak niet kunnen of willen behandelen, komt het Hof in aanmerking. En zelfs dán kan Amerika, als permanent lid van de Veiligheidsraad, het onderzoek nog stil laten leggen. De voorstanders van het Hof reageerden dan ook verontwaardigd op de houding van de Amerikaanse regering en ook binnen Amerika waren nogal wat kritische geluiden te horen. The New York Times sprak over 'bijzonder kleinzielig gedrag van een land dat een halve eeuw geleden een voortrekkersrol speelde in het vervolgen van internationale oorlogsmisdaden'. The Boston Globe schreef dat het redelijk is om van de regering te verwachten dat ze afziet van de earrogante campagne tegen het Strafhof. The Washington Post tenslotte verdacht de regering ervan dat ze via een achterdeur probeert onder de plicht van het leveren van manschappen aan vredesmissies uit te komen. Buiten Amerika heerste vooral teleurstelling. Zelfs het Verenigd Koninkrijk, de trouwste bondgenoot van de VS, uitte voorzichtige kritiek. Premier Tony Blair heeft begrip voor de Amerikaanse bedenkingen, maar vindt dat er voldoende tegemoetgekomen is aan de Amerikaanse wensen tijdens de onderhandelingen over het Verdrag. Denemarken, momenteel voorzitter van de EU, verklaarde diep teleurgesteld te zijn in de dramatische stap die vredesmissies in gevaar brengt. De Amerikaanse regering kwam, na de overweldigende kritiek uit vrijwel de hele wereld, enigszins terug van haar harde standpunt. Ze wilde een volledige breuk met Europa over het Strafhof voorkomen. Een belangrijke overweging was dat Amerika hoopt op enige steun van Europa bij een eventuele oorlog met Irak. De VS diende daarom een compromisvoorstel in, dat inhoudt dat soldaten, betrokken bij vredesmissies en afkomstig uit een land dat zich niet heeft aangesloten bij het Hof, gedurende twaalf maanden immuniteit genieten. Deze periode zou telkens automatisch verlengd worden totdat de Veiligheidsraad anders beslist. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk - dat zelf een voorbehoud bij het Verdrag van Rome heeft gemaakt waardoor oorlogsmisdaden gepleegd door Franse onderdanen gedurende een aantal jaren buiten de jurisdictie van het Strafhof blijven - hebben zich bijzonder sterk gemaakt voor het bereiken van een compromis. Voor hen was van belang dat de integriteit van het Strafhof niet in het gedrang zou komen en dat tegelijkertijd de voortzetting van de vredesmissies van de Verenigde Naties gewaarborgd zou blijven. Op 13 juni stemde de Veiligheidsraad unaniem in met een compromisvoorstel dat net weer iets anders is dan het voorstel van de VS en dat gebaseerd is op het artikel in het Verdrag van Rome dat de Veiligheidsraad de bevoegdheid geeft een strafzaak gedurende een jaar stil te leggen. Soldaten uit landen die niet aangesloten zijn bij het verdrag genieten een jaar lang immuniteit. Na dat jaar moet er opnieuw een beslissing genomen worden door de Veiligheidsraad en dan kan ieder permanent lid een veto uitspreken tegen de verlenging van de termijn. De VS heeft het dus niet voor elkaar gekregen dat zijn soldaten permanente immuniteit genieten. De overeenkomst is niet alleen van toepassing op missies ondernomen door de Verenigde Naties, maar ook die waarmee ze heeft ingestemd, zoals de missie van de NAVO in Afghanistan. Direct na het bereiken van het compromis werden de VN-missies in Bosnië en in Prevlaka in Kroatië verlengd. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn tevreden met het bereikte resultaat en ook de overige EU-landen hebben zich daarbij aangesloten, alhoewel Belgiës buitenlandminister Louis Michel (MR) het compromis 'een nieuwe klap voor de geloofwaardigheid van het internationale recht en voor de afschrikwekkende werking van het Internationale Strafhof' heeft genoemd. Verschillende andere staten deelden zijn mening zoals Canada, dat sprak van een 'droevige dag voor de Verenigde Naties'. Het compromis wil overigens niet zeggen dat de Amerikaanse regering een mildere houding heeft aangenomen tegenover het Strafhof. VS-ambassadeur bij de Verenigde Naties John Negroponte liet weten dat het slechts een eerste stap is en waarschuwde dat de VS de gevangenneming door het Strafhof van een Amerikaan als onrechtmatig beschouwt waarop serieuze consequenties zullen volgen. 'Geen enkel land moet onze vastberadenheid om onze burgers te beschermen onderschatten', verklaarde hij. De strijd tegen het Strafhof wordt nu verplaatst van de Verenigde Naties naar individuele landen. Amerika wil proberen zoveel mogelijk bilaterale verdragen te sluiten, waarin de verdragsluitende landen verklaren elkaars onderdanen niet te zullen vervolgen voor het Hof. De VS heeft meteen de daad bij het woord gevoegd en onder andere Duitsland, Nederland en Roemenië benaderd met een dergelijk voorstel. De landen van de Europese Unie zijn overeengekomen dat ze een gezamenlijk standpunt zullen innemen. Tijdens een top van de Europese Unie in september zal er voort over worden vergaderd. Roemenië heeft ondertussen als eerste land een verdrag gesloten met de VS, waarschijnlijk omdat het land zo hoopt meer kans te maken op toelating tot de NAVO. Tijdens de NAVO-top in Praag in november zal immers worden beslist welke kandidaat-landen zullen mogen toetreden tot de NAVO. Kort na Roemenië sloot ook Israël een bilateraal verdrag met de VS en ongetwijfeld zullen meer landen volgen. Het ziet ernaar uit dat de strijd rond het Internationaal Strafhof voorlopig nog niet van de baan is. Maaike SchweringDe VS wendt alle mogelijke middelen aan om het Hof te torpederen.