Een identiteitskaart volstaat om naar Kroatië te reizen. Al behoort het land niet tot de Europese Unie en is er officieel een paspoort nodig. De Kroaten lopen wat graag op de zaken vooruit en doen alsof ze binnenkort lid worden van de Unie. Maar 'binnenkort' is een rekbaar begrip.
...

Een identiteitskaart volstaat om naar Kroatië te reizen. Al behoort het land niet tot de Europese Unie en is er officieel een paspoort nodig. De Kroaten lopen wat graag op de zaken vooruit en doen alsof ze binnenkort lid worden van de Unie. Maar 'binnenkort' is een rekbaar begrip.Toen de politieke omwentelingen in Oost-Europa rond 1990 voltrokken waren, geloofden alle landen ten westen van de voormalige Sovjet-Unie dat ze spoedig zouden worden opgenomen in de EU. Tien jaar later blijft het happen naar een lokaas dat voortdurend net iets te hoog wordt gehouden. De Unie weet niet goed welke weg te volgen. De eigen instellingen zijn niet klaar voor uitbreiding, de economische en politieke verschillen zijn te groot. Bovenal heerst vrees voor een golf van goedkope Oost-Europese producten en arbeidskrachten. Hoogleraar Europees Recht Marc Maresceau aan de Universiteit Gent volgt de materie al vijftien jaar van nabij en noteert de veranderde stemming binnen en buiten de EU.Marc Maresceau: De wrevel neemt toe. Hongarije deed alles wat de Europese Unie vroeg. Het beschouwt de EU als een schoolmeester, die almaar nieuwe dingen uitvindt om kritiek op te kunnen geven. Ze voelen zich daar aan het lijntje gehouden. Ze zijn sinds 1998 bezig met hun kandidatuur, maar de echt moeilijke punten moeten nog aan bod komen. Bijvoorbeeld het vrije personenverkeer en het eigendomsrecht. Waarom liep het allemaal zoveel trager dan de kandidaat-lidstaten hoopten?Maresceau: De veranderingen kwamen via het Oosten, niet uit het Westen. Sovjetpresident Mikhaïl Gorbatsjov zette in 1985 alles in gang met een toespraak. Daarin erkende hij de Europese Gemeenschap niet alleen als een economische, maar ook als een politieke en juridische entiteit. Het Westen reageerde opvallend traag op de snelle ommekeer in Oost-Europa. Pas vier jaar na de toespraak werd een eerste akkoord gesloten, over economische samenwerking met de Sovjet-Unie. Tot dan wachtte het Westen af. Want waren die veranderingen fundamenteel, of maakten ze deel uit van een vuile zet van de geheime dienst KGB? Tegen 1989, het jaar van het akkoord, bleek de rol van Gorbatsjov bijna uitgespeeld. Een jaar later was de ommezwaai voltrokken in de Europese Comeconlanden, die tevoren economisch en politiek onder sovjet-dominantie stonden. Albanië en Joegoslavië vielen buiten die groep. In 1990 veranderde de Europese Unie het geweer van schouder. De EU ontwikkelde het Phare-programma. Dat moest de economische en politieke omslag in Oost-Europa financieel en technisch ondersteunen. Tot dan werden de Sovjet-Unie en andere landen op gelijke voet behandeld. Maar ineens verdween Moskou naar het achterplan. Het programma gold niet voor Rusland. Een eerste aanwijzing dat de EU wou differentiëren.Wanneer toonde de Unie zich echt bereid om uitbreiding te accepteren?Maresceau: Pas op de top van Kopenhagen, in juni 1993, werd die bereidheid officieel verwoord. Kandidaten moesten aan politieke en economische criteria voldoen en een zogenaamd Europa-akkoord hebben gesloten. Hongarije liep in december 1991 voorop, later volgde de rest. Behalve de sovjetrepublieken, met uitzondering van de Baltische landen. De Unie ging partnerships aan, een mooie naam zonder veel inhoud. Er volgde een opdeling tussen potentiële lidstaten en wie definitief uit de boot zou vallen. Is het niet beter het eigen huis te verstevigen, vooraleer het uit te breiden?Maresceau: Op 15 juli 1997 bekende de Europese Commissie kleur met de Agenda 2000 