De laatste kwarteeuw is de welvaart in Vlaanderen ongeveer met de helft gestegen. Dat weten we uit het recente rapport De sociale staat van Vlaanderen. Sinds 1985 kent Vlaanderen een voortdurende reële inkomensstijging. Een permanente toename die blijkbaar erg normaal wordt bevonden. De stijging is nochtans fenomenaal: we kunnen ons nu veel meer permitteren dan tijdens de jaren tachtig. In feite kan de doorsnee middenklasser zich op verschillende levensvlakken dezelfde consumptiewijze permitteren als de elite van pakweg dertig jaar terug: verscheidene auto's per gezin, meerdere vliegtuigreizen p...

De laatste kwarteeuw is de welvaart in Vlaanderen ongeveer met de helft gestegen. Dat weten we uit het recente rapport De sociale staat van Vlaanderen. Sinds 1985 kent Vlaanderen een voortdurende reële inkomensstijging. Een permanente toename die blijkbaar erg normaal wordt bevonden. De stijging is nochtans fenomenaal: we kunnen ons nu veel meer permitteren dan tijdens de jaren tachtig. In feite kan de doorsnee middenklasser zich op verschillende levensvlakken dezelfde consumptiewijze permitteren als de elite van pakweg dertig jaar terug: verscheidene auto's per gezin, meerdere vliegtuigreizen per jaar, lekker uit eten gaan, enzovoorts. Tenzij je natuurlijk uit de boot valt: met de rijkdom is ook de dualisering toegenomen. Het rapport heeft dan ook een boeiend debat losgemaakt over de toename van de armoede in Vlaanderen. De tijd ligt achter ons dat we op het vlak van gezondheidszorg en vervangingsinkomens tot de koplopers in Europa behoorden. Zo heeft deze toename van de rijkdom al een sterke kanttekening gekregen in het daaropvolgend publieke debat. Een tweede even noodzakelijke kritische insteek ontbrak echter in het debat: welke prijs hebben we op het vlak van ecologie betaald voor die dikkere portefeuille? Uiteraard is er het broeikaseffect: de rijkdom is volledig uitgebouwd op basis van een fossiele brandstoffen zuipend productie- en consumptiesysteem. Daarnaast is vooral de natuur en de open ruimte het kind van de rekening. In Vlaanderen - net als in de rest van de wereld - gaat de biodiversiteit er sterk op achteruit. In de 20e eeuw telden we in Vlaanderen nog 40.000 soorten wilde planten en dieren. Vandaag is daarvan al zeven procent uitgestorven en staat meer dan een kwart op de Rode Lijsten van bedreigde soorten. Dat komt vooral doordat er nog weinig geschikt leefgebied overblijft en doordat het milieu verontreinigd is. We laten meer dan ooit een versnipperd en verrommeld Vlaanderen aan onze kinderen. En voorlopig lijken de acties om dit te keren onvoldoende uit te halen. Zo hebben in 2001 de Europese landen afgesproken om het biodiversiteitsverlies tegen 2010 te stoppen. Daartoe werd in 2004 gestart met de Europese Countdown 2010-campagne, waarin overheden, bedrijven, verenigingen en burgers samenwerken. Uit een zeer recent rapport van het Europees Milieu Agentschap blijkt nu dat de doelstelling niet zal worden gehaald. Hoewel er op sommige vlakken vooruitgang werd geboekt, staat de biodiversiteit op Europees niveau nog steeds onder zware druk, aldus het rapport. De grootste probleempunten blijven toenemende bebouwing met versnippering van open ruimte en overbevissing van zeeën. De uitspraak dat in Vlaanderen de rijkdom de afgelopen kwarteeuw met de helft is toegenomen, is dus niet helemaal juist. Ze vertelt slechts één zijde van de medaille. Laten we de vraag hoe rijk we willen worden als regio, dan ook zo divers mogelijk beantwoorden. Of gunnen we onze kinderen geen vlinders meer? DIRK HOLEMANS EN MARC HEUGHEBAERT ZIJN REDACTIELEDEN VAN OIKOS, TIJDSCHRIFT VOOR SOCIAAL-ECOLOGISCHE VERANDERING door Dirk Holemans en Marc Heughebaert