Vijftig jaar geleden stonden de kranten bol van de geruchten over belangwekkende ontwikkelingen in Moskou. Want, op 25 februari 1956, op de slotdag van het 20e partijcongres zou Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov tijdens een besloten vergadering van het Centraal Comité de nagedachtenis van zijn voorganger Jozef Stalin hebben gesloopt. De berichten werden aanvankelijk door woordvoerders in de Sovjet-Unie en door de kopstukken van de Europese communistische partijen in alle toonaarden ontkend. Tot de Britse zondagskrant The Observer op 10 juni van dat jaar uitpakte met de volledige tekst van de zes uur durende 'geheime toespraak' van partijsecretaris Chroesjtsjov.
...

Vijftig jaar geleden stonden de kranten bol van de geruchten over belangwekkende ontwikkelingen in Moskou. Want, op 25 februari 1956, op de slotdag van het 20e partijcongres zou Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov tijdens een besloten vergadering van het Centraal Comité de nagedachtenis van zijn voorganger Jozef Stalin hebben gesloopt. De berichten werden aanvankelijk door woordvoerders in de Sovjet-Unie en door de kopstukken van de Europese communistische partijen in alle toonaarden ontkend. Tot de Britse zondagskrant The Observer op 10 juni van dat jaar uitpakte met de volledige tekst van de zes uur durende 'geheime toespraak' van partijsecretaris Chroesjtsjov. De afrekening van Chroesjtsjov blijft een scharniermoment in de geschiedenis van het communistische blok, de aanzet ook tot een eerste dooiperiode in de Koude Oorlog. Al zou de Sovjet-Unie achteraf elke uitbraakpoging van satellietstaten - zoals Hongarije, luttele maanden na de toespraak van Chroesjtsjov, en Tsjecho-Slowakije, in 1968 - genadeloos neerslaan. De zeldzame dissidente stemmen in de Sovjet-Unie kregen ook nooit veel steun vanuit het Westen, en zeker niet van West-Europese intellectuelen. In 1952 nog schreef de Franse dichter en cultuurpaus Louis Aragon een lofdicht op Stalin, met de opmerkelijke aanhef: ' O grand Staline, ô, chef des peuples / Toi qui fais naître l'homme...'De Franse filosoof Jean-Paul Sartre vond dat je maar beter kon zwijgen over de misdaden van Stalin, want dat zou de arbeiders in de Parijse voorsteden in verwarring brengen. Enkele jaren eerder had niet alleen de Franse maar heel de West-Europese elite storm gelopen tegen Victor Kravchenko, een Russische ingenieur die zijn land was ontvlucht en die in 1946 zijn ophefmakende Ik koos de vrijheid had laten verschijnen. In het Franse communistische blad Lettres Nouvelles werd Kravchenko's boek, waarin tien jaar voor Chroesjtsjov het bestaan van strafkampen en het moorddadige van het Stalin-regime werden aangeklaagd, afgedaan als een fabricaat van de Amerikaanse inlichtingendiensten. Het blad publiceerde ter staving het getuigenis van een Amerikaanse agent, ene Sim Thomas - dertig jaar later pas zou de toenmalige hoofdredacteur van Lettres Nouvelles opbiechten dat het interview verzonnen was, want die Thomas was een fictief personage. Er volgde een ophefmakend proces in Parijs waar de rechter de vrije loop gaf aan de heftige getuigenissen van communistische medestanders zoals de filosoof Roger Garaudy. Kravchenko won het proces en kreeg de symbolische frank schadevergoeding. Toch zou de rechter in zijn vonnis uithalen naar Kravchenko, die in zijn ogen niet alleen zijn land had verraden maar, ook zijn opdracht had verzaakt. Vele jaren later, in 1963, hield Simone de Beauvoir vol dat die Kravchenko maar een twijfelachtig en corrupt heerschap was en dat goelags eigenlijk voorbeeldig uitgeruste heropvoedingskampen waren. Op de dag af tien jaar na de toespraak van Chroesj-tsjov schoot Kravchenko, door velen gelezen, door niemand geloofd en vaak geridiculiseerd, zich in een hotelkamer in New York een kogel door het hoofd. Een postuum slachtoffer van Stalin. Twee jaar eerder was Chroesjtsjov afgezet en vervangen door de neostalinist Leonid Brezjnev, die hem zijn aanval op Stalin nooit had vergeven. De volle waarheid over de strafkampen in de Sovjet-Unie zou pas naar buiten rollen met De Goelagarchipel van Alexander Solzjenitsyn. Intussen gingen ook in Rusland de archieven open en weten we dat de beweringen van de ooit als reactionairen gebrandmerkte historici Robert Conquest en Anne Applebaum correct waren. Zij schreven over het spoor van menselijke vernietiging getrokken door Sovjetterreur, en volgens hun schattingen zou Stalin alleen al verantwoordelijk zijn geweest voor minstens 15 miljoen doden. Geen van de communistische leiders in West-Europa noch hun fellow travellers hebben ooit hun excuses aangeboden voor de collaboratie met het moorddadige Stalinregime. Het is daarvoor nooit te laat. Rik Van Cauwelaert