voor een sterker en groter Europa. Uitbreiding én vernieuwing gingen voor de Commissie samen. Afgezien daarvan, werden de tien kandidaten in twee groepen verdeeld. De vijf goeie, waarmee onderhandelingen konden worden begonnen: Polen, Hongarije, Slovenië, Tsjechië en - verrassend - Estland. En de vijf andere die later aan de beurt zouden komen: Roemenië, Bulgarije, Letland en Litouwen hoofdzakelijk om economische redenen; Slovakije om puur politieke redenen. Het democratisch gehalte van Slovakije voldeed niet, er waren problemen met de Hongaarse minderheid. Maar het land voldeed wel economisch aan de voorwaarden van Kopenhagen. Ook Cyprus kwam opnieuw boven water. Griekenland wou Cyprus opgenomen zien bij de eerste uitbreiding, zoniet zou het zich verzetten tegen de toetreding van andere landen. Nu praat de EU over vijf plus één. Waardoor protest rees in het Balticum. Alleen voor Estland kiezen en Letland en Litouwen in de kou laten staan, komt het regionaal evenwicht niet ten goede.De zwaarste kritiek kwam van Turkije.Maresceau: Logisch. Het kreeg in de honderden pagina's van Agenda 2000 twee regels toebedeeld, met de melding dat een aparte behandeling was gepland. Turkije begreep dat het niet bij het uitbreidingsproces zou worden betrokken. Hoewel het in 1963 een associatieakkoord ondertekende, wat geldt als een opstap naar toetreding. De Europese Gemeenschap beschouwde Turkije dus in 1963 als een Europees land, ze kon het daarna niet meer ontkennen. De onvrede in Ankara maakte de Amerikanen onrustig. Want Turkije maakt deel uit van de NAVO en heeft bijgevolg een stem in de kwestie-Cyprus, waarin het door de Grieks-Turkse opdeling van het eiland tegenover de Grieken staat. Nog zwaarder weegt het economische argument. Weinigen weten dat Turkije een veel belangrijkere handelspartner van de EU is dan veel kandidaat-landen uit Oost-Europa samen. Vandaar een aantal pogingen om Turkije een beter lot toe te bedelen. Dat gelukte via verbeterde bilaterale contacten tussen Griekenland en Turkije, aan de vooravond van de top van Helsinki in december 1999. Die top riep Turkije voor het eerst tot kandidaat-lidstaat uit. Terwijl tegelijk gesprekken werden aangekondigd met tien kandidaten, waaronder Cyprus en Malta, waar intussen een pro-Europese regering aan de macht was gekomen. Met Turkije worden echter geen rechtstreekse onderhandelingen gevoerd zolang de politieke voorwaarden niet zijn vervuld: de situatie van de minderheden en de rol van het leger moeten aanvaardbaarder worden. Dat bevestigde de Commissie onlangs nog in haar rapport.U hebt bedenkingen bij het isolement van de voormalige Sovjet-Unie. Er wordt meer over de tomatenteelt in de EU gepubliceerd dan over de betrekkingen met Rusland, zegt u.Maresceau: De Europese Commissie situeert het uitbreidingsproces, dat zogezegd stabiliteit en veiligheid waarborgt, als het ware in een vacuüm. Maar we weten niet wat buiten het uitbreidingsgebied zal gebeuren. Ook in het verleden zijn nooit vragen gesteld over de mogelijke gevolgen van verruiming voor de nieuwe grenslanden. Denk, bijvoorbeeld, aan het personenverkeer. Het is nu veel moeilijker om een Rus uit te nodigen dan tien jaar geleden. Niet alle Russen zijn maffiosi. We zijn mee schuldig aan dat nieuwe negatieve beeld over Rusland omdat we het al zo lang isoleren. Probeer mét in de plaats van tégen dat land te werken. Dan heb je daar meer impact op het beleid. In Moskou lachten ze schamper met de veroordeling van de oorlog in Tsjetsjenië op de Europese top in Helsinki. Zonder goed bilateraal kader ben je machteloos en hebben sancties weinig invloed.Mochten de Oost-Europese kandidaat-lidstaten contacten met Rusland zo belangrijk vinden, dan zouden ze zelf wel op nauwere samenwerking aandringen.Maresceau: Oost- en