Voedingssupplementen worden weleens voorgesteld als onontbeerlijk, vooral dan door hun producenten. Die spiegelen ons voor dat we de 'Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheden' (ADH's) vitaminen en mineralen niet (meer) via de voeding kunnen innemen. Supplementen zouden bovendien soelaas bieden bij allerlei kwaaltjes en klachten, zoals stress en vermoeidheid. Wetenschappelijk bewijsmateriaal voor deze beweringen ontbreekt vaak. Hebben voedingssupplementen eigenlijk wel enig nut?
...

Voedingssupplementen worden weleens voorgesteld als onontbeerlijk, vooral dan door hun producenten. Die spiegelen ons voor dat we de 'Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheden' (ADH's) vitaminen en mineralen niet (meer) via de voeding kunnen innemen. Supplementen zouden bovendien soelaas bieden bij allerlei kwaaltjes en klachten, zoals stress en vermoeidheid. Wetenschappelijk bewijsmateriaal voor deze beweringen ontbreekt vaak. Hebben voedingssupplementen eigenlijk wel enig nut? Van een groot aantal als voedingssupplementen verkochte substanties is niet wetenschappelijk aangetoond dat ze echt de werking hebben die hen wordt toegeschreven. Maar voedingssupplementen worden niet beschouwd als geneesmiddelen en vallen bijgevolg niet onder de wetgeving voor geneesmiddelen, maar onder die van de eetwaren. De efficiëntie van geneesmiddelen moet door klinische tests worden bewezen, wat dus niet het geval is voor voedingssupplementen. Zolang ze de gezondheid of de veiligheid van de consument niet in gevaar brengen, zijn ze toegestaan. Vooral vitaminen en mineralen worden extra ingenomen of gesupplementeerd, hoewel vitaminetekorten in onze westerse samenleving weinig voorkomen. Vroeger was dat wél het geval. Tekorten werden veroorzaakt door een te eenzijdige voeding over een lange periode of door bepaalde ziekten. Omstreeks het begin van de vorige eeuw hebben wetenschappers vitaminen en mineralen ontdekt. Wetenschappelijk onderzoek toonde onder andere aan dat mensen die veel groenten en fruit eten, minder kans hebben op hartkwalen en kanker. Het werd als vanzelfsprekend aangenomen dat de grote hoeveelheden vitaminen en mineralen in groenten en fruit hiervoor verantwoordelijk waren. Vervolgens werd verondersteld dat supplementen van deze voedingsstoffen dezelfde werking zouden hebben en bijgevolg preventief konden worden ingezet tegen aandoeningen zoals kanker. Groenten en fruit bevatten echter tal van voedingsstoffen waarvan de precieze werking niet bekend is; de heilzame werking kan dus evengoed veroorzaakt worden door deze stoffen of door combinaties van vitaminen en deze stoffen. Dit inzicht vond de laatste jaren ook steeds meer ingang en minimaliseert het nut van voedingssupplementen. Het gevaar met voedingssupplementen is bovendien dat ze een vals gevoel van veiligheid kunnen geven, terwijl ze nooit gezonde eetgewoonten kunnen vervangen of fouten in de voeding kunnen corrigeren. Wie denkt dat die voedingssupplementen dat wel kunnen, riskeert enerzijds een te lage inname van andere voedingsstoffen zoals vezels, koolhydraten en eiwitten en anderzijds een overdosering van bepaalde vitaminen. Want niet alle vitaminen zijn zonder gevaar. Er is wat dat betreft een verschil tussen wateroplosbare en vetoplosbare vitaminen. De wateroplosbare vitaminen zijn die van de B-groep en vitamine C. Een teveel van deze vitaminen wordt gewoon weer afgevoerd via de nieren. Wateroplosbare vitaminen kunnen niet worden opgeslagen in ons lichaam, we moeten ze regelmatig en in voldoende mate opnemen uit onze voeding. Anders is het gesteld met de vetoplosbare vitaminen A, D, E en K: zij kunnen zich opstapelen in ons lichaamsvet. Dit heeft als voordeel dat we van deze vitaminen een voorraad kunnen aanleggen, maar de keerzijde van de medaille is dat een overdosis niet denkbeeldig is. Een overdosis vitamine A kan vooral schadelijk zijn voor de ontwikkeling van een foetus. Daarom ook wordt tijdens de zwangerschap het eten van lever, een vitamine A-bron bij uitstek, afgeraden. Een aantal vitaminen en mineralen kunnen ook de werking van geneesmiddelen beïnvloeden. Indien u zonder voorschrift voedingssupplementen gebruikt, breng uw huisarts hiervan dan op de hoogte wanneer hij u geneesmiddelen voorschrijft. Zonder medische indicatie zijn supplementen niet echt nodig voor de meerderheid van de bevolking. Een gezonde, gevarieerde voeding (niet te veel calorieën en vet, veel groenten en fruit, jawel) volstaat om aan de vitaminen- en mineralenbehoeften te voldoen. Voedingssupplementen kunnen wel aangewezen zijn bij het gebruik van bepaalde geneesmiddelen en bij ziekten, of na operaties waarbij de absorptie van mineralen en vitaminen uit het spijsverteringsstelsel verstoord is. Een aanvulling van foliumzuur wordt aangeraden tijdens het begin van een zwangerschap (in het ideale geval zelfs enkele weken voor een eventuele conceptie) om een open ruggetje bij het kindje te voorkomen. Bij baby's en jongere kinderen worden vitamine D en K gesupplementeerd, omdat wordt verondersteld dat zij hieraan een verhoogde behoefte hebben. Andere risicogroepen voor vitaminetekorten zijn alcoholisten en rokers. Ook bij ouderen, die minder eten dan jongere mensen, moet men bedacht zijn op tekorten. Hier kan een huisarts bijvoorbeeld calciumsupplementen adviseren, om het (natuurlijke) proces van osteoporose wat af te remmen. Edith Leusvoedingssupplementen kunnen een vals gevoel van veiligheid geven.