'De landen die terroristen herbergen zijn even schuldig als de terroristen zelf.' Die woorden van president George W. Bush zouden wel eens als een boemerang in zijn gezicht kunnen terechtkomen. Binnenkort moet de Amerikaanse overheid namelijk beslissen over de asielaanvraag van Luis Posada Carriles, een 77-jarige Cubaan met een sinister verleden en een CIA-achtergrond, een terrorist die trots is op zijn terreurdaden.
...

'De landen die terroristen herbergen zijn even schuldig als de terroristen zelf.' Die woorden van president George W. Bush zouden wel eens als een boemerang in zijn gezicht kunnen terechtkomen. Binnenkort moet de Amerikaanse overheid namelijk beslissen over de asielaanvraag van Luis Posada Carriles, een 77-jarige Cubaan met een sinister verleden en een CIA-achtergrond, een terrorist die trots is op zijn terreurdaden. Carriles heeft een rist aanslagen en moordcomplotten op zijn palmares. Hij is een van de veteranen van de desastreuze invasie in de Cubaanse Varkensbaai (in Cuba beter bekend als Playa Girón), toen Cubaanse bannelingen in april 1961 het piepjonge revolutionaire regime van Fidel Castro met steun van de CIA omver probeerden te werpen. De oudgedienden van die veldslag hebben zich nooit bij de smadelijke nederlaag neergelegd en ze zijn tot alles bereid en in staat om Fidel ten val te brengen of, beter nog, te vermoorden. Posada wordt ervan verdacht de organisator te zijn van de aanslag op een passagiersvliegtuig in 1976 waarbij 73 passagiers en bemanningsleden omkwamen, onder hen de nationale schermploeg van Cuba. Een reeks bomaanslagen tegen Cubaanse hotels kostte in 1997 het leven aan een jonge Italiaanse toerist. Hij was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats, zei Posada achteraf zonder een zweem van spijt. Posada zat wegens zijn aandeel in de aanslag op het Cubaanse lijntoestel tot 1985 in een gevangenis in Venezuela. Hij ontsnapte, vermoedelijk met de steun van de CIA, en dook later op in El Salvador. Daar was op dat moment een burgeroorlog aan de gang tussen een linkse guerrilla en paramilitaire doodseskaders die royale steun kregen van de regering-Reagan. Posada Carriles was een van de tussenpersonen die er ook voor zorgden dat de Contra's - de anti-Sandinistische opstandelingen in Nicaragua - ruimschoots van wapens, munitie en financiële middelen werden voorzien. Posada Carriles en zijn Cubaanse buddy's organiseerden de transporten en de sportvliegtuigjes die met wapens in Centraal-Amerika landden, vlogen gevuld met cocaïne naar de States terug: twee keer kassa. Tussen de jaren '80 en 2000 wordt nog weinig van Posada vernomen, maar zelf verklaart hij trots dat hij de organisator is van een reeks aanslagen op Cubaanse civiele, militaire en commerciële doelwitten. Hij komt weer in de gevangenis terecht als hij in 2000 Fidel probeert te vermoorden tijdens de Iberisch-Amerikaanse top in Panama. De aftredende Panamese president Mireya Moscoso, die goede banden onderhoudt met de Cubaanse leiders in Miami, liet hem met drie van zijn handlangers in augustus vorig jaar vrij. De drie vlogen via recta naar Miami waar ze als helden werden ontvangen, maar Carriles zelf verdween in de mist. Tot hij vorige maand in Florida opdook. Volgens zijn advocaat heeft Carriles officieel politiek asiel aangevraagd en de regering-Bush daarmee in een bijzonder lastig parket gemanoeuvreerd. Carriles is volgens alle definities van het woordenboek een terrorist van het zuiverste water die er blijkbaar zonder de minste moeite in geslaagd is de Verenigde Staten binnen te komen. Ofwel zijn de kustwacht en de immigratiediensten medeplichtig, ofwel is de grens zo lek als een zeef. Het is natuurlijk geen toeval dat een man als Posada uitgerekend in Florida boven water komt. Jeb, de broer van de president, is er gouverneur en zijn sympathie voor de zaak van de fel anti-communistische Cubanen in Miami is genoegzaam bekend. De familie Bush heeft trouwens decennia oude banden met de veteranen van de Varkensbaai en de geheime operaties van de CIA in het Caribisch gebied. Fidel Castro is niet van plan de kans te laten liggen om de dubbele moraal van de regering-Bush voor zijn eigen politieke propaganda uit te buiten. Hij noemt Posada Carriles de 'Bin Laden van Latijns-Amerika' en hoopt Uncle Sam nog eens voor het oog van de wereld te kijk te zetten, zoals hij dat vijf jaar geleden met de zaak Elian Gonzales heeft gedaan. Toen zag de regering-Clinton zich verplicht ondanks fel verzet van de anti-Castro Cubanen in Miami, de negenjarige Elian, die als bootvluchteling in Miami was aangespoeld, naar Cuba te laten terugkeren. Nu staat president Bush voor een gelijksoortig dilemma: zijn Cubaanse vrienden in Miami tegen de haren in strijken of een notoire terrorist een rustige oude dag laten slijten in de Verenigde Staten. Wordt ongetwijfeld vervolgd. Johan Depoortere