Precies een jaar geleden verscheen het laatste, grote vraaggesprek dat de schrijver zou hebben. Hij ging voor dat interview met het Duitse weekblad Der Spiegel nog eens goed zitten. Het was goed geweest, vond hij. Knack drukte de vertaling af in zijn nummer van 1 augustus 2007. Aleksander Solzjenitsyn overleed zondag 3 augustus in zijn datsja in een dorp aan de Moskwa. Hij werd 89 jaar.
...

Precies een jaar geleden verscheen het laatste, grote vraaggesprek dat de schrijver zou hebben. Hij ging voor dat interview met het Duitse weekblad Der Spiegel nog eens goed zitten. Het was goed geweest, vond hij. Knack drukte de vertaling af in zijn nummer van 1 augustus 2007. Aleksander Solzjenitsyn overleed zondag 3 augustus in zijn datsja in een dorp aan de Moskwa. Hij werd 89 jaar. De omstreden schrijver leek lange tijd gedoemd om anoniem door het leven te gaan als leraar wetenschappen in een stadje in de ruime periferie van Moskou. Daar kwam begin 1963 verandering in, met de publicatie van Een dag in het leven van Ivan Denisovitsj in het vooraanstaande tijdschrift Novy Mir. Solzjenitsyn deed daarin nauwgezet verslag van het leven in een werkkamp onder de dictatuur van Jozef Stalin. Hij kon weten hoe het er in zo'n kamp toeging. Kapitein Solzjenitsyn werd in februari 1945 gearresteerd omdat hij zich in brieven kritiek had laten ontvallen op Stalin. Het kwam hem op acht jaar strafkamp te staan, waarna hij verbannen werd naar de steppen van Kazachstan. Hij kreeg pas midden jaren vijftig, na de dood en de val van Stalin, te horen dat hij weer kon gaan en staan waar hij wou. Solzjenitsyn vertelde later vaak dat hij Ivan Denisovitsj en vele andere teksten eigenlijk al in het kamp schreef - in zijn hoofd. Hij leerde van Litouwse katholieke gevangenen om lange lappen tekst te onthouden aan de hand van een paternostersysteem. Maar dat het boek überhaupt werd gedrukt, kwam omdat het partijleider Nikita Chroesjtsjov politiek goed uitkwam. Hij zag de kritiek op zijn voorganger als een steun aan zijn beleid van voorzichtige liberalisering. De publicatie maakte zo veel ophef, dat de dan al prille veertiger Solzjenitsyn meteen beroemd was. Zijn lange baard riep vanzelf herinneringen op aan Leo Tolstoj. Zijn Ivan Denisovitsj werd vergeleken met Het dodenhuis van Fjodor Dostojevski, die daarin over zijn tijd in de gevangenissen van de tsaar vertelt. Maar toen Chroesjtsjov nauwelijks tweeëntwintig maanden later door Leonid Brezjnev aan de kant werd geschoven, vond het werk van Solzjenitsyn geen Russische uitgever meer. De eerste cirkel en Kankerpaviljoen verschenen in de late jaren zestig in het Westen, en daarmee werd Solzjenitsyn in de Sovjet-Unie van Brezjnev een regelrechte outcast. Dat hij in 1970 al de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg, was daarom ook een politieke beslissing. Solzjenitsyn durfde de prijs in Stockholm niet persoonlijk in ontvangst te nemen. Hij was bang dat de deur van zijn land definitief achter hem dicht zou vallen. Hij werkte intussen aan zijn trilogie De Goelag archipel, die zijn naam definitief zou vestigen maar die hem ook op verbanning uit zijn geliefde Rusland kwam te staan. De Goelag archipel is een monumentaal verslag van de misbruiken in het immense netwerk van gevangen- en werkkampen die als een archipel over de hele Sovjet-Unie verspreid waren. Hij becijferde dat er 60 miljoen mensen in zulke kampen hadden gezeten of er waren gestorven. Een cijfer dat nadien niet werd tegengesproken. Kort na de publicatie van het eerste deel in Parijs werd Solzjenitsyn gearresteerd en op een vliegtuig naar Duitsland gezet. Aleksander Solzjenitsyn werd er opgewacht door zijn collega-Nobelprijswinnaar Heinrich Böll. Na een kort verblijf in Zwitserland verkaste hij met zijn vrouw en drie kinderen naar een stadje in de Amerikaanse staat Vermont, waar hij als een kluizenaar leefde tot hij in 1994 naar Rusland terugkeerde. Solzjenitsyn woonde in Amerika, maar hij dacht en schreef verder alleen over Rusland. Hij verliet het domein waar hij woonde bij hoge uitzondering. Hem aan de telefoon krijgen, was een uitdaging. In tegenstelling tot zijn vrouw en zijn kinderen nam hij nooit de Amerikaanse nationaliteit aan. Hij stopte de opbrengst van De Goelag archipel wel in een fonds voor hulp aan politieke gevangenen en hun families. Het werd dan ook geleidelijk aan duidelijk dat de schrijver niet paste in de klassieke politieke vakjes van zijn tijd. Hij was in ieder geval niet de liberale vrijheidsstrijder die velen in het Westen aanvankelijk in hem zagen. Integendeel: Solzjenitsyn zorgde in de VS met woedende uithalen over het morele verval in het Westen snel voor ophef. De toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger adviseerde president Gerald Ford in de jaren zeventig al om de schrijver op een afstand te houden. Solzjenitsyn wordt vaak omschreven als een slavofiel en een christelijke nationalist. 'Een regime dat God met een kleine letter schrijft en KGB met hoofdletters is ons respect niet waard.' Zijn terugkeer naar Rusland had de allures van een triomftocht. Hij ondernam de reis vanuit het Verre Oosten met de trein. Hij was gedurende korte tijd zelfs een televisievedette. Hij weigerde prijzen uit handen van Mikhaïl Gorbatsjov en Boris Jeltsin. 'Ik hoef geen persoonlijk eerbetoon voor een boek dat met het bloed van miljoenen mensen is geschreven.' Het wekt geen verbazing dat hij het ten slotte beter kon vinden met Vladimir Poetin - nota bene een voormalige officier van de KGB. Poetin gaf de Russen opnieuw waardigheid. Bovendien: 'Niemand verwijt George Bush sr. nog dat hij ooit baas van de CIA was.' Solzjenitsyn verweet het Westen ook dat het met de bombardementen van de NAVO op Servië en met de pogingen om Oekraïne tegen Rusland op te zetten op zijn manier cynisch en egoïstisch aan politiek doet. 'Wat is democratie waard als ze met de bajonet wordt geïnstalleerd', vroeg hij zich in 2005 in de krant The Times af. Aleksander Solzjenitsyn bleef tot op hoge leeftijd schrijven, maar zijn latere werk over de Russische geschiedenis en identiteit trok nog maar weinig aandacht. Voor een man die mee het verhaal van de twintigste eeuw schreef, is dat een beetje jammer.DOOR HUBERT VAN HUMBEECK