Eén van de stuwende krachten achter de Afrikaanse strategie van de Europese christen-democratie is Johan Van Hecke.
...

Eén van de stuwende krachten achter de Afrikaanse strategie van de Europese christen-democratie is Johan Van Hecke.OP HUN CONGRES in Madrid van november van vorig jaar stuurde de toenmalige CVP-voorzitter Johan Van Hecke zijn Europese geloofsgenoten (de Europese Volkspartij, EVP) een verwijt toe. Afrika werd vergeten, alle aandacht ging naar Centraal-Europa. JOHAN VAN HECKE : Voor een partij die zich op christelijke waarden inspireert, kan dat niet. Je kunt een continent niet zomaar laten vallen. Voorzitter Wilfried Martens heeft me toen gevraagd of ik in Afrika een beweging op gang kon brengen. Ik moest integere mensen en gematigde partijen opzoeken. Is dit geen verholen vorm van neokolonialisme ? VAN HECKE : We hebben onze mening niet opgedrongen. De landen werd gevraagd of zo'n initiatief wenselijk was. Er was een consensus dat er een forum nodig was waar men elkaar kon ontmoeten en ervaringen uitwisselen. De problemen waarmee die landen geconfronteerd worden, zijn grotendeels dezelfde. Overal wil men een nationale conferentie organiseren en overal probeert één of andere dictator een verdeel-en-heerspolitiek toe te passen. De democratisering verloopt er bijzonder moeizaam. Zo wordt er veel over de scheiding der machten gesproken, maar zelden wordt er iets aan gedaan. We willen ons ideaalbeeld van democratie ginder niet inplanten, wel heel praktische problemen helpen oplossen. Hoe organiseer je een politieke partij, hoe moet je een programma maken ? Heeft Afrika behoefte aan de christen-democratische principes ? VAN HECKE : Dat is een hamvraag. Belangrijk is alleszins dat we niet met de Internationale van de Christen-Democratie (IDC) werken. We kozen voor de EVP die behalve christen-democratische partijen, ook andere centrumpartijen groepeert. De EVP is veel ruimer dan de christen-democratie. Overigens is de IDC in Afrika een beladen begrip. In Ruanda en Burundi hebben mensen die tot de IDC behoorden, heel controversiële keuzes gemaakt. Men heeft mij daarover aangesproken en me zaken verteld waarvan ik achterover viel. We moeten toegeven dat de IDC of de mensen die er zich op beriepen, fouten hebben gemaakt. Daarnaast is het in een aantal Afrikaanse landen verboden om in de naam van een politieke partij uitdrukkelijk naar een religie te refereren. Wat een goede zaak is. VAN HECKE : Ik kom daartoe : ik vind niet dat je de Europese politieke breuklijnen zomaar naar een samenleving kunt overplanten waar men nog nooit van liberalen, socialisten en christen-democraten heeft gehoord. Trouwens, we afficheren ons niet als christen-democraten. In partijen waar ook moslims en ongelovigen militeren, zou men dat niet slikken. Kortom, er is geen expliciete referentie naar het katholicisme. VAN HECKE : Er is een referentie naar universele en autentiek christelijke universele waarden. Zo wordt naar het personalisme verwezen, alsook naar de vrijheid van meningsuiting, democratie en multipartisme. Dat zijn de waarden van de Franse Revolutie. VAN HECKE : Het is inderdaad zeer ruim. Overigens vragen die mensen niet zozeer financiële, dan wel morele en intellectuele steun. Er is nood aan kaders en deskundigheid. Ik droom van een vormingsinstituut, waar we kaders intensief kunnen trainen. Dit Afrikaans project lijkt als twee druppels water op uw vernieuwde CVP. Een partij met weinig c. VAN HECKE : Hoewel het moeilijk vergelijken is, ligt het alleszins in het verlengde ervan. De Afrikanen zullen het echter zelf moeten doen. Het lijkt me vanzelfsprekend dat Afrika een andere vorm van democratie nodig heeft dan wij. Het heeft trouwens geen zin om hen, zoals Wereldbanken en andere doen, bepaalde schema's, politieke zowel als economische, op te dringen. Ongetwijfeld is er een proces van democratisering, maar dat wordt op een heel handige manier door een kleine elite gecontroleerd. Soms is dat een dictator, soms is het een kleine groep die de macht heeft en die absoluut wil behouden. Niet alle Afrikaanse landen zijn