Centraal-Europa bestaan als het ware niet meer. Iedereen wil bij West-Europa horen. Ik was onlangs in Sint-Petersburg. Ik merkte daar weinig verschil met Estland, dat een paar honderd kilometer verderop ligt. Iemand vroeg daar niet onterecht: 'Als de Esten lid kunnen worden, waarom wij Russen dan niet?' In 1990 verkoos u een uitdieping van de bestaande Europese structuren boven een snelle uitbreiding.Maresceau: We hebben in 1996, met het verdrag van Amsterdam, de grote kans gemist om de besluitvorming aan te passen in het kader van een nakende uitbreiding. Dat was een grote nul over heel de lijn. Iedereen weet dat de Europese besluitvorming niet meer goed functioneert. Met twintig commissarissen is de Commissie al veel te groot. Er zijn portefeuilles uitgevonden om alle commissarissen voldoende werk te bezorgen. De huidige structuur is voor zes lidstaten opgezet. Verder uitbreiden zonder institutionele hervormingen is niet meer haalbaar. Maar de kleine lidstaten willen nog allemaal een commissaris. Absurd, want hij wordt niet geacht zijn lidstaat te vertegenwoordigen. Hij zit daar voor zijn deskundigheid en onafhankelijkheid. Laten we eerst uitbreiden, dan merken we wel dat het zo niet meer werkt, kan ook een optie zijn.Maresceau: Ja, maar de verschillen blijven toch groot. In Hongarije, een van de kandidaat-landen die het verst staan, ligt het loongemiddelde drie keer lager dan het onze. Dat heeft in Hongarije en bij ons zware gevolgen. Ik zie niet in hoe een toetreding zonder aanpassingsperiode kan functioneren. Spanje en Portugal zijn toch snel toegetreden?Maresceau: De manier waarop Spanje en Portugal zich na hun toetreding ontwikkelden, is een sterk argument voor snelle uitbreiding. Begin jaren zeventig verkeerden sommige Spaanse regio's bij manier van spreken nog in de vorige eeuw. Nu kloppen landen aan de deur met een verschillende economische en politieke cultuur, die een diepe stempel heeft gedrukt op het denkpatroon van de mensen. De aanpassing vraagt tijd. Intussen is het enthousiasme bij de oosterburen geluwd. Waarom wou Polen in 1990 al toetreden tot de Europese Gemeenschap? Hoofdreden was de split met Big Brother Moskou voor eeuwig te consolideren. Dat dreef er bijna alle kandidaten toe om hun economie en hun politiek volledig op het Westen af te stemmen, weg van Rusland. Wij stapten zonder nadenken mee in hun strategie. Er bestond ook een soort infantiel geloof in het beeld van het Westen. Ik herinner me nog de opening van de eerste McDonald's in Boedapest. Hongarije heeft een sterke eetcultuur met goeie producten, lekker fruit en groenten. Het beschouwde de opening van dat fastfoodrestaurant als een van de eerste symbolen van het verwestersen, van de grote sprong voorwaarts. De Hongaren vergaten dat hun tomaten lekkerder zijn dan de doorsnee vrucht die je in West-Europa koopt. Het Westen vreest vooral dat de loonverschillen een toestroom van goedkope arbeidskrachten op gang zal brengen.Maresceau: Toen Spanje toetrad, koos de Europese Gemeenschap voor een lange overgangsperiode zonder vrij verkeer van personen. Dat gebeurde uit vrees dat de Spanjaarden massaal hun land zouden ontvluchten. Intussen blijkt Spanje geen land van emigratie maar van immigratie, net als Italië. Bovendien is Spanje bijna een schoolvoorbeeld geworden van hoe integratie moet verlopen, politiek en economisch. Het is niet zeker dat het met de nieuwe lidstaten op dezelfde manier afloopt. Vandaar de reflex van afremmen. De politieke moed ontbreekt om de knoop door te hakken. We zijn iets te vroeg met het jongste uitbreidingsproces begonnen. Dan begint de molen te draaien, we kunnen hem niet meer stoppen, terwijl we niet honderd procent klaar zijn. Ik vraag me af hoe landbouwers, vakbondslui of industriëlen tegenover toetreding van nieuwe lidstaten staan.Moet Europa de operatie dan niet gewoon afblazen?Maresceau: Er is al tien jaar aan gewerkt. Dan melden dat een verkeerde keuze is gemaakt, zou de geloofwaardigheid van de Europese Unie ondermijnen. Misschien was een soort testcase beter geweest, met Tsjechië of Hongarije. Maar inclusief Hongarije grenst de Unie ineens aan Roemenië, dat een minderheid telt van twee miljoen Hongaren. Wat dan met de aanvraag van een Schengenvisum voor familieleden aan beide kanten van de grens? Het opnemen van een voormalig Oostblokland is in feite uitgetest met Oost-Duitsland.Maresceau: Dat geval toont aan hoe moeilijk een vereniging politiek en economisch verloopt, ondanks de enorme financiële inbreng van West-Duitsland. De Duitse hereniging voedde de twijfel bij wie al vragen had bij een snelle uitbreiding van de Unie. Er ligt een hele afstand tussen de officiële weg en de realiteit. We onderhandelen met Roemenië, terwijl iedereen weet dat het niet klaar is om de volgende tien jaar toe te treden. Maar ik vind het goed om landen die niet klaar zijn bij de zaak te betrekken. Zo leren ze de stiel en komen ze niet voor grote verrassingen te staan, als ze het geheel van regels, wetten en economische verplichtingen ineens moeten invoeren. We moeten er het risico bij nemen dat het oorspronkelijke enthousiasme in antipathie omslaat, als alles wat te lang duurt. En het gevaar bestaat dat oude demonen uit de fles ontsnappen.Hoe bedoelt u?Maresceau: Zou Joegoslavië dezelfde tragiek gekend hebben, mocht het voor de dood van president Tito (1980) zijn opgenomen in de Europese Gemeenschap? De economische situatie van Griekenland was net voor zijn toetreding in 1981 niet zoveel beter dan die van Joegoslavië. Die gedachte houdt een pleidooi in om een aantal zaken die nog niet kloppen door de vingers te zien. De vraag om lidmaatschap van Oost-Europese landen kan stabiliserend werken. Fenomenen zoals extreem nationalisme zullen er niet helemaal door verdwijnen, maar wel plaatselijk begrensd blijven. Het ontbreken van een ruimer perspectief leidde in Joegoslavië tot een breed uitlekkende etnische strijd. In dat alles vind ik een sterk argument om het uitbreidingsproces niet te vertragen. Vergeet niet hoe West-Europa in 1950 met integratie begon. Gedreven door de wil om het nationalisme uit te schakelen, nauwelijks vijf jaar na de Tweede Wereldoorlog, het puin was nog niet geruimd.Waar ligt uiteindelijk de grens? Als Turkije ooit volwaardig lid van de Europese Unie wordt, moet de deur dan open voor de moslimrepublieken uit de voormalige Sovjet-Unie?Maresceau: Turkije erkent de scheiding tussen staat en religie. Dat is heel ongewoon in de moslimwereld. Economisch en politiek is het land op het Westen gericht. Turkije was eeuwen diep in Europa aanwezig. De Europese moslimbevolking in voormalig Joegoslavië en Albanië is daar een erfenis van. Pas in de negentiende eeuw brokkelde het Europese deel van Turkije af. Zoals gezegd, sloot Europa in 1963 al een associatieakkoord met Ankara, net als met Athene. Die erkenning van het Europese karakter van Turkije draai je achteraf niet meer terug. De Europese Unie gaf echter in 1992 geen geografische definitie van het begrip Europa. Het ligt niet makkelijk. Voor mij is Vladivostok méér Europa dan Zuid-Anatolië dat dichterbij ligt. Afbakenen is ingewikkelder dan wat lijnen op de wereldkaart trekken. Het verhaal bevat geen absolute waarheden. Maar hoewel in weinig lidstaten nog grote belangstelling voor de uitbreiding leeft, het proces gaat door. De verruiming staat binnen de Unie niet meer ter discussie. Ze zal de eerste tien jaar niet voltrokken worden, maar ze blijft actueel. Alleen maar omdat de EU bestaat en er bijgevolg landen zijn die er niet bij zijn.Geert Foutré