vertegenwoordigd. VAN HECKE : Het was ook een kwestie van tijd. Het is echt zoeken en tasten om de geschikte mensen te vinden. Sommigen die op de eerste vergadering waren, werden nu geweigerd omdat ze in opspraak zijn gekomen. Eén van de deelnemers is minister in de Zaïrese regering. Strookt die aanwezigheid met de democratische normen die u aanlegt ? VAN HECKE : Zaïre zit in een overgangsfase en de minister van Financiën behoort tot de vijf leden van de oppositie die deel uitmaken van de coalitieregering. Anderzijds is ook André Bo-Boboliko present, één van de twee leiders van de radicale oppositie die niet in de regering zit. Dat debat is hier echter niet aan de orde. Wel is er over de noodzaak gesproken om zich niet te laten verdelen en niet de speelbal van een dictator te worden die om de haverklap een christen-democratische partij opricht. Op die manier schept hij verwarring en kan hij de mensen voor de keuze stellen : mij of de chaos. Dreigt dit initiatief de religieuze tegenstellingen niet aan te scherpen ? VAN HECKE : Het conflict tussen de Hutu en de Tutsi heeft misschien meer met oude koloniale grenzen dan met wat anders te maken. Hier heeft men zich alleszins uitgesproken tegen een partijvorming op basis van tribalisme. In de meeste Afrikaanse landen worden politieke partijen opgericht om de belangen van de eigen volksstam te verdedigen. Dat is eveneens een manier om de democratie te discrediteren. Er zijn natuurlijk voorbeelden waarbij men de religie voor de eigen politieke ambities misbruikt. Niet alleen in Noord-Afrika vindt men uitingen van ik durf het woord nauwelijks nog uitspreken fundamentalisme. Was het dan niet beter geweest om alle verwijzingen naar het confessionele te schrappen ? VAN HECKE : Maar het confessionele speelt hier geen enkele rol. De verwijzing naar christelijke waarden die ondertussen universeel zijn, werkt daarentegen inspirerend en motiverend. Daarrond moet er een zo breed mogelijke beweging komen, zonder dat we er een Spaanse herberg van maken. Een verwijzing naar één specifieke godsdienst kan echter niet. Dit inititatief is dus minder confessioneel dan de CVP ? VAN HECKE : Hoewel ik heb vastgesteld dat het nog niet tot iedereen is doorgedrongen, is het mijn overtuiging dat de CVP geen confessionele partij meer is. Met het Kerstprogramma van 1945 heeft de CVP afstand genomen van de vooroorlogse katholieke partij. Welke rol gaat u hier verder spelen ? VAN HECKE : Ik doe dit met de nodige afstandelijkheid, ik ambieer geen enkele functie. Als deze beweging één keer op poten staat, moet ze het zelf uitzoeken. Op dit ogenblik kan dat nog niet. Er zijn de taalproblemen, evenals tribale en economische tegenstellingen. Hierin kan ik misschien een bescheiden rol spelen. Ik ben echter geen Afrikaspecialist en zal dat ook nooit worden. Is dit verzoenbaar met uw parlementair mandaat ? VAN HECKE : Dit is geen voltijdse job en het lijkt me gemakkelijker te combineren dan het voorzitterschap van een partij. Het is niet omdat ik er de jongste maanden heel intensief mee bezig was, dat dat zo zal blijven. Dreigt uw belangstelling voor de Belgische politiek er niet onder te lijden ? VAN HECKE : Die belangstelling is nog even groot als voorheen. Zoals vroeger kan ik echter relativeren. Misschien zelfs iets meer, zonder dat ik daarbij in het cynisme verval dat zo eigen is bij sommigen die er dagelijks mee bezig zijn. Ik ben nooit een politiek beest geweest en ik zal dat ook nooit worden. Dat is misschien de grote ontgoocheling van een aantal mensen die hun hoop in mij hadden gesteld. Moet je niet cynisch zijn als je aan de top van de Belgische politiek wil komen of blijven ? VAN HECKE : Je moet heel veel andere dingen laten. Ik weet wat ik verloor door alleen in de politiek te investeren. Het aantal echte vrienden dat overblijft, is op twee handen te tellen. De vrienden die ik had, vóór ik mij in de politiek stortte, zitten nu ook niet te wachten op mijn terugkeer. Ik neem mij voor om het nu iets rustiger aan te doen en voor de rest zien we wel. P.G. Johan Van Hecke : De Afrikanen zullen het zelf moeten